Henk Blanken

Print Friendly, PDF & Email

Wiet, kramp, kruk

23 november 2016 Leven 0

Op een dag ben je niet ziek meer – maar té ziek. Lang heb ik gedacht dat alleen anderen dat trof, een man als Roelof, met evenveel jaren achter zijn kiezen als ik. Tijdens het wekelijkse fitnessuur bevroor hij ineens en veranderde van een niet meer zo heel fitte maar nog sportieve man in – sorry Roelof, het deed me zeer je zo te zien – een wrak.
Lang ging het me goed. Maar in de eerste week van augustus sloeg de dystonie toe – geen idee waarom of waardoor. Spierverkramping in benen en linker schouder, heftiger dan eerder, pijnlijker vooral. Ik kon ’s ochtends niet opstaan. Tegen de avond kwam het terug. Nieuwe medicijnen hielpen niet of nauwelijks en nu houdt die pijn me ook ’s nachts wakker.
Je bent dan té ziek voor de dingen die je deed. Bij een lezing van Geert Mak, voor vierhonderd, meest oudere fans, kromp ik van ellende. Geert is een fantastische verteller, maar ook mateloos. Ik wilde niet weg, zo goed is zijn verhaal over de levens van Jan Six, maar tussen al die mensen wegschuifelen, naar adem happend, had zijn lezing, nou ja, nogal verstoord.
Er zit niet anders op dan te matigen. Dus heb ik van alles afgezegd. De Van Westerloolezing met Ted Conover in Amsterdam. Een gesprek met een advocaat voor mijn volgende boek. Een klus bij de tennisclub. En zelfs een tweedaagse stilteretraite bij de trappistinner nonnen in een klooster nabij Arnhem, waarop ik mij zeer had verheugd.
Ook hebben we een douchekruk gekocht, waarop ik onlangs in al mijn potsierlijke blootheid plaatsnam. Het viel mee, dat krukje, niet het blote lijf waarop je zittend warempel meer ontluisterend zicht hebt dan staand.
Ik doe minder om het leven in de breedte te kunnen leven, zoals Adri van der Heijden het noemde. Meer tijd voor wat ik ook morgen weer nog wel wil doen. Lezen, schrijven (aan een roman die nooit afkomt) en vertellen over verhalende journalistiek. En ook kreeg ik vandaag de Duitse drukproef binnen van mijn boek, Da stirbst du nicht davon.
De analoge postbode bezorgde me op exact dat moment een flesje wietolie. Je wordt er niet stoned van, maar het schijnt een trefzekere pijnstiller te zijn. De eerste druppel lag nog niet onder mijn tong – ‘Voel je al wat? – of ik begon weer plannen te maken. Ik heb geen talent voor matigen.