Henk Blanken

Print Friendly, PDF & Email

Als Time 2.0 op de cover zet, wordt het tijd voor 3.0

24 december 2006 Geen categorie 3

Foto: TimeHet Amerikaanse Time heeft de actieve web 2.0-bloggende-foto’s-postende-internetter uitgeroepen tot “man van het jaar”. Dat betekent twee dingen. De 2.0 hype heeft wel degelijk iets om de hakken nu hij op gelijke hoogte is gezet met “de computer” (“man van het jaar” in 1983). En de hype is hype-af, want 2.0 is mainstream geworden, het spektakel voorbij, alledaags, Schnee von gestern.

De kenners weten dat web 2.0 al twee jaar oud is. Het werd als marketingconcept eind 2004 bedacht voor een conferentie van de Amerikaanse uitgever Tim O’Reilly. En veel van de bouwstenen van 2.0 zijn nog ouder. Tagging, blogs, de geest van social software, webbased applicaties, “the network is the computer”, en niet te vergeten de op gebruikerskennis gebaseerde algoritmes van Google.

Het werd zachtjesaan tijd dat Time doorkreeg wat er aan de hand was rond het internet, zullen de technorati – zie bijvoorbeeld Scott Rosenberg en Jeff Jarvis – even hebben gedacht toen het weekblad er met hun ontdekking vandoor ging. Als het magazine nog even had gewacht, was web 2.0 al weer voorbij geweest, over zijn hoogtepunt heen. Er waren zelfs al internetdeskundigen die over web 3.0 (waaronder ook wel het semantische web wordt verstaan) schreven, al was het maar om aan te geven dat de voorganger zijn prachtige beloften ook niet had kunnen waarmaken.

Als Time Magazine een trend op de cover zet, is de tijd rijp om die trend met alle middelen te debunken. Zo gaat dat ook nu. Helemaal onterecht is dat niet. Sommige onderdelen van de hype – denk aan blogging en rss feeds – hebben een onstuimige groei doorgemaakt maar die groei vlakt nu af (zie de BBC over een Gartner-rapport), lang voordat letterlijke elke burger ermee kennis heeft gemaakt. Blogging en rss zullen, bedoel ik maar, nooit zo populair worden als pakweg de televisie.

Zoals dat wel vaker gaat met technologische vernieuwingen worden ook nu de gevolgen op de korte termijn overschat, en die op langere termijn onderschat. Nee, de massa zal geen blogs lezen (15 procent van alle mediaconsumenten lijkt me al heel wat). Maar blogging heeft ondertussen al wel de media en de journalistiek op zijn kop gezet. Niet elke consument hoeft mee te doen om de macht van de elite van producenten te doorbreken.

Zoveel nieuws, zo weinig zekerheden

Ook als het beroerd gespeld is – soms denk ik dat reageerders consequent d’s en t’s verwisselen, wat nogal vervreemdend is -, ook als geen enkel feit gecontroleerd is en niemand enige moeite heeft gedaan tot wederhoor, ook dan voegt burgerjournalistiek iets toe dat er nog niet was. Noem het de alomtegenwoordigheid van nieuws. Er is niets meer wat je niet kunt weten, niet kunt zien op YouTube, niet kunt beluisteren via LimeWire. Of bijna niets.

Nieuws is geen zero sum game, het is niet zo dat het systeem weer evenveel kwijt raakt als het erbij kreeg, maar door de massaliteit van amateurnieuws gaat ook wel iets verloren. Je hoort het van jonge mensen die meer geboeid zijn door de videodagboeken en verslagen op YouTube dan door reguliere televisie. Ze zijn geraakt door de authenticiteit van die amateurbeelden, maar beseffen dat ze nooit zeker kunnen weten of wat ze zien de waarheid is.

Dat leidt tot een idiote paradox. Jongeren kijken naar die beelden omdat ze echt lijken, echter althans dan de eerste de beste realitysoap op tv, maar begrijpen dat ze dat nooit zeker zullen weten. Ze hebben de geregisseerde illusie van de soap en de journalistieke mythe (“Wat wij zeggen is altijd waar”) ingeruild voor het grootst mogelijke schimmelspel. (Zie ook Jose van Dijck op De Nieuwe Reporter met twee nieuwe woorden: emateur en YouWeb).

Reacties zijn gesloten.