Pistoolvinger: column in Relevant

column relevant 2

Dit jaar schrijf ik drie keer een column voor wat het meest onwaarschijnlijke platform moet zijn. Het kwartaalblad Relevant, tijdschrift van de Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde (NVVE); in die afkorting schemert nog het woord euthanasie door. Het blad is ook online te vinden.

 

Het is een van de vele voorstudies van mijn boek Pistoolvinger. Het goede nieuws: dat boek is af, afgezien van het commentaar dat de vier laatste meelezers nog leveren. Voor juli lever ik het in bij uitgever Atlas/Contact

Geplaatst in Pistoolvinger

De tarotkaarten van de wanhoopswinkel

Mijn zusje belde. Ze was twee weken in Bolivia. Ontmoette daar een man aan wie ze meteen zag dat hij heeft wat ik heb. Die man slikte niet de standaardpillen als levodopa en ropinirol, maar had baat bij medicijnen waarover in degelijke maar alternatieve medische tijdschriften is gepubliceerd. Of ik dat wilde lezen. Stuur maar op, zei ik, dan leg ik het op het stapeltje Wanhoop.

Lees meer ›

Geplaatst in Pistoolvinger

Als Lazarus opstaan

Ik sta elke dag gezond weer op en word elke dag weer invalide. Gelukkig maar een beetje. Gisteren nog, wandelend bij de steen van J.J. Slauerhoff, aan de arm van een lieve vriendin, praatte ik binnensmonds en wat onverstaanbaar. ‘Maar ik word óók wat doof,’ zei zij. Soms struikel ik. Soms draal ik. Maar ik mis geen arm of been. Dat been mist mij.

Lees meer ›

Geplaatst in Pistoolvinger

Een man met een hoed

foto (1)

Van het Feithhuis en een kop koffie met een goede vriend wandel ik door de Oosterstraat als ik het ineens begrijp. Ik denk dat ik  schrijf over de kleine kans dat ik ook nog dement word om maar niet te hoeven tobben over wat me met zekerheid nog te wachten staat. Alsof je uit angst voor de wortel uit negen nog maar eens de laatste stelling van Ferrat te lijf gaat.

Lees meer ›

Geplaatst in Pistoolvinger

De dorst is groter dan het verval

Doe mij maar witte wijn. Een glas chardonnay. Hoeft niet duur te zijn, mag per liter van de buurtwinkel, want sinds ik me beperk tot een fles per dag moeten het wel héle flessen zijn. Wijn om een uur of vijf in de middag, als de pillen uitgewerkt raken, verdooft de zanikende pijn en doet me dat trekken in mijn been en die droge mond vergeten. Doet me alles vergeten.

Lees meer ›

Geplaatst in Pistoolvinger

Half een man

Beeld uit Under the volcano, de film naar het boek van Malcolm Lowry

Nooit goed geweest in feestjes. Ongezellige man, ik. Maar als B. zijn verjaardag viert neem ik de boemel naar Assen en struikel ik naar zijn voordeur. ‘Sta je hier al lang?’ grijnst B. als hij me binnenlaat. Welnee, zeg ik, maar het had zomaar gekund, want de helft van mij durft niet zo goed. De andere helft duwt hem twee romans in handen, Under the volcano en Heart of darkness. Dat zal ’m leren.

Lees meer ›

Geplaatst in Pistoolvinger

Godvergeten toeval en de kerstnachtdienst

henk-nrc

Ik had duizend levens en kreeg er twee. Dat is er één meer dan de meeste mensen. Van alles wat ik had kunnen doen, van alle keuzes die ik had kunnen maken, uit al die duizend mogelijkheden koos ik mijn eerste leven. Het tweede kreeg ik er zomaar bij. ‘Een man in een ietwat onhandige houding,’ op een foto in NRC.
Lees meer ›

Geplaatst in Pistoolvinger

Schrijver eerste klas

Mijnvader was een lange man met een hoed. Hij was ‘schrijver eerste klas’, al had zijn werk bij een rijksdienst niets met schrijven van doen. Hij vulde getallen in op foliovellen met blauwe ruitjes. Lees meer ›

Geplaatst in Pistoolvinger

Ik ga vallen, zeker en vast

Ik ga vallen. Zeker en vast, zoals de Vlamingen zeggen, wat in dit verband wel geestig is. En omdat ik ooit de trap af stuiter, hebben we van de week een timmerman een trapleuning laten monteren. Dan kan ik me aan dat rondhout vastgrijpen als ik een tree of twee mis. Lees meer ›

Geplaatst in Pistoolvinger

Hoe je een mus van een mees kunt onderscheiden

vogel

Naelf jaar in Haren nog steeds een stadsmens die nauwelijks een mus van een mees kan onderscheiden. Totdat op een donderdag dat beestenspul het wel genoeg vindt.
Eerst vliegt een merel de garage in. Het dier is de weg kwijt, begrijpt niet wat glas is en moet naar de geopende garagedeur worden geholpen. Dom dier. Lees meer ›

Geplaatst in Pistoolvinger

De langste dag

Ik vier de langste dag van het jaar en neem daar nogal de tijd voor. Al ruimschoots wakker als de bezorger van de Volkskrant met fiets en al het tuinpad opkomt, een half uurtje na zijn collega van Dagblad van het Noorden. Het zijn de mooiste en de stilste uren. Lees meer ›

Geplaatst in Pistoolvinger

De droombibliotheek van Frank

Of zijn rolstoel in mijn auto paste, vroeg F. me in een boodschapje op Facebook. Ik zou hem ophalen bij zijn hypnotherapeut. Lees meer ›

Geplaatst in Pistoolvinger

De oude man en de vergeetdienst

Bij de kassa van de buurtsuper rekent de oude baas met wat muntgeld een blik witte bonen af, en begint dan geluidloos te huilen. Hij mist haar zo, zegt hij tegen de caissière, die – ‘wilt u zegeltjes?’ – ook niet goed weet wat ze moet. Waarna de oude man naar een tafeltje bij de deur van de slijterij schuifelt, zijn boodschap neerzet, en even gaat zitten. Ze is pas vier maanden dood, zegt hij.

Wat zeg je dan? Ik slik iets weg, diep een handvol zachte drop op uit mijn AH-tas, maar heb de moed niet. Waar is de vergeetdienst als je hem nodig hebt, denk ik – maar wat moet de oude man met een grapje over Google? Even later stapt hij op zijn fiets, een model met ‘lage instap’. Die hebben ze nog samen gekocht, schiet mij te binnen.

Ik ben hier niet goed in. Langzaam begin ik mensen te mijden. Van te veel mensen gaat mijn linkerbeen trekken, wappert mijn hand in mijn broekzak, en struikel ik naar de supermarkt. Ik hoef niet meer op vakantie, breng de dag door in mijn werkkamer, mijd als het even kan feestjes en etentjes, en schrijf.

Ik trek mij terug in een nis van de dag.

Dat begint elke ochtend rond vijf uur. Het is al licht voordat de zon om 5.13 uur opkomt, twaalf minuten eerder dan bij een vriend in Utrecht, eenentwintig minuten eerder dan in Brussel. Een half uur later raken de zonnestralen de kruin van mijn appelboom. Tegen zessen zoek ik in een stoel onder het raam van de garage de vergeetdienst van Google op.

Die zoekmachine moet van Brussel kunnen vergeten. Google heeft een formulier online gezet waarmee je om verwijdering van een link uit de zoekresultaten kunt vragen als die je in de weg zit. Omdat we volgens Europa het recht hebben ‘te worden vergeten’ schrapt Google voortaan links naar informatie die ‘ontoereikend, irrelevant of buitensporig’ is.

Alles wat ik schrijf is ontoereikend, veel is irrelevant en nogal wat zal wel buitensporig wezen. Maar ik wil ook niet vergeten worden. Ik schrijf omdat ik nog iets te zeggen heb, al weet ik meestal niet nauwkeurig wat. Dat blijkt pas terwijl ik naar het juiste woord zoek, de metafoor die in het slot valt, de gedachte aan de vergeetdienst en die oude man.

Geplaatst in Pistoolvinger

Carels hoofd

carels hoofd

Het verhaal over de man die twee elektroden in zijn hoofd liet inbrengen om van zijn gekmakende overbeweeglijkheid af te komen. Bij die operatie, deep brain stimulation, moest Carel Dolman bij kennis blijven. Het stuk verscheen in Dagblad van het Noorden en de Leeuwarder Courant en werd bekroond met de Groninger Persprijs en de Europese prijs voor gezondheidsjournalistiek. Hier staat de pdf. En hier de Engelse versie.

Geplaatst in Verhalen

De eerste jaren zijn een feest

Ruggelings drijvend in het lauwwarme ochtendwater van het Helper Zwembad denk ik F. nog te horen. Hij hapte gisteren naar adem en zocht af en toe naar woorden. F. is even oud als ik, maar ligt drie jaar op mij voor. Ik moest hem bellen tussen zeven en half acht ‘s avonds. Dan werkten zijn medicijnen. Wij hadden elkaar in geen tien jaar gesproken.

Ik trek baantjes in het bad. Kijk brilloos naar de betegelde pilaren, de galerij en het plafond. Ik zie te weinig om het monumentale gebouw te waarderen, en hoor te veel andere ouderen – dat denk ik: ‘andere ouderen’ – om plezier te beleven aan het bad. Zwemmen is niets voor mij. Ik zwem als een man zonder diploma’s. Ik héb geen diploma’s.

De fysio raadde het aan. Mijn spieren komen langzaam vaster te zitten, als rituelen in een huwelijk, en het warme water doet ze goed. Dat beweegt gemakkelijker, zeggen ze. Maar ik stoot me onhandig in het krappe kleedhokje waarvan ik eerst niet begrijp hoe de deuren dicht kunnen en heb nóg een hand nodig om het kluisje open te houden.

Op mijn rug zwem ik een laatste baantje. Ik ben nog te goed om in een revalidatiecentrum ‘een waaier van zware kneuzen’ op te zoeken, zoals een collega het grijnzend uitdrukte. En welja, als ik mij niet te veel uitsloof, maar water trappel en hurk in het ondiepe, voelen mijn spieren hier niet dat ze zichzelf tot last zijn.

‘Ik schrijf erover,’ zei ik een avond eerder tegen F. Hij wist het, hij las het soms. Ik geloof niet dat het heel goed met hem ging, al klonk hij vastberaden. Ik zei dat het mij de eerste drie jaar niet was tegengevallen. Je went eraan, net zo sluipend als de parkinson progressief is. Het had me ook wel wat opgeleverd, zei ik. Ook dat herkende F. De eerste vijf of zes jaar zijn een joyride, zei hij.

Ik moest F. bellen om zeven uur ‘s avonds, dan was hij ‘on’. Toen we een half uur hadden gesproken, kondigde zijn tremor zich aan. ‘Wacht even, ik zet je op de speaker.’

Ik trek baantjes op mijn rug en probeer niet vooruit te kijken.

Geplaatst in Pistoolvinger

Volg me op Twitter