Henk Blanken

Print Friendly, PDF & Email

Wat als iedereen weet hoe Van der V. heet

14 april 2011 Geen categorie 1

Binnen enkele uren nadat een man zaterdagochtend in een winkelcentrum in Alphen aan den Rijn begon te schieten op voorbijgangers, meldde dagblad de Telegraaf op zijn website dat die man Tristan van der Vlis heette. Op televisie noemden de NOS en RTL ook zijn volledige naam, net als het persbureau ANP en de GPD, het samenwerkingsverband van regionale dagbladen waarbij ook Dagblad van het Noorden aangesloten is. Tristan van der Vlis, een “autochtone man”, was de dader. Niet Tristan van der V.

Dat is op het eerste gezicht raar. De pers had toch de goede gewoonte de privacy van verdachten en daders te beschermen, net als die van slachtoffers? Waar is de norm gebleven dat journalistieke media initialen gebruiken, al was het maar om familieleden in bescherming te nemen, zoals de ouders van Tristan van der Vlis? Toont het gebruik van zijn volledige naam, net als de opdringerige berichtgeving van sommige media over het 12-jarige meisje in Beijum, niet aan dat de pers verloedert?

Worstelen

Zonder twijfel verandert er iets. En worstelen journalisten. Waar het Algemeen Dagblad en deze krant ervoor kozen de dader bij naam te noemen, hielden de Volkskrant en NRC het bij een initiaal. “Uit principe.” Maar de website van de Volkskrant en een enkele columnist van die krant spraken over Van der Vlis – misschien per ongeluk –, terwijl NRC’s zusterkrant Next welbewust dat uitgangspunt terzijde schoof, en uitlegde dat een “principe zonder effect” potsierlijk wordt.

Als bijkans iedereen weet hoe Tristan heet, wat de volledige naam van Mohammed Bouyeri is of Volkert van der Graaf, is het inderaad zonderling die namen niet te noemen. De Raad voor de Journalistiek, die vaak uitspraken doet over privacy, hanteert dat “potsierlijkheidsbeginsel” ook. Maar de worsteling bij media rond het drama in Alphen toont wel aan dat de norm verschuift. Potsierlijk is een rekbaar en tijdgebonden begrip.

De media verloederen niet, maar veranderen wel. Net als de samenleving. Dertig jaar geleden was de norm dat de pers in Nederland, anders dan bijvoorbeeld Engeland, verdachten met initialen aanduidde. Bijna altijd werd ook de etnische herkomst weggelaten; dat zou stigmatiserend werken, het beeld bevestigen dat elke gekleurde man een straatrover was.

Lik op stuk

Twintig jaar geleden, toen commerciële tv zijn intrede deed, verhardde de pers. De concurrentie nam toe. Journalisten gingen meer op de man spelen, “sterren” en hun privéleven werden belangrijker, misdaadverslaggeving kreeg meer ruimte – alles omdat de lezer het wilde lezen. Sinds een jaar of tien gaat ook de samenleving met wat minder mededogen om met criminelen. Hardere straffen. Lik op stuk. Three strikes out.

Afgelopen weekend gaf justitie de naam van Tristan van der Vlis vrij, zoals ook vaker foto’s van verdachten worden verspreid. Dat dient, zegt men, “een maatschappelijk belang”. Wat dat belang precies is, blijft vaag, laat staan hoe het wordt afgewogen tegen het recht op privacy. Maar de pers interpreteert het als een signaal dat de naam mag worden genoemd.

Kranten die dat niet doen, zijn principieel, maar soms ook praktisch. Hun lezers, bekende oud-Volkskrant-hoofdredacteur Pieter Broertjes naar aanleiding van de aanslag van Karst Tates op de koningin, pikken het niet als dat principe aan de kans wordt gezet.

Het is ook lastig uit te leggen dat een principe niet van ijzer is maar buigzaam, dat veel door internet en sociale media als Twitter potsierlijk is geworden: als iedereen alles al weet, en we ons hele leven op Hyves uitventen, wordt privacy rekbaar. En beoordeelt een krant telkens opnieuw of een dader Van der Vlis heet, of Van der V.

[Dit artikel verscheen ook in Dagblad van het Noorden]

Reacties zijn gesloten.