Informatie IS vrij

Informatie IS vrij

Stewart Brand zei in 1984: Information wants to be freeDeugt Cinner? Kan het gedrag van de weblogster die een artkel van NRC-freelancer Karin de Mik overnam door de beugel? Wat vind je ervan, was de vraag? Dit: wat Cinner deed, deugt niet. Niet volgens de Auteurswet van 1912, niet volgens de veel modernere principes van Larry Lessig (Amerikaans jurist en evangelist van het cc-beginsel), en niet volgens mij.

Wie een compleet artikel overneemt, pleegt diefstal. Wie zonder bronvermelding significante stukken, quotes of idee-en overneemt, pleegt plagiaat. De reactie van De Mik en haar belangenbehartiger is misschien onaardig en hardvochtig principieel, maar daarom niet minder terecht.

Wat mij meer fascineert is dit: hoe komt het dat grote groepen mensen tegenwoordig lak hebben aan het auteursrecht en dat recht zelfs als onrechtvaardig ervaren? Met de extremen van onze cut&paste-cultuur hebben in de eerste plaats de entertainment- en nieuwsindustrie te maken gekregen: vanaf de dag dat we digitaal konden kopieren en verspreiden zijn we illegaal muziek en films gaan dupliceren.

Los gezongen

Maar er is iets nog fundamentelers aan de hand. Onze verhouding tot informatie is anders geworden. We geven meer informatie over ons zelf weg en verwachten meer informatie over alles overal en altijd makkelijk te kunnen vinden. Het is alsof die informatie zich steeds verder van zijn bron loszingt, en daardoor ook van zijn oorspronkelijke eigenaar.

We laten informatie als het ware vrij, lang nadat Stewart Brand (zie foto) in de vroegste dagen van internetgemeenschappen “information wants to be free” riep. Die leuze werd het motto van de linksige hackersbeweging in San Francisco en daarna een – overigens steeds hollere – strijdkreet van de internetcultuur. De leuze perverteerde tot iets plats: “free” ging steeds meer “gratis” betekenen, en steeds minder “vrij” (“free as in free beer, not free speech“).

Ongemerkt is informatie inmiddels vrij geworden. Vrij om met andere informatie in het machinepark van een zoekmachine nieuwe informatie te vormen. Vrij om zonder expliciete opdracht zijn weg te vinden naar een nieuwe bestemming, naar nieuwe ontvangers. Sommigen noemen deze netwerkinformatie een vorm van kunstmatige intelligentie – en ik denk dat ze gelijk hebben.

Tegen deze achtergrond is de diefstal van Cinner veel begrijpelijker (plagiaat was niet aan de orde, Cinner noemde keurig de bron). Het verklaart misschien een beetje waarom zij haar diefstal niet voelt als diefstal (of dat althans niet deed totdat ze er de rekening voor kreeg). Ook zou het een motivatie voor aanpassing van de Auteurswet moeten zijn, want hoe lang is een recht nog een recht als het niet meer als recht wordt beleefd?

Reacties zijn gesloten.