Sinds ik ziek ben gaat het stukken beter

Frénk van der Lindens mond viel open toen ik doodgemoedereerd zei dat ik een deadline had. We zaten in de studio van Radio Kunststof, eind vorig jaar. Ik praatte over de kunst van het verhalen vertellen en vooral over Pistoolvinger. Ik bedoelde er niets mee, maar zo’n opmerking over een deadline wordt snel verkeerd begrepen in een gesprek over een ongeneeslijke ziekte en de dood.

tegel_kunststof

De tegel van Kunststof Radio

Toch was het wat het was. Omdat ik nu eenmaal al een leven lang als journalist te maken heb met het zakken van de krant staat mijn lijf naar dat ritme. En hoewel mijn uitgever mij ruim twee jaar terug maande geen haast te hebben, nam ik mij meteen voor het boek voor het eind van 2015 in te leveren. Totdat ik een klein jaar terug besloot dat vier jaar haalbaar was.

Ik begon aan Pistoolvinger op de dag dat ik mijn diagnose kreeg. Ja, ik had parkinson. Nee, daar ga je niet dood aan. ‘Maar het loopt wel lullig af.’ Ik vroeg nogal dringend aan de twee neurologen of ik kon blijven lezen, denken en schrijven. Daar hoefden ze niet over te delibereren. Op den duur, begreep ik, werd in invalide, of ten minste nogal hulpbehoevend. Maar schrijven zou best gaan.

Vandaag vier ik mijn vierde jaar. Ik drink er een glas koele chablis op, en dan zal ik met mijn lief net als op 21 juni 2011 ’s avonds even in de tuin gaan zitten om op de langste dag van het jaar naar de zwaluwen te kijken. Misschien gooien we zelfs een tennisbal op om de vleermuizen te lokken. Het is de laatste scène van het boek, en de enige die nog geleefd moet worden; geschreven is hij al.

Als vrienden vragen hoe het gaat, zeg ik steeds dit: sinds ik ziek ben, gaat het aanmerkelijk beter. Soms schommelt mijn hoofd, onder de douche zou ik zachtjesaan soms liever zitten dan staan, ik val nog net niet om als ik een broek aantrek – maar goddank schrijf ik, geniet ik van het eksterstel dat leeft in mijn dakgoot en eten zoekt in het pas gemaaide gras. En nog altijd wordt mijn opslag op de tennisbaan beter.

Geplaatst in Pistoolvinger

Op één been kun je niet staan

Nauwelijks schrijf ik nog, maar mijn linker wijsvinger doet steeds eigenzinniger alsof er nog een verhaal verteld moet worden, alsof ik mijn boek niet van de week heb ingeleverd bij mijn uitgever. Meer nog dan mijn schommelende kop en scheve voetzool is die gedurig pingelende vinger de aanzegger van de overbeweeglijkheid die mij nog te wachten staat. Alleen die pistoolvinger tikt nog.

Je moet ook geen boek over parkinson Pistoolvinger noemen. Dat is de goden verzoeken. Mijn schrijvende bestaan leunt op twee wijsvingers, omdat ik lang geleden dacht dat Schoevers alleen voor nuffige tantes was. Nooit leren typen. Dat mijn boek heet zoals het heet komt doordat mijn linker middelvinger ongemerkt mee ging doen – een prachtig bewijs van het aanpassingsvermogen van de mens.

Maar nu ik amper schrijf, herinnert die permanent op en neer pingelende pistoolvinger me er de godganselijke dag aan dat ik niet schrijf. Ongeveer zoals mijn ene been me voortdurend herinnert aan jenever en wijn. Van die scheve voetzool kan ik op dat been niet staan. En het is dan telkens alsof ik mijn vader hoor vragen om een tweede jonge Bokma, ‘Want op één been kun je niet staan.’

Soms probeer ik notities over pijnstillers, maar pijn schrijft niet lekker. Van dat verkrampende lijf zeurt mijn schouder en mijn fysiotherapeut moest nodig vier weken naar Japan – wat hem van harte gegund is, maar mij slecht bekwam. Ik slik pijnstillers waar mijn maag van overstuur gaat raken, en als het nog gekker wordt ga ik aan de medicinale nederwiet. Een half leven niet gedaan, blowen.

Ik ben nogal monomaan, ook in mijn verslavingen. Ik moet schrijven, elke dag, maar als je een boek afmaakt herschrijf je alleen nog maar en dat is even weinig zichtbaar als het herkauwen van een koe. Nog een paar weken, dan weet ik of mijn uitgever ook gelooft dat Pistoolvinger af is.

Geplaatst in Pistoolvinger

Pistoolvinger: column in Relevant

column relevant 2

Dit jaar schrijf ik drie keer een column voor wat het meest onwaarschijnlijke platform moet zijn. Het kwartaalblad Relevant, tijdschrift van de Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde (NVVE); in die afkorting schemert nog het woord euthanasie door. Het blad is ook online te vinden.

 

Het is een van de vele voorstudies van mijn boek Pistoolvinger. Het goede nieuws: dat boek is af, afgezien van het commentaar dat de vier laatste meelezers nog leveren. Voor juli lever ik het in bij uitgever Atlas/Contact

Geplaatst in Pistoolvinger

De tarotkaarten van de wanhoopswinkel

Mijn zusje belde. Ze was twee weken in Bolivia. Ontmoette daar een man aan wie ze meteen zag dat hij heeft wat ik heb. Die man slikte niet de standaardpillen als levodopa en ropinirol, maar had baat bij medicijnen waarover in degelijke maar alternatieve medische tijdschriften is gepubliceerd. Of ik dat wilde lezen. Stuur maar op, zei ik, dan leg ik het op het stapeltje Wanhoop.

Lees meer ›

Geplaatst in Pistoolvinger

Als Lazarus opstaan

Ik sta elke dag gezond weer op en word elke dag weer invalide. Gelukkig maar een beetje. Gisteren nog, wandelend bij de steen van J.J. Slauerhoff, aan de arm van een lieve vriendin, praatte ik binnensmonds en wat onverstaanbaar. ‘Maar ik word óók wat doof,’ zei zij. Soms struikel ik. Soms draal ik. Maar ik mis geen arm of been. Dat been mist mij.

Lees meer ›

Geplaatst in Pistoolvinger

Een man met een hoed

foto (1)

Van het Feithhuis en een kop koffie met een goede vriend wandel ik door de Oosterstraat als ik het ineens begrijp. Ik denk dat ik  schrijf over de kleine kans dat ik ook nog dement word om maar niet te hoeven tobben over wat me met zekerheid nog te wachten staat. Alsof je uit angst voor de wortel uit negen nog maar eens de laatste stelling van Ferrat te lijf gaat.

Lees meer ›

Geplaatst in Pistoolvinger

De dorst is groter dan het verval

Doe mij maar witte wijn. Een glas chardonnay. Hoeft niet duur te zijn, mag per liter van de buurtwinkel, want sinds ik me beperk tot een fles per dag moeten het wel héle flessen zijn. Wijn om een uur of vijf in de middag, als de pillen uitgewerkt raken, verdooft de zanikende pijn en doet me dat trekken in mijn been en die droge mond vergeten. Doet me alles vergeten.

Lees meer ›

Geplaatst in Pistoolvinger

Half een man

Beeld uit Under the volcano, de film naar het boek van Malcolm Lowry

Nooit goed geweest in feestjes. Ongezellige man, ik. Maar als B. zijn verjaardag viert neem ik de boemel naar Assen en struikel ik naar zijn voordeur. ‘Sta je hier al lang?’ grijnst B. als hij me binnenlaat. Welnee, zeg ik, maar het had zomaar gekund, want de helft van mij durft niet zo goed. De andere helft duwt hem twee romans in handen, Under the volcano en Heart of darkness. Dat zal ’m leren.

Lees meer ›

Geplaatst in Pistoolvinger

Godvergeten toeval en de kerstnachtdienst

henk-nrc

Ik had duizend levens en kreeg er twee. Dat is er één meer dan de meeste mensen. Van alles wat ik had kunnen doen, van alle keuzes die ik had kunnen maken, uit al die duizend mogelijkheden koos ik mijn eerste leven. Het tweede kreeg ik er zomaar bij. ‘Een man in een ietwat onhandige houding,’ op een foto in NRC.
Lees meer ›

Geplaatst in Pistoolvinger

Schrijver eerste klas

Mijnvader was een lange man met een hoed. Hij was ‘schrijver eerste klas’, al had zijn werk bij een rijksdienst niets met schrijven van doen. Hij vulde getallen in op foliovellen met blauwe ruitjes. Lees meer ›

Geplaatst in Pistoolvinger

Ik ga vallen, zeker en vast

Ik ga vallen. Zeker en vast, zoals de Vlamingen zeggen, wat in dit verband wel geestig is. En omdat ik ooit de trap af stuiter, hebben we van de week een timmerman een trapleuning laten monteren. Dan kan ik me aan dat rondhout vastgrijpen als ik een tree of twee mis. Lees meer ›

Geplaatst in Pistoolvinger

Hoe je een mus van een mees kunt onderscheiden

vogel

Naelf jaar in Haren nog steeds een stadsmens die nauwelijks een mus van een mees kan onderscheiden. Totdat op een donderdag dat beestenspul het wel genoeg vindt.
Eerst vliegt een merel de garage in. Het dier is de weg kwijt, begrijpt niet wat glas is en moet naar de geopende garagedeur worden geholpen. Dom dier. Lees meer ›

Geplaatst in Pistoolvinger

De langste dag

Ik vier de langste dag van het jaar en neem daar nogal de tijd voor. Al ruimschoots wakker als de bezorger van de Volkskrant met fiets en al het tuinpad opkomt, een half uurtje na zijn collega van Dagblad van het Noorden. Het zijn de mooiste en de stilste uren. Lees meer ›

Geplaatst in Pistoolvinger

De droombibliotheek van Frank

Of zijn rolstoel in mijn auto paste, vroeg F. me in een boodschapje op Facebook. Ik zou hem ophalen bij zijn hypnotherapeut. Lees meer ›

Geplaatst in Pistoolvinger

De oude man en de vergeetdienst

Bij de kassa van de buurtsuper rekent de oude baas met wat muntgeld een blik witte bonen af, en begint dan geluidloos te huilen. Hij mist haar zo, zegt hij tegen de caissière, die – ‘wilt u zegeltjes?’ – ook niet goed weet wat ze moet. Waarna de oude man naar een tafeltje bij de deur van de slijterij schuifelt, zijn boodschap neerzet, en even gaat zitten. Ze is pas vier maanden dood, zegt hij.

Wat zeg je dan? Ik slik iets weg, diep een handvol zachte drop op uit mijn AH-tas, maar heb de moed niet. Waar is de vergeetdienst als je hem nodig hebt, denk ik – maar wat moet de oude man met een grapje over Google? Even later stapt hij op zijn fiets, een model met ‘lage instap’. Die hebben ze nog samen gekocht, schiet mij te binnen.

Ik ben hier niet goed in. Langzaam begin ik mensen te mijden. Van te veel mensen gaat mijn linkerbeen trekken, wappert mijn hand in mijn broekzak, en struikel ik naar de supermarkt. Ik hoef niet meer op vakantie, breng de dag door in mijn werkkamer, mijd als het even kan feestjes en etentjes, en schrijf.

Ik trek mij terug in een nis van de dag.

Dat begint elke ochtend rond vijf uur. Het is al licht voordat de zon om 5.13 uur opkomt, twaalf minuten eerder dan bij een vriend in Utrecht, eenentwintig minuten eerder dan in Brussel. Een half uur later raken de zonnestralen de kruin van mijn appelboom. Tegen zessen zoek ik in een stoel onder het raam van de garage de vergeetdienst van Google op.

Die zoekmachine moet van Brussel kunnen vergeten. Google heeft een formulier online gezet waarmee je om verwijdering van een link uit de zoekresultaten kunt vragen als die je in de weg zit. Omdat we volgens Europa het recht hebben ‘te worden vergeten’ schrapt Google voortaan links naar informatie die ‘ontoereikend, irrelevant of buitensporig’ is.

Alles wat ik schrijf is ontoereikend, veel is irrelevant en nogal wat zal wel buitensporig wezen. Maar ik wil ook niet vergeten worden. Ik schrijf omdat ik nog iets te zeggen heb, al weet ik meestal niet nauwkeurig wat. Dat blijkt pas terwijl ik naar het juiste woord zoek, de metafoor die in het slot valt, de gedachte aan de vergeetdienst en die oude man.

Geplaatst in Pistoolvinger

Volg me op Twitter