Wat ik lees als ik niet las

Wat ik lees als ik twee weken lang nauwelijks blogs gelezen heb: Kevin Kelly en Chris Anderson over de “gratis” economie. The New York Times over de krantencrisis. De uitslag van een “long bet” tussen blogger Dave Winer en de Times (die toch weer anders uitpakt dan we allemaal dachten). Tien tips voor Amerikaanse bloggers om uit handen van justitie te blijven.

En nog een paar. Slashdots Malda over een nieuwe site in de Bits-rubriek van The New York Times. Erwin Blom over Kelly en Zweden. Joi Ito over Larry Lessig. Her en der wat publicaties over het bod van Microsoft op Yahoo en de “social graph“-API van Google. Dat telt op tot een tiental artikelen die nu open staan in mijn browser, of gemarkeerd zijn voor latere consumptie in Google Reader.

Waarom vertel ik dit? Om mijzelf uit te leggen waarom ik een dag of veertien amper toekwam aan blogs. Normaliter lees ik ‘s ochtends vroeg de kranten (Volkskrant, NRC Next, Dagblad van het Noorden) en daarna, nog thuis, een kwartier lang de koppen van mijn rss-reader. Op zaterdagochtend, zoals nu, of op doordeweekse avonden, ga ik er langer voor zitten. Daarbij krijgt de krant steeds minder mediaminuten, en het net steeds meer.

Die shift van offline naar online loopt verder uit de hand als ik aan het schrijven ben. Zo heb ik vorig weekend goeddeels besteed (naast de boodschappen en een paar uur op de tennis- en squashbaan) aan een artikel over de Code voor de Journalistiek. Dat stuk verscheen afgelopen donderdag in de Volkskrant en was tegelijkertijd mijn voorbereiding voor een lezing in Leiden, op een werkconferentie over mediaregulering van het ministerie van OC&W.

In dit ritme zit ik al een paar jaar. Bevalt prima. Ongetwijfeld zijn er onderwerpen die ik verwaarloos, die buiten mijn focus vallen, dat nu eenmaal volloopt met een mix van media, recht, innovatie, ethiek, technologie en journalistiek. Zo weet ik nauwelijks waarover Boer Zoekt Vrouw gaat, volg ik van het buitenlandse nieuws eigenlijk alleen de Amerikaanse presidentsverkiezingen fatsoenlijk en heb ik moeite me te concentreren bij binnenlands-politieke onderwerpen.

Ik denk liever twee keer langer na over kwesties die me wel interesseren. Stuk van Volkskrant-collega Peter Giesen bijvoorbeeld, vandaag, over de “Kermis van de moraal”. Giesen beschrijft hoe onderbuiksentimenten mainstream zijn geworden en de beschavende disciplinering van de zuilen is geweken voor de grenzeloze ruimte van internet. Ga ik vandaag of morgen dieper op in.

Stem of voeg toe aan :

3 Comments on Wat ik lees als ik niet las

  1. Op zijn weblog henkblanken.nl kondigt Blanken aan een dezer dagen met weer een stuk te komen: “Zo heb ik vorig weekend goeddeels besteed (naast de boodschappen en een paar uur op de tennis- en squashbaan) aan een artikel over de Code voor de Journalistiek. Dat stuk verscheen afgelopen donderdag in de Volkskrant en was tegelijkertijd mijn voorbereiding voor een lezing in Leiden, op een werkconferentie over mediaregulering van het ministerie van OC&W. (…) Ongetwijfeld zijn er onderwerpen die ik verwaarloos, die buiten mijn focus vallen, dat nu eenmaal volloopt met een mix van media, recht, innovatie, ethiek, technologie en journalistiek. (…) Ik denk liever twee keer langer na over kwesties die me wel interesseren. Stuk van Volkskrant-collega Peter Giesen bijvoorbeeld, vandaag, over de “Kermis van de moraal”. Giesen beschrijft hoe onderbuiksentimenten mainstream zijn geworden en de beschavende disciplinering van de zuilen is geweken voor de grenzeloze ruimte van internet. Ga ik vandaag of morgen dieper op in.” http://www.henkblanken.nl/?p=502

    Waarom zal me het niet verbazen als het stuk waar Henk het over heeft, zal gaan over pers, journalistiek en media die hun identiteit kwijt zijn, over duidelijke en eigen keuzes voor de media zelf, om het vertrouwen van de burger terug te winnen, over een eigen identiteit, en het daarvoor uit durven komen, zodat de burger weer weet met wie hij te maken heeft, weer weet van wie -lees: uit welke hoek- het nieuws afkomstig is. Waarom zal het me niet verbazen als Henk zijn stuk zal gaan over de ‘toppen’ van de zuilen die overlegden met elkaar, compromissen sloten (of niet) en bepaalden, over de mensen binnen de zuilen die volgden maar de mensen in de andere zuilen niet opzochten, omdat ze niet durfden, niet konden, niet wilden of niet mochten. Over de ´ruimte´ die we, zeiden we, anderen daarmee gaven en de ‘tolerantie’ die uit die tijd stamt, maar hoe we ondertussen vergaten hoe betrokkenheid bij anderen dan onze gelijkgestemden voelt.

    Waarom zal het me niet verbazen als Henk gaat opmerken dat als er enigszins meer structuur aangebracht wordt, internet kan helpen die betrokkenheid bij anderen dan onze gelijkgestemden meer vorm te geven, en het daarmee heel goed naast de gevestigde pers kan bestaan, die door de komst van internet het richtinggeven, het sturen, dat ze altijd zo graag deed en eigenlijk nog zo graag wil doen verloren zag gaan want daar door de komst van internet niet meer toe bij machte is.

    En heel misschien zal Henk dan in zijn stuk ook nog reppen over hetgeen in de discussie over de toekomst van de journalistiek op dit moment ontbreekt, namelijk dat er te weinig vanuit de ontvangers wordt gedacht. Waarmee ik niet bedoel, integendeel zelfs, het publiek bedienen in de zin van hen “vertellen wat zij (denken te) willen horen om zich betrokken te voelen en daarmee lezers te blijven van een krant, luisteraars van de radio, kijkers van de tv”, maar waarmee ik bedoel: Wat maakt dat de gevestigde journalistiek denkt dat de burger (nog) geinteresseerd is in het nieuws dat de waakhond brengt?

    Als het doel van journalistiek informeren is, zoals Frits van Exter op DNR schrijft (www.denieuwereporter.nl/?p=1433#comments) maar dit informeren zoals dat in de tijd van de verzuiling slechts beperkt blijft tot het informeren van een groep min of meer gelijkgestemden, dan vraag ik mij af of journalistiek niet meer een middel was om een doel te bereiken, en nu nog steeds een middel is om een doel te bereiken. Misschien is dat wat de pers eens moet doen: haar doelen herformuleren. Wat niet perse betekent dat er nieuwe doelen moeten komen, het kan ook heel goed betekenen dat oude doelen nieuw leven ingeblazen moeten worden.

  2. Henk Blanken // 9 februari, 2008 at 20:58 //

    @Lia: daar gaat het vast allemaal ook over. :-)

  3. Great. Dan verandert er misschien eens wat.

Comments are closed.