Henk Blanken

Print Friendly, PDF & Email

Dertien lessen (9): Tristan en het kletskanaal

13 april 2011 Geen categorie 0

Twitter wint op snelheid, kopte NRC Next nadat het nieuws over het drama in Alphen aan den Rijn warempel eerder daar dan bij de oude media te vinden was. Hoe dat gaat? Als nieuwsjunk scan je internet uiteraard mobiel, valt je oog op een headline over die schietpartij, en grijp je naar Twitter om alles nú aan de weet te komen.

Verslaggever Derk Walters is zo’n nieuwsjunk. In Next vertelt hij hoe hij dankzij Twitter in no time weet dat de dader een ex-militair is, ook zijn eigen moeder heeft vermoord, en een kind heeft doodgeschoten, en dat er explosieven liggen in drie andere winkelcentra. “Het probleem is alleen dat geen van bovenstaande berichten blijkt te kloppen.”

Twitter was snel, maar bleek ook op andere punten onbetrouwbaar. De tweep die zei ook Tristan van der Vlis te heten, bleek een fabulerende trol. Die naam werd, schrijft Next, ook niet onthuld op twitter, maar “gewoon” door de online Telegraaf. Zoals de eerste foto van Tristan niet door twitteraars werd gevonden, maar door RTL.

Nieuwsbron

Goed moment om twitter te debunken, dus? Dat nou ook weer niet. Het gaat wat ver om te beweren dat de sociale site faalt als nieuwsbron, zoals Next doet. Twitter is een uitstekende bron, zij het een soms nogal onbetrouwbare. Voor journalisten zou dat geen probleem moeten zijn; ze gebruiken Wikipedia – dat gefundeerd is op soortgelijke netwerkstructuren als Twitter, en navenante zwakheden kent – ook niet als definitieve bron, toch? Hooguit als vertrekpunt.

Als Twitter – of heel internet – wordt getypeerd als onbetrouwbare nieuwsbron is er meestal nog iets anders aan de hand. Vaak zit er een toontje in (“dat kletskanaal”), iets dat het midden houdt tussen broodnijd en journalistieke beroepstrots (“wij zijn tenminste professionals”), en een schrijnend onbenul van wat Twitter is.

Twitter is geen nieuwsbron. Zo min als de veemarkt een bron is. Of “de politiek”. Een boer kan bron zijn, net als een politicus, of een twitteraar. Maar we doen soms alsof het technische platform vergelijkbaar is met een medium als een krant of een tijdschrift. Terwijl pakweg Next een chef, telefoonnummer en postbus heeft, en mensen die verantwoordelijk zijn voor wat er in die krant staat, waar je daar bij Twitter niet op hoeft te rekenen.

Tijd

Toch is Twitter weer wel een concurrent van journalisten. Maar meer zoals GTST, World of warcraft, boodschappen doen op zondag en een potje golf dat ook zijn. Allemaal strijdt het om de vrije tijd van de consument. Dat journalisten die strijd aan het verliezen zijn, in elk geval schrijvende journalisten, doet zeer.

Ze ergeren zich aan het kletskanaal vol spelfouten, aan die verderfelijke poel van oppervlakkige, strikt particuliere oprispingen, aan de anonieme bagger, aan de verraderlijke trollen en de valse geruchten. Allemaal frustratie, terwijl Twitter wel degelijk gebruikt kan worden om nieuws te vergaren, vooral omdat je mensen kunt vragen mee te denken en door mensen op dingen wordt geattendeerd.

Een half jaar geleden telde Nederland iets meer dan 300.000 tweeps. We moeten het dus niet groter maken dan het is. Zelf zit ik – nummer 7031 – iets langer dan vier jaar op Twitter. Hoewel ik bijna nooit actief twitter, heb ik meer dan 800 volgers, wat iets lijkt te zeggen over het “volgen”; kennelijk kan dat heel passief.

Toch is Twitter een voor journalisten fascinerend netwerk. Nuttig distributiemiddel, zinvol waarschuwingssysteem, verrassend effectieve vraagbaak, handig instrument ook om kokervisie te voorkomen bij journalisten: er praten ook andere mensen mee, die andere dingen belangrijk vinden en andere dingen weten.