Henk Blanken

Print Friendly, PDF & Email

Arnon Grunberg schrijft terug

4 november 2016 Leven 0

Het idee dat de dood maakbaar is, schreef Arnon Grunberg vorige week in zijn Volkskrant-voetnoot, getuigt van gevaarlijke hoogmoed. Het ging over het kabinetsplan ouderen met een voltooid leven te helpen met sterven. Dat wij de dood als pijnstiller zijn gaan beschouwen, is gemakzuchtig, vond Grunberg.

Hoogmoedig? Gemakzuchtig? Een paar dagen eerder had ik in de Volkskrant nou juist betoogt dat je de individuele oudere die het leven niet meer draaglijk vind, niet de dupe mag laten zijn van ons collectieve falen in de ouderenzorg. (Als we de zorg niet beter doen, gaan ouderen zo’n voorbeeld navolgen, was het argument)

Ik schreef een reactie op Grunbergs column van 26 oktober, die enkele dagen later in de Volkskrant verscheen. Twee dagen later reageerde hij, waarna we allebei nog eens formuleerden hoe het zat. Hieronder de mailwisseling (met goedvinden van Arnon Grunberg).

img_0095

 

Mijn reactie op Grunbergs column:

In zijn Volkskrant-column van vanochtend stelt Arnon Grunberg dat de gedachte aan een maakbare dood getuigt van gevaarlijke hoogmoed. En wie de dood als een pijnstiller beschouwt, is volgens hem gemakzuchtig. We mogen het noodlot nu eenmaal niet ontkennen.

Zou hij het menen? Wie deed Hugo Claus tekort toen hij in 2008 besloot te sterven omdat hij, geplaagd door Alzheimer, niet meer kon schrijven? Was dat een daad van hoogmoed? Kun je Claus alsnog gemakzucht verwijten?

Ik vermoed dat Arnon Grunberg bedoelt te zeggen dat de mensheid iets verliest als we onszelf kunnen klonen, net als die hond. Genetische manipulatie van graan is misschien tot daar aan toe, maar gekker moet het niet worden. Net zo gevaarlijk vindt Grunberg de maakbare dood.

Hoogmoed? Grunberg lijkt me hier de lichtzinnige romanticus die van het noodlot houdt omdat het zijn leven kleur geeft, en zijn schrijven – zijn bestaan – op gang houdt. Zijn opmerkingen zijn een gemakzuchtig verwijt jegens degenen die zich die luxe niet kunnen veroorloven.

Arnon Grunberg antwoordt op 31 oktober via zijn assistent:

Dhr. Grunberg ontving uw schrijven en vroeg me het volgende door te geven:

Je kunt doorgeven dat als de overheid het noodlot probeert te reguleren door zelfdoding aan te moedigen wij ervan uit mogen gaan dat dit meer kostenbesparing dan humanisme is.

Dat de mens het noodlot ooit kan overwinnen lijkt me een illusie, dat de erkenning dat het noodlot bestaat romantisch is, getuigt van merkwaardige opvattingen over de romantiek. De romantiek lijkt eerder, zie Blut und Boden, aan het noodlot betekenis toe te willen kennen om het op die manier te ontstijgen. Net als de meeste religie.

Dat zelfmoord niet strafbaar zou moeten zijn is een geheel andere zaak.

De vraag is of de overheid zelfmoord moet aanmoedigen en dan nog wel op selectieve wijze. De overheid geeft nog altijd veel geld uit, via de psychiatrie, aan het voorkomen van zelfmoord. De een heeft recht op zelfmoord, de ander niet. De criteria zijn dubieus. Oftewel, de overheid speelt voor noodlot. Dat sommige mensen dat wenselijk vinden, moet wel voortkomen uit de overtuiging dat de overheid de voortzetting van God is op deze aarde.

Mijn reactie daarop, verstuurd op 1 november:

In uw voetnoot in de Volkskrant schrijft u: “De gedachte dat leven en dood maakbaar zijn, is een ontkenning van het noodlot en precies dat is gevaarlijke hoogmoed. Dat wij de dood als pijnstiller zijn gaan beschouwen is tevens gemakzuchtig.”

Dit is de passage waarover ik viel. Laten we de romantiek er buiten laten – dat maakt het nodeloos ingewikkeld. Ik kan de twee geciteerde zinnen hierboven niet anders lezen dan als een verwijt aan degenen die wensen te sterven als het leven ondraaglijk is geworden.

Allicht bedoelde u te zeggen dat de overheid die zelfgekozen dood niet moet faciliteren, of misschien niet meer dan ze al doet met de Euthanasiewet. Ik kan me voorstellen dat u bezwaren heeft tegen het plan van de regering voor een Voltooid Leven-wet, omdat u vreest dat ouderen dat als een aanmoediging zullen ervaren ook maar te sterven.

Maar dat staat er niet.

Ik heb twee heel goede vrienden voor wie het leven zo ondraaglijk is dat ze liever dood willen gaan. Beiden klampten zich vast aan het recht op zelfbeschikking. Als u daar een ontkenning van het noodlot in ziet, so be it. Maar gevaarlijke hoogmoed? Gemakzucht?

Ik heb Parkinson. Na vijf jaar weet ik iets van lijden, hoewel nog lang niet zoveel als mijn vrienden. De aftakeling die mij nog te wachten staat, wil ik wel meemaken. Waardigheid en decorum kunnen mij gestolen worden – gisteren nam ik nota bene voor het eerst plaats in een scootmobiel, wat ten minste een verhelderende ervaring was. Naar alle waarschijnlijkheid eindig ik als hulpbehoevende, afhankelijke invalide, en als ik nog iets meer pech heb dement.

Of ik die laatste fase van Parkinson ook wil meemaken, heb ik nog niet besloten. Maar als ik niet meer kan lezen, denken en schrijven, mag het misschien wel afgelopen zijn. En mocht het zover komen, dan hoop ik dat iemand mij zal helpen als ik niet meer in staat ben er zelf een eind aan te maken. Zoals, inderdaad, Hugo Claus.

Hierover gaat het debat in Nederland nu. Moet hulp bij zelfdoding strafbaar blijven?

Of de overheid die hulp moet reguleren, en als barmhartige stervenshulpverlener moet optreden, is een andere kwestie (in elk geval niet zoals ze nu voorstelt, want dat plan is onuitvoerbaar en hypocriet: het zegt uit te gaan van het zelfbeschikkingsrecht, maar legt de beslissing bij een hulpverlener, wat nauwelijks minder bevoogdend is dan de Euthanasiewet).

Ik vraag me af wat Arnon Grunberg zou doen, de schrijver die ik waardeer om enkele prachtige boeken en meestal lucide voetnoten, als hij niet meer in staat is tot lezen, denken en schrijven. Zou hij dat lot aanvaarden? Omdat willen sterven dan gemakzuchtig is?

Het antwoord van Grunberg op 2 november, via zijn assistent:

Je kunt doorgeven dat in de context van de Voetnoot en de context van de actuele discussie het gaat om de overheid die die dood ontmoedigt, niet om het individu.

Of wij recht hebben te sterven blijft ingewikkeld. Recht ja, maar er is zijn goede redenen, denk ik, dat wij mensen voor zelfmoord behoeden.

Kortom, ik heb het wel degelijk over de overheid; met de ‘wij’ in de Voetnoot zijn niet in de laatste plaats de volksvertegenwoordigers bedoeld.