Google moet onder de Mediawet

Google moet onder de Mediawet

Google moet onder de Mediawet vallen, beweer ik [in het persbericht dat vandaag verspreid wordt, vooruitlopend op de publicatie van Mediamores, dat op 11 mei verschijnt bij Uitgeverij Atlas].

Google lijkt een zoekmachine op internet, maar is een mediabedrijf dat als bijna-monopolist het businessmodel van oude media, van kranten, tijdschriften, radio en televisie, in hoog tempo uitholt.

Oude media moeten zich aanpassen, is het niet aan Google, dan wel aan de digitale cultuur van de Google-generatie. De digital natives, iedereen onder de 35, zijn opgegroeid met een overvloed aan informatie.

Ze lezen amper betaalde kranten en kijken minder tv. In plaats daarvan lezen ze hun Hyves, luisteren naar LastFM en kijken naar YouTube. En Google, de drukpers van de 21ste eeuw, wijst ze de weg.

Het vindt mij wel

Ten onrechte zien klassieke media Google niet als mediabedrijf. Google maakt geen nieuws, maar verspreidt en filtert het wel. De Google-generatie gebruikt de zoekmachine om zelf keuzes te maken, en achtergronden bij het nieuws te vinden.

Hun vertrouwen in Google is groter dan in kranten terwijl ze niet bang zijn iets te missen: “Als het belangrijk genoeg is, vindt het nieuws mij wel.”

Ook de overheid ziet Google niet als mediabedrijf. Waar de overheid omwille van de pluriformiteit van de pers beperkingen oplegt aan oude media, staat zij toe dat Google een marktaandeel heeft van 95 procent.

Tot nu toe negeert minister Plasterk Google. Hij trekt 8 miljoen uit om de kranten te innoveren, maar zou er goed aan doen zich te verdiepen in de mediaconsumptie van de Google-generatie, zoals het Medialogica-rapport al in 2003 adviseerde.

Om de journalistiek

In Mediamores leg ik uit dat traditionele massamedia zich moeten aanpassen aan de digitale cultuur van de internetgeneratie. Niet om die massamedia te redden, maar wel om te voorkomen dat met de krant ook de journalistiek wegkwijnt.

Mediamores beschrijft hoe de journalistieke ethiek verandert door de opkomst van internet. Het uiteenvallen van de massamedia en het eigenwijze mediagedrag van de Google-generatie zorgt voor nieuwe dilemma’s.

Hoe gaat de journalistiek om met privacy als we op internet alles van elkaar mogen weten? Moeten de media de mensen kunnen “vergeten” die last hebben een jeugdzonde die via Google blijft opduiken? Waarom houdt Wikipedia zich beter aan journalistieke normen dan Peter R. de Vries? En wie is eigenlijk nog journalist als iedereen “burgerjournalist” kan zijn?

Reacties zijn gesloten.