Pijn is een verhaal

Pijn schrijft niet lekker. Dat denk ik terwijl ik schrijf. Mijn linker pols rust daarbij op de rand van mijn laptop. De pink en ringvinger van mijn linkerhand trekken tegenwoordig even obstinaat omhoog als de wijsvinger die daar al tijden geleden mee begon. Van al die vreemde streken verkrampt mijn hand. ‘Alsof je te lang te hard in een tennisbal hebt geknepen,’ zeg ik soms, als mij gevraagd wordt wat het is, die pijn.

Lees verder

EU-prijs voor Carels Hoofd

Dinsdagavond werd Carels Hoofd bekroond met de prijs van de Europese Gemeenschap voor gezondheidsjournalistiek. Hier het gesprek op radio 1 van zondagavond. En hieronder  het filmpje van de ceremonie in Brussel. Als alle genomineerden op het podium staan, en de uitreiking aan de drie winnaars begint, zijn we vijftien minuten bezig.

 

En dit zei het juryrapport:
First Prize: Henk Blanken: “Carel’s Head” (Dagblad van het Noorden, The Netherlands)
The EU Jury chose the article “Carel’s Head” by Henk Blanken as winner of first place. This article follows a young man suffering from Parkinson’s Disease and gives a detailed, but emotional account of the pioneering surgery he receives. The journalist’s vivid writing made the jurors feel as if they had a ring-side view of the operation, with the patient and the doctor’s perspectives presented in equal measure. This is an excellent, well researched article on a little understood disease that nevertheless affects millions of patients across the EU.
Lees verder

Mijn handen

Soms hebben mijn handen geen weet van elkaar. Ik draag twee glazen wijn van de keuken naar de woonkamer, en ik mors met links, terwijl ik weet dat ik ga morsen, en zowel mijn rechter- als mijn linkerhand opgedragen heb deze keer ‘gewoon’ te doen. Ergens gaat het mis. Zo voelt een wiel zich dat niet goed uitgelijnd is.

Lees verder

Ik schrijf om te vergeten

Toen de gong klonk had ik geen besef van tijd. Waren er vijf seconden verstreken? Dertig? Een minuut? In elk geval was ik van de wereld geweest, rechtop zittend, met mijn billen op een rond kussen, mijn voeten op een matje, mijn hoofd rollend in mijn nek zoals het wilde rollen, maar mij niet meer bewust van de ongemakkelijke pijn in mijn linker enkel.

Slaap, daar leek het op. Wakkere slaap.

Lees verder

Steeds meer ben ik mijn vader na

Hij herkent mij aan mijn loopje. Zegt mijn zoon, in de donkere straat langs het spoor, als ik van het station naar huis loop en hij op weg is naar ‘een biertje met Marc’. Loopje? Wat is dat voor loopje? Wat gebogen misschien, ineen gedoken, een beetje onzeker alsof ik gedronken heb – in elk geval ‘een loopje’. En ik vraag mij ter plekke af hoe mijn vader liep.

Lees verder

Nachtportier

Op de gekste momenten word ik wakker. Ik leef als een nachtportier naast het gewone leven. Bijna elke ochtend hoor ik hoe de krant op de mat ploft. Daarna de geluidloosheid van dit dorp. Een uur en een dagblad later rijden de eerste auto’s in de straat.

Als de intercity naar Zwolle mij opvalt, en de buurman in de regen zijn hond uitlaat, hoofd omlaag, de een gelaten, de ander snuffelend, schrijf ik al.

Lees verder

Thijs

Thijs is 77. En hij wil dood voor het te laat is.

Thijs is eigenlijk zo gezond als een vis. Als ze niet in hun witte caravan op Texel zitten, fietst hij elke zomer met Marja zes weken in Duitsland, langs Rijn, Moezel of Main. Ze slapen in een kleine tent, op luchtbedden, met kussens die ze opblazen, de slaapzakken als dekens. Soms, als het regent, overnachten ze in een bed&breakfast of in een pension.

Het is vroeg in de herfst van 2013. Thijs repeteert nog elke week met het mannenkoor. Hij wandelt met het Nivon, de natuurvriendenvereniging. Op gezette tijden past hij op de kleinkinderen.

Hij heeft eigenlijk best een mooi leven gehad, vindt Thijs.

Lees verder

Hersenpijn

Hersenen doen geen pijn. Mits de boel netjes aangesneden en blootgelegd is, kun je in die grijze geitenkaas straffeloos roeren, prutten, prikken en rommelen. Het doet geen pijn. Misschien dat ik daarom nooit had gedacht dat het zeer zou doen, dit ziek zijn, de venijnige kramp in mijn handen, het slobberige van mijn benen, het spasme in mijn linkervoet.

Lees verder

Ik kan de overkant niet bereiken

Het is een spel, misschien zoiets als schaken. In elk geval dwingt het me terug naar de eettafel aan de Doklaan, de krappe etage boven de Maastunnel-ingang die ik meer dan dertig jaar geleden huurde. Met E. en P. speelde ik op drie borden tegelijk, terwijl onder ons de Rotterdamse penoze zich verzamelde in een luidruchtige buurtkroeg.

Lees verder

Dagoberts dipsomanie

Ik heb een doosje tegen het vergeten. Een smal, wit, plastic doosje met zeven klepjes voor de dagen van de week. Elke zondag (‘zo’) vul ik het met tweeënveertig pillen in drie kleuren. Elke maandagochtend (‘ma’) begin ik aan een nieuwe week en stel ik vast dat de vakjes te klein en de klepjes te stroef zijn. Mijn fijne motoriek hapert meer dan mijn geheugen.

Lees verder

Gerrit Krol, als je even niet kijkt

Het moet in Amen zijn geweest, Amen, Drenthe, dat ik afscheid nam van Gerrit Krol. Terras van een restaurant, laat in de lente of vroeg in de herfst. Een lange, breekbare man die jarenlang had geschreven voor mijn krant en het nu niet meer kon. Ik at hem uit, zoals dat heet, met een brok in de keel. Zijn laatste column had ik jankend uitgelezen.

Lees verder

Het onkruidklauwtje en de vijfde wervel

Ik wil een pagina van de krant omslaan, en het lukt niet. Zoals ik de plastic verpakking van de oude kaas niet open kan wurmen. De autosleutel niet in het slot krijg als ik met mijn rechterhand mijn rugzak draag. Met links een vork niet onder de rijst-met-kip geschoven krijg zonder die kip weer terug te laten vallen.

Lees verder