Rupert Murdochs Britse kranten The Times en The Sunday Times gaan in juni achter een betaalpoort. Daarmee flakkert opnieuw de discussie op tussen de gelovigen en de ketters van het gratisnieuws-model. Het ene kamp houdt vol dat nieuws niet gratis mag zijn, want het is duur om te maken. Het andere wijst erop dat nieuws online gratis is, hoeveel bezwaren je daar ook tegen kunt maken.
De opkomst van populistische bewegingen in Europa, ook de Fortuynrevolte en Wilders’ PVV in Nederland, is ten dele te verklaren uit de macht van de massamedia. Dat beweren de politicologen Daniele Albertazzi en Duncan McDonnell, lees ik bij NRC’s Rob Wijnberg. Die conclusie – uit 2008 – is curieus, want je zou ook kunnen vaststellen dat de massamedia juist veel van hun macht zijn kwijtgeraakt.
Onze cultuur wordt niet bedreigd door een overdaad aan informatie, maar door een informatiecrisis. We kunnen alles weten, maar te weinig mensen weten tegelijk hetzelfde. En met samen iets weten beginnen burgerschap en democratie.
Hans Wansink en Warna Oosterbaan schreven een aardig boek over de toekomst van kranten. In een interview met Alexander Pleijter zet Wansink zich af tegen “internetseksuelen” die de krant dood verklaren. Met die internetseksuelen bedoelt hij mij en Mark Deuze, met wie ik samen PopUp schreef. Onder de post op Pleijterblog heb ik gereageerd, omdat Wansink mij wel erg krom citeert.
In de Verenigde Staten is internet voor het eerst een belangrijker bron van nieuws dan de kranten. Uit onderzoek van Pew blijkt dat 40% van de Amerikanen internet noemen als hun eerste bron van nationaal en internationaal nieuws. Nog maar 35% noemt de krant. In september 2007 was dat nog 35% krant tegenover 24% internet. Televisie wordt nog steeds het vaakst genoemd als belangrijkste nieuwsbron (70%).
Voor de media was 2008 het jaar waarin alles veranderde. De eerste, aarzelende innovaties (Next) zijn omgezet in een veel grotere innovatiedrang. Het besef dat kranten geen vanzelfsprekende toekomst hebben, is door kredietcrisis en recessie omgeslagen in lichte paniek. Wie nu beweert dat de journalistiek per se interactief moet worden, of anders met de oude media zal wegkwijnen, wordt niet langer versleten voor fantast of fatalist.
Nu minister Plasterk van Media heeft toegezegd dat hij 8 miljoen euro per jaar vrijmaakt voor vernieuwing van de pers, is de vraag: wat gaan dagbladen met dat geld doen? Anders gezegd: innovatie in de media – hoe werkt dat? Hierbij 21 adviezen voor de pers van Plasterk. Gisteren en eergisteren de eerste veertien, vandaag de laatste zeven.
Nu minister Plasterk van Media heeft toegezegd dat hij 8 miljoen euro per jaar vrijmaakt voor vernieuwing van de pers, is de vraag: wat gaan dagbladen met dat geld doen? Anders gezegd: innovatie in de media – hoe werkt dat? Hierbij 21 adviezen voor de pers van Plasterk. Gisteren de eerste zeven, morgen de laatste zeven.
Nu minister Plasterk van Media heeft toegezegd dat hij 8 miljoen euro per jaar vrijmaakt voor vernieuwing van de pers, is de vraag: wat gaan dagbladen met dat geld doen? Anders gezegd: innovatie in de media – hoe werkt dat? Hieronder de eerste zeven adviezen voor de pers van Plasterk. Morgen en overmorgen nog eens zeven.
Na de “persbrief” van minister Plasterk en de kritiek daarop -te weinig visie, te weinig geld voor innovatie – is er wat te halen in Den Haag. Gisteren lieten de regeringspartijen weten dat het wel een onsje meer mocht zijn, en vandaag kondigt Plasterk in de Volkskrant aan dat hij inderdaad een paar miljoen aan Ster-inkomsten gaat overhevelen naar een innovatiefonds voor de pers.
CDA, PvdA en ChristenUnie willen een noodfonds voor de pers instellen, bericht Trouw vandaag. Uit dat fonds moet iets van lastenverlichting voor de dagbladen worden gefinancierd, bijvoorbeeld door verlaging van het btw-tarief. Daarnaast dient er volgens de coalitiepartijen een innovatiefonds te komen van 30 miljoen waaruit vernieuwende plannen kunnen worden ondersteund.
De uitgever van de op een na beste krant in de VS, Tribune Company, vraagt surceance aan. Daarmee moet het concern – onder andere Los Angeles Times en Chicago Tribune - de ruimte krijgen om zijn schulden te reorganiseren. Het is nieuws van een bijna onbegrijpelijke omvang. Ik kan me niet voorstellen dat er nu nog journalisten zijn die het drama durven te ontkennen.
Verstandige dingen zeggen Hans Wansink en Warna Oosterbaan in hun boek De krant moet kiezen. Ze pleiten voor het behoud van kwaliteitsjournalistiek, die eigenwijs moet zijn, enig zelfvertrouwen moet tonen, open kaart moet spelen met moderne lezers en geen schrik moet hebben voor internet – en wie kan daar tegen zijn. Minder verstandig is dat ze een paar dingen niet zeggen.
Vrijwel geen enkele innovatie op internet is bedacht door oude media. Van Google tot Delicious, van Blogger tot ICQ, van Hyves tot eBay, van YouTube tot Napster – niets daarvan is door journalisten of klassieke uitgevers ontwikkeld. En dat is heel begrijpelijk. Oude media zijn conservatief omdat ze dat moeten zijn. Hun bestaan hangt, niet minder dan dat van de kerk of het huwelijk, aan elkaar van rituelen. Die verander je niet, of hooguit langzaam.
Wie veel conferenties en publieke debatten afloopt, weet dat je al tevreden moet zijn met een (1!) verhelderend inzicht. Dat is vooral waar als die debatten over nieuwe media gaan. De omloopsnelheid van hypes is zo groot dat elk goed idee al snel een verouderd idee is. Toch was die opmerking van Dan Gillmor in Gent wel een eyeopener: er valt nog veel te doen aan reputatiesystemen en als dat goed wordt gedaan, kan het concept uitgroeien tot het volgende Grote Verdienmodel.