De journalistieke afkeer van bloggers

Vormen weblogs een bedreiging voor de journalistiek? Minder dan de bloggers denken, maar meer dan de journalistiek wenst aan te nemen. Kwaliteitsjournalistiek zal blijven bestaan zolang er massamedia zijn. Omdat die laatste onder druk staan, zal de journalistiek moeten veranderen wil ze niet aan marginalisatie ten onder gaan.

Journalisten behoren tot de vroegste onderdekkers van internet. Al voordat er zoiets was als het world wide web, behoorden prominente dagbladjournalisten tot de eerste leden van The Well, zowat de oudste online community. In het net zagen journalisten van meet af aan een nieuwe publicatiemogelijkheid, een nieuw kanaal naast krant, radio en televisie.

Waarom reageren journalisten dan zo instinctief vijandig op weblogs? Waar komt die intense afkeer vandaan? Omdat weblogs zichzelf zien als journalistiek medium? Dat zijn ze in veruit de meeste gevallen niet: journalistiek moet wel degelijk aan eisen voldoen wil het die naam mogen hebben. Objectiviteit is er een van, onafhankelijkheid een andere.

De instinctieve afkeer moet het gevolg zijn van het succes dat blogs hebben in een lezersmarkt die voor de oude journalistiek verloren lijkt, en daarbij middelen hanteert die haaks staan op wat het oude vak als kwaliteitskenmerken ziet.

Oude journalistiek is diepgravend, en dus lang, en dus laat. Weblogs zijn oppervlakkig, kort en onmiddellijk. Oude journalistiek scheidt meningen en feiten, weblogs doen dat niet. In oude journalistiek is de auteur een meneer op de achtergrond, die zich niet opdringt, een enkele anchorman daargelaten.

In de wereld van weblogs doen mensen er juist toe, vervangt de persoon van de afzender elke herinnering aan objectiviteit, om overigens zonder scrupules weg te kruipen achter een nickname. Beste voorbeeld daarvan in Nederland is GeenStijl, al is de identiteit van de makers inmiddels uit de doeken gedaan door Bright, de techglossy van Erwin van der Zande. Zie hoe GeenStijl reageert.

Dit is het eerste fragment van De Toekomst van de Journalistiek, het eerste hoofdstuk van Popup.

Stem of voeg toe aan :

11 Comments on De journalistieke afkeer van bloggers

  1. Uit het hart gegrepen, maar de vraag rijst dan dus:

    Wat moeten de dagbladen doen om overeind te blijven in een wereld die neigt naar snel, oppervlakkig en kort?

    Meegaan? Of juist kiezen voor lang en diepgaand?
    En dan dus voor lief nemen dat het abonneebestand drastisch ingeperkt zal worden.

  2. janpieter // 4 juni, 2005 at 12:48 //

    Wat is er journalistiek aan het artikel in bright? Er worden namen genoemd zonder dat er bewijs is geleverd. De naam achter ‘de chileen’ lijkt ondertussen foutief te zijn. het staat bol van de intepretaties en meningen van van jole. als je 1 ‘journalist’ noemt die in oude media hetzelfde doet als weblogs: vanuit de heup, zonder eigen onderzoek, op andermans nieuws teren, dan is het van jole wel. trouwens, een ‘journalist’ die een paar jaar geleden nog miljoenen wegtrok bij grote geldschieters om rijk te worden op internet. slecht voorbeeld om bright en geenstijl aan te halen. de makers waren al lang en breed bekend, zowel op internet als op tv.

  3. N.a.v ‘De instinctieve afkeer moet het gevolg zijn van het succes dat blogs hebben in een lezersmarkt die voor de oude journalistiek verloren lijkt, en daarbij middelen hanteert die haaks staan op wat het oude vak als kwaliteitskenmerken ziet.’
    En: ‘Journalistiek moet wel degelijk aan eisen voldoen wil het die naam mogen hebben. Objectiviteit is er een van, onafhankelijkheid een andere.’

    Ik constateer dat veel bloggers het hebben van een mening verwarren met journalistiek bedrijven.
    Maar het is ook maar wat je onder journalistiek verstaat. Vind je de roddelbladen journalistiek? Zo ja, dan zijn veel weblogs ook journalistiek: digitale roddelbladen.

    Als je je zelf als journalist serieus neemt moet je altijd open staan voor nieuwe methoden en nieuwe mogelijkheden van journalistiek bedrijven. Dat ontbreekt bij veel ‘traditionele’ journalisten. Maar dat is iets anders dan achter de weblog-hype aan te lopen. Weblogs hebben veel journalistieke potentie, maar dat gaat verder dan de digitale roddelbladen. Daar ligt ook de uitdaging voor de ware journalist.

  4. Het helpt natuurlijk als we onderscheid maken tussen journalistiek en kwaliteitsjournalistiek, want roddelbladen vallen vast niet onder die laatste categorie. Problematisch wordt het wanneer je je realiseert dat het de kwaliteitsjournalisten zijn die bepalen wat kwaliteitsjournalistiek is. Het lijkt een systeem van ballotage, dat – niet anders dan op de golfbaan of onder Lonsdale-dragende hangjongeren – leidt tot behoudzucht. De kwaliteirsjournalistiek is, met al haar voortreffelijke verschijningsvormen, een gesloten systeem. Blogs zijn open, of lijken dat te zijn (of zijn ze net zo afkerig van buitenstaanders, maar zien we dat nog niet, en zullen blogs dezelfde mechanismen ontwikkelen die tot bescherming van de eigen soort gaan leiden, technologische misschien, of sociale, een pikorde bijvoorbeeld??)

  5. N.a.v Gert Meijboom die schrijft:

    ‘Als je je zelf als journalist serieus neemt moet je altijd open staan voor nieuwe methoden en nieuwe mogelijkheden van journalistiek bedrijven. Dat ontbreekt bij veel ‘traditionele’ journalisten.”

    Hoezo dat ontbreekt bij veel journalisten?? Is daar onderzoek naar gedaan? Is dat je eigen mening? Zoals zo vaak in Nederland Meningenland worden er weer complete betogen gebouwd rond een zelf bedachte stelling. Wat mij betreft ook weer een groot nadeel aan weblogs. Het maakt maar weer eens pijnlijk duidelijk dat er nog wel het een ander schort aan de argumentatiekunde van veel mensen. Voorbeelden op internet/weblogs te over……..

  6. Toevallig vanmorgen een stukje geschreven met mijn visie over de toekomst van kranten en tijdschriften (met daarin de rol van journalistiek). Dit naar aanleiding van de recente publicaties van Netkwesties, Frank Janssen, Paul Molenaar, Leon Krijnen en Theo Huibers (er zullen ongetwijfeld meer mensen hierover hebben geschreven).

    Mijn persoonlijke visie is dat de huidige grote redacties van kranten en tijdschriften zullen verdwijnen. Slechts een kleine groep journalisten blijft in dienst van de uitgever waarbij de uitgever zich steeds meer gaat richten op (digitale) producties on demand en de journalist de menselijke informatiefilter (selectie, analyse en toelichting op gratis beschikbare informatie) vormt voor de consument. Ze krijgen daarbij in toenemende mate te maken met concurrentie van geautomatiseerde informatiefilters zoals RSS-readers en aggregators. De verschillende distributiekanalen verdwijnen en er zal sprake zijn van slechts een kanaal: het digitale kanaal.

    De consument bepaalt zelf hoe (tv, radio, print, internet en/of mobiel) en wanneer (moment) het de content tot zich neemt. Hij zal in toenemende mate zelf een rol spelen in de contentproductie (consumer generated media) waarbij we onderscheid kunnen maken in de aktieve en passieve consument. De aktieve consument is sociaal, communicatief sterk en deskundig (of gepassioneerd) op (over) een bepaald onderwerp. Hij zal in toenemende mate ook betaald worden voor zijn bijdragen. De passieve consument, de grootste groep, zal zich vooral laten leiden door de uitgevers en de aktieve consumenten. En alhoewel techniek zich verder zal ontwikkelen, zal het steeds minder een drempel zijn voor zowel journalisten, uitgevers, distributeurs als consumenten.

    Social software (incl. weblogs) zal in toenemende mate journalisten, uitgevers en consumenten samenbrengen in communities van gelijkgeinteresseerden. Kijk naar wat er de laatste jaren is gebeurd op het gebied van (interactieve) marketing. Journalisten, uitgevers en vakgenoten ontmoeten elkaar zowel online als offline. Kranten en tijdschriften staan niet meer op zichzelf maar zijn gekoppeld aan online communities. Consumenten sluiten zich aan bij een of meerdere communities en zullen ook bereid zijn om voor bepaalde diensten en producten binnen deze communities te betalen.

    Deze communities zijn niet alleen interessant, ze zijn in de toekomst ook nog de enige manier voor adverteerders om hun doelgroep te bereiken. Niet door plat te adverteren maar door tegen betaling een aktieve rol te spelen in deze communities (als sponsor of facilitator).

    Het businessmodel zal dus niet eens zo heel veel veranderen ten opzichte van de huidige situatie. Journalisten en uitgevers zijn nog steeds verantwoordelijk voor de content (daarbij geholpen door de aktieve consument), consumenten en adverteerders zullen nog steeds betalen. Niet meer voor een individuele krant of tijdschrift, maar voor een heel pakket aan diensten en producten. De krant of tijdschrift staat daarbij minder centraal, de online community wordt de basis waaraan kranten en tijdschriften maar ook radio- en tv-programma’s en events gekoppeld zullen zijn.

    Om terug te komen op de vraag of er een toekomst is voor kranten en tijdschriften, is mijn mening dat die er wel degelijk is. Echter, kranten en tijdschriften zijn niet meer leidend in het businessmodel, dat zal de online community zijn. Uitgevers die dat begrijpen zullen overleven, uitgevers die op de oude manier verder gaan zullen binnen 5-10 jaar zijn verdwenen.

  7. Francis // 6 juni, 2005 at 09:30 //

    In de 6 reacties tot nu toe zijn er geen opmerkingen gemaakt op: “journalistiek moet wel degelijk aan eisen voldoen wil het die naam mogen hebben. Objectiviteit is er een van, onafhankelijkheid een andere.” Dat vind ik op zijn minst zeer vreemd.

    In een wereld waar de zakelijke wereld steeds meer greep krijgt op de media (zie de persconcentratie in België en andere landen, Berlusconi die erin slaagt om kritische journalisten buiten te flikkeren bij de Rai, wapenproducenten die de controle op de Franse pers kopen – Dassault bezit er naast het nationale Figaro een tiental regionale kranten en een waaier aan tijdschriften)
    vraag ik mij af waar die onafhankelijkheid is.

    In een wereld waar bijvoorbeeld net voor het referendum in Frankrijk journalisten van o.a. de openbare omroep in opstand kwamen omdat ze vonden dat de publieke opinie werd gemanipuleerd omdat het Nee-kamp geen eerlijke kans kreeg in de media

    In een wereld waar de zelfverklaarde grote verdedigers van persvrijheid en onafhankelijk journalisme ‘Reporters Sans Frontières’ geld krijgt van het Amerikaanse National Endowment for Democracy – NED, een organisatie dat afhankelijk is van het Ministerie van Buitenlandse Zaken van de VS en de voorzitter van datzelfde RSF daar geen graten in ziet. « Absolument, nous recevons de l’argent de la NED. Et cela ne nous pose aucun problème ». Zie hiervoor: http://www.nouvelobs.com/forum/archives/forum_284.html

    In die wereld stel ik vast dat de meeste media niet voldoen aan de norm “journalistiek moet wel degelijk aan eisen voldoen wil het die naam mogen hebben. Objectiviteit is er een van, onafhankelijkheid een andere.”

    Kortom de meeste journalistiek hoort eigenlijk niet journalistiek te heten. En in die zin kan bloggen voor mijn part zich ook journalistiek noemen.

  8. Is naast objectiviteit en onafhankelijkheid expertise niet ook handig om te hebben?
    Als ik een ‘journalistiek’ verslag lees over iets waar ik verstand van heb dan trekken mijn tenen krom van de simplificaties en (soms grove) onjuistheden.

    Omdat blogs zo niche zijn, hebben de meeste issue-bloggers erg veel expertise op hun terrein. Het feit dat ze verstand hebben van waar ze het over hebben maakt voor mij heel veel -zo niet alles- goed.

  9. Expertise en journalistiek lijken soms twee elkaar uitsluitende begrippen. Charles Lindberg schijnt eens – waar las ik dat ook alweer? – gezegd te hebben dat-ie een fervent krantenlezer was, omdat kranten altijd de waarheid schreven. Hij maakte een uitzondering voor berichtgeving over de luchtvaart. “Die klopt zelden. Dat sla ik dus maar over.”

  10. @alper: je moet een krant ook niet lezen alsware het een encyclopedie. Een journalist moet in een bizar korte tijd (enkele uren) en met bizar weinig middelen (een paar kolommen, hooguit 350 woorden) een complex onderwerp belichten. Dat vraagt vakkundigheid bij de journalist, maar ook het begrip van de lezer dat ‘de werkelijkheid’ slechts aangeschampt kan worden. Je ontkomt niet aan een zekere simplificatie. Ik weet niet waar u veel verstand van hebt, maar probeer maar eens over een onderwerp waar je niets van af weet, binnen een uur met twee telefoontjes een uitgebalanceerd en alles overbodig makend verhaal te maken. Dat lukt niet.

    U zegt dat bloggers erg veel verstand hebben van bepaalde zaken: maar zien ze dan nog waar het mis gaat? Zien ze ook ‘de andere kant’?

    Dat is mijn kritiek op die weblogs. Het is zo kritiekloos, zo ons kent ons, zo ‘niet-journalistiek’

  11. @henk

    Ik zou ook nooit de pretentie hebben om over een onderwerp waar ik niks van af weet een ‘journalistiek’ stuk te schrijven. Het lijkt me ook overduidelijk dat dat niet lukt.

    Bloggers met veel verstand zijn bijvoorbeeld: Lawrence Lessig en Bruce Schneier. ‘Veel verstand’ dekt het niet helemaal, dit zijn regelrechte authoriteiten op hun vakgebied. Ze schrijven helder over dingen waar ze heel veel verstand van hebben en bijna alleen maar eigenlijk over waar het mis gaat.
    Ze ontlenen hun geloofwaardigheid voor een groot deel juist aan hen onafhankelijkheid. Dit soort high-profile webloggers zijn daar heel voorzichtig mee.

    Weblogs bieden veel meer mogelijkheden. Je hebt reacties voor direct commentaar, links waarmee je je bronnen kunt laten zien, doorzoekbaarheid van het weblog en van de hele blogosphere en een hele brede keuzemogelijkheid voor de consument.
    Zou een journalist dan op een rijk medium als een weblog niet veel beter tot zijn recht komen?

2 Trackbacks & Pingbacks

  1. MediaBlog » PopUp - een tussenbericht
  2. Popup: een open source boek over oude en nieuwe media | Minitrue.nl

Leave a comment

Your email address will not be published.

*