Henk Blanken

Print Friendly, PDF & Email

De massa is de maat niet op het net, maar de micromassa of infoclan

12 augustus 2007 Geen categorie 8

Zojuist eindelijk account op Facebook aangemaakt. En mijn ‘friends’ bij elkaar gezocht. Die kende ik al van een stuk of wat andere social networks, van Twitter of MSN of een groepblog. Wat doen al die mensen als ze niet bezig zijn hun accounts bij te werken? Zijn ze zachtjesaan niet social-network-moe?

Of is er nog iets anders aan de hand. Ergens las ik dat de opkomst van gesloten netwerken als MSN en Twitter, netwerken dus waarop je selecteert met wie je je informatie wilt delen, kunnen leiden tot een afname in het gebruik van open netwerken, of van open communicatie via blogs (zie deze studie, via SmartMobs).

Die gedachte deugt. We doen al een jaar of tien alsof het net een massamedium is, en dat is het niet. Weliswaar wordt het door een massa mensen gebruikt, maar die willen helemaal niet allemaal met al die andere mensen communiceren. Ze willen online met hun ‘friends’ praten. Dat weten ze bij MSN al heel lang.

De massa is de maat niet op het net. Dat we toch massaal vaak zeer persoonlijke informatie delen met de hele wereld, is een weeffout. Het kon nog even niet anders, daarom blogden we in het openbaar. Maar veruit de meeste bloggers willen dat helemaal niet – dat wil zeggen: als ze zich het al realiseerden, want de massa zei nooit: hou ’s op met die ongein.

De maat op het net, heb ik eerder gezegd, is de infoclan, of de “micromassa”, zoals ik het nu maar even noem vanwege de term “microblogging” waaronder Twitter wordt gevat. Zoiets als een stam, een tribe, een clan dus, maar gevormd rond informatie. Dat kan een onderwerp zijn, of een wat hoogdravender meme, of een hype, of een hobby, of een politieke actie (“Free Paris Hilton”).

In tegenstelling tot de tribe uit de antieke tribale samenlevingen, is een infoclan niet primair gericht op het zichzelf in stand houden. Ook is de infoclan, anders dan het oude stamverband, niet per se een gesloten community (al zijn die er ook op internet). Een infoclan is niet, zoals klassieke definities willen, gericht op groei, of op macht, maar op uitwisseling van niets anders dan informatie.

Het is wat Charles Leadbeater in zijn te verschijnen boek We Think massale creativiteit noemt, het idee dat je dankzij het net nu zonder formele organisaties en hierarchische commandolijnen kunt, maar vaak genoeg hebt aan een ogenschijnlijk chaotische non-organisatie, een collectief waarvan elk lid ongeveer weet wat van hem of haar wordt verwacht.

En dat is een tweede gedachte die me bevalt. In deze postmoderne 21ste eeuw zijn we moe van grote organisaties. We zijn moe van de massa die een halve eeuw lang steeds massaler werd, als uitkomst van een industrialisatie en globalisering waarin we massaproducten gingen maken voor een massamens die slechts dankzij de massamedia mee mocht doen aan “onze” democratie.

Ik zeg niet dat de parlementaire democratie verdwijnt. Niet eens beweer ik dat de massamens en zijn instituties snel zal verdwijnen. Wel geloof ik dat de opkomst van infoclans en het besef dat internet (dus) geen massamedium is maar iets anders, een aankondiging is van een samenleving die niet draait om de massa, en evenmin om het hyperindividuele individu, maar om clans.

Dat riekt naar de communes van de jaren zestig, toch? Mis. Ook die waren gesloten, en in wezen elitair: ze beperkten zich tot een niche van de samenleving, terwijl de massa gewoon doorging met massamens te wezen. Dat is nu anders. Maar de voedingsbodem is wel gelijk: anti-autoritair, op zoek naar een menselijke maat en eigen verantwoordelijkheid.

Reacties zijn gesloten.