Haperende motoriek – recensie Pistoolvinger in Medisch Contact

Haperende motoriek – recensie Pistoolvinger in Medisch Contact

Hans van der Ploeg in Medisch Contact
In Pistoolvinger schrijft de gelauwerde journalist Henk Blanken (1959) gedetailleerd over zijn ervaring met parkinson. Blanken was 51 toen de ziekte bij hem werd gediagnosticeerd. Het boek leest als een fijnzinnig egodocument over de vier jaar waarin zijn motoriek en hersenen steeds meer gaan haperen en hij niet meer kan ontkennen dat hij aftakelt. Behalve uit eerder gepubliceerd werk van de auteur over bijvoorbeeld de 38-jarige Carel, die zo ernstig trilt dat hij met deep brain stimulation wordt behandeld, is Pistoolvinger opgebouwd uit flarden over zijn werk op de krant, zijn jeugd, zijn ouders, en zijn jeugdvriend die lid werd van een religieuze sekte. Blanken heeft altijd getobd met een gebrekkig geheugen. Toch maken juist de autobiografische elementen mede door zijn kunstige en beeldende schrijfstijl de gevolgen van zijn ziekte zo goed invoelbaar: ‘Op een dag in de late zomer van 2013 verdwaal ik in taal. Het overkomt me als de psychologe in het ziekenhuis mij vraagt vijftien woorden te onthouden.’

Het dreigende spook van dementie inspireert Blanken tot diepzinnige beschouwingen over de ziel, de wil en de absurditeit van een wilsverklaring voor euthanasie. Tot zijn schrik gaat hij steeds meer op zijn vader lijken: ‘Al een half leven doe ik alles om maar niet op mijn vader te lijken. Niet zo angstig, niet zo aarzelend. Ondertussen ben ik net zo bang als hij, bang om bang te worden.’