oktober 29th, 2005

Waarom overleeft de journalistiek wel?

Met kranten loopt het op den duur slecht af, maar journalistiek heeft de toekomst. Zei ik tijdens een lezing, donderdag bij de Universiteit van Leiden (zie Minitrue, Blognoot en Frankwatching). Strekking van het verhaal: ga betere journalistiek bedrijven, en blijf niet hangen in oude vormen en gedachten. Durf de controle bij de lezer te leggen. Betrouwbaarheid en distantie zijn niet langer genoeg. Ze kunnen niet zonder transparantie, authenticiteit en betrokkenheid.

Organisator Rob Punselie in Leiden - Foto Arjan DasselaarMaar nu de vraag: klopt het? Of ben ik - al meer dan eens versleten voor de grafredenaar van de dagbladjournalistiek - te optimistisch over de florissante toekomst van mijn vak? Is de wens de vader van de gedachte?

Kort samengevat het voorafgaande. Betaalde kranten zullen als dragers van de journalistiek oplage blijven verliezen, omdat nieuwe mediaconsumenten kunnen kiezen uit een te groot aanbod van gratis nieuwsbronnen die bovendien veel beter passen bij hun wensen: korter en beeldender nieuws waarover ze zelf in zekere mate controle hebben, en waarin ze kunnen participeren (door te reageren).

Nieuwe mediaconsumenten vragen om een andere journalistiek. De journalist moet transparant zijn, men moet weten waar hij voor staat, wat zijn bronnen zijn, wat zijn agenda is - en hij moet de lezer de kans geven die dingen te controleren. Hij mag best een mening hebben, en die uiten, graag zelfs, zo lang maar duidelijk is waarom. En hij moet authentiek zijn, echt, integer, the real stuff.

(Overigens denkt Arthur Sulzberger jr, uitgever van The New York Times, daar anders over. Nee, zegt hij, “information does not want to be free”. En wat er echt toe doet voor de journalistiek zijn autoriteit, expertise en community - via Steve Yelvington.)

Even heb ik gedacht dat in een postmoderne samenleving authenticiteit er niet langer toe deed. De populariteit van Big Brother en docusoaps deed me vrezen dat entertainment voor nieuwe mediaconsumenten van de Yahoo-generatie belangrijker was dan de vraag of iets waar of onwaar was. Wat deed het ertoe dat een verhaal gedeeltelijk verzonnen was als het een goed verhaal was? Kon Jayson Blair, behalve als oplichter, ook gezien worden als een icoon van zijn generatie?

Die ontmoedigende gedachtegang werd onderuit gehaald door een lezing, nu een jaar geleden, van een antropologe van Microsoft. En door onderzoek van Irene Costera Meijer van de Universiteit van Amsterdam. De eerste beweerde dat echt en onecht online juist wel van enorm belang waren voor jongeren, dat ze weliswaar behendig en losjes met die categorieen omgaan, maar er niettemin grote waarde aan hechten. Ze hebben geen bezwaren tegen een hoax of een dubbele identiteit, maar ze laten zich niet in de maling nemen door een marketeer die er misbruik van probeert te maken.

Beau Costera Meijer - universitair hoofddocent mediastudies - voegde daar in een onderzoek (dat ik nu in alle beknoptheid verschrikkelijk onrecht aan doe) een derde categorie aan toe. Zij zei dat jongeren niet alleen heel goed het verschil kennen tussen echt nieuws en nep nieuws, maar zelf ook geen moeite hebben met “lekker nieuws”, een tussenvorm die je door RTL Boulevard en Beau van Erven Dorens tot grote hoogten is gebracht. Zie Medialog voor meer.

In Leiden heb ik geprobeerd uit te leggen dat ik geloof in de toekomst van journalistiek zolang er nog een publiek is dat het verschil waardeert tussen feit en fictie. Maar op die redenering valt wel wat af te dingen (en als de lezer dat niet doet, doe ik het zelf). Want wie zegt dat je een journalist nodig hebt om echt van nep te onderscheiden? En omgekeerd: misschien gaat het er helemaal niet om dat een journalist voor de lezer controleert wat waarheid is en wat niet, maar concentreert zijn taak zich op het selecteren van nieuws, en dus op het waarderen van feiten.

Stem of voeg toe aan Uitleg over het gebruik van deze icons : Plaatsen/stemmen op eKudos Plaatsen/stemmen op NUjij Plaatsen/stemmen op MSN Reporter Plaatsen/stemmen op Digg Stumble it! Voeg dit artikel toe aan Del.icio.us Voeg toe aan je favorieten op Technorati Voeg toe aan je Google bladwijzers Voeg toe aan je Facebook-profiel Abonneer je op de RSS-feed van deze site Verstuur deze pagina per e-mail via Feedburner Maak een notitie op deze pagina met Fleck

Gepost in Blog, De glazen cel, Popup

Volg commentaar op deze post in de commentaar RSS 2.0 feed. Reageer, of trackback.

12 Responses to “Waarom overleeft de journalistiek wel?”

  1. Dit is Berry » Blog Archive » De toekomst van de journalistiek:

    [...] ouden ze elkaar als het ware in slaap,” stelde bijvoorbeeld Herbert Blanken. Op zijn eigen weblog toont hij zich echter optimistisch over de toekomst van de dagbladjournalistiek: In Leiden heb [...]

  2. Berry:

    Hmm, jammer dat trackbacks zichzelf niet updaten… ik heb wat wijzigingen aangebracht, sorry voor de slordigheden :-)

  3. Mark Deuze:

    Helaas kon ik er gisteren in Leiden niet bij zijn. Ben op dit moment 20+ papers van studenten aan het nakijken - we doen onderzoek naar allerlei voorbeelen van ‘creatieve industrie’, waarin individuele (en participatieve) creativiteit commercieel relevant wordt gemaakt. Denk daarbij voor de journalistiek aan Bluffton Today” en de Rheinische Post”.

    Henk schrijft: “In Leiden heb ik geprobeerd uit te leggen dat ik geloof in de toekomst van journalistiek zolang er nog een publiek is dat het verschil waardeert tussen feit en fictie. Maar op die redenering valt wel wat af te dingen (en als de lezer dat niet doet, doe ik het zelf). Want wie zegt dat je een journalist nodig hebt om echt van nep te onderscheiden? En omgekeerd: misschien gaat het er helemaal niet om dat een journalist voor de lezer controleert wat waarheid is en wat niet, maar concentreert zijn taak zich op het selecteren van nieuws, en dus op het waarderen van feiten.”

    Hier gaan twee dingen mis in de redenering over de toekomst van de journalistiek: de idee dat ‘journalistiek’ iets anders is dan ‘publiek’ en de idee dat ‘journalistiek’ hetzelfde is als ’selectie’ (oftewel: de aloude gatekeeper rol).

    Allereerst lijkt het er toch sterk op dat we langzaam maar zeker het 20ste eeuwse tijdperk van ‘het publiek’ aan het ontgroeien zijn: mediagebruik is in toenemende mate synoniem met mediamaken. Henry Jenkins noemt dit de culturele convergentie van consumptie en produktie van (massa-) media.

    Daarnaast suggereert Axel Bruns dat gatekeeping langzaam maar zeker vervangen wordt door gatewatching: de eerste activiteit dient vooral ter meerdere eer en glorie van journalisten, de tweede handeling verrichten we allemaal, non-stop, overal, individueel en collaboratief (net zoals ‘t uitkomt).

    Zeker, er is een toekomst voor de journalistiek. In PopUp zijn we allemaal journalisten.

    De vraag is, of dat werkelijk een stap vooruit is.

  4. Henk:

    We zijn bezig met een definitie van journalistiek terwijl die journalistiek aan het veranderen is. We schieten met andere woorden op a moving target.

    Laten we ‘oude’ van ‘nieuwe’ journalistiek onderscheiden, waarbij ‘oude’ journalistiek inderdaad, zoals Mark schetst, top-down was, voorbehouden aan een kaste van journalisten die zichzelf zagen als gatekeepers, en die gemeenlijk lak hadden aan de mening van het publiek, hun lezers.

    Ik geloof werkelijk dat er voor ‘oude’ journalistiek geen plaats meer is, langzamerhand. Dat is een gevolg van de Mediarevolutie en de opkomst van peer tot peer netwerken. Consumenten zijn - inderdaad Mark - hun eigen producenten geworden. Vandaar mijn provocatieve vraag: kunnen ze het niet zonder ons, zonder de journalisten, zelfs als we ons ontwikkelen tot ‘nieuwe’ journalisten.

    Nieuwe journalisten luisteren wel, houden wel rekening met hun publiek, laten lezers wel participeren - en doen nog wat andere dingen die ik kritisch acht: ze zijn transparant, authentiek en betrokken. Maar zelfs dan, zelfs als we ons zo ver ontwikkelen, bestaat er dan nog behoefte aan ‘de journalist’? (En dan schiet het natuurlijk niet op als we, omdat we nu eenmaal in een nieuwe egalitaire samenleving verkeren, iedereen maar journalist noemen, zoals Mark een beetje doet; dan is de tegenstelling weg en dus de discussie overbodig).

    Ik voel meer voor de gedachte van Bruns, die journalistiek ziet veranderen van gatekeeping in gatewatching. Maar anders dan Mark kennelijk doet, geloof ik dat iemand - journalist of niet - nog wel iets moet kunnen om gatewatcher te zijn. Daarmee suggereer ik niet dat journalisten betere mensen zijn, of nog steeds tot een andere kaste behoren. Ik bedoel dat het helpt als ze getraind zijn.

    Journalistiek is geen houding, zoals de gedachtegang van Mark suggereert, maar een vak met een bijbehorende set aan vaardigheden. Het selecteren van informatie. Het presenteren van informatie. Het beoordelen van informatie. En in toenemende mate: het creeren van informatie in de vorm van opinies.

    Daarom geloof ik in een toekomst voor de journalistiek, voor deze professionele vorm van journalistiek. Die zal niet langer voorbehouden zijn aan leden van de NVJ, of aan de werknemers van de Oude Media. Maar wel zal die beter functioneren naar mate de journalisten beter toegerust zijn, hun vak beter verstaan.

  5. Henk:

    Nog een nagedachte, of gewoon een vraag aan Mark: zie jij een toekomst voor de journalistiek als vak? Dus niet als houding, of mentaliteit, maar als iets wat je kunt leren, kunt doceren, een vak met mores en codes ook?

  6. Mark Deuze:

    Vanzelfsprekend is er een toekomst voor journalistiek: als houding, als beroep, als ’skills set’. Om die toekomst te zien, moeten we een aantal ‘moderne’ schellen van onze ogen halen:

    1. In de eigentijdse informatiesamenleving en kenniseconomie zijn redactionele vaardigheden een vereiste om te kunnen overleven - ergo: iedereen is/wordt journalist.

    2. Journalistiek als beroep is gedurende het massamediale tijdperk van de 20ste eeuw een nogal eendimensionaal vak geworden: “telling people what they need to know”. Dat mag voor sommige mensen soms best relevant zijn (denk aan de Metro in de trein op weg naar werk of school), maar er bestaan steeds meer definities van journalistiek. Ofwel: journalistiek is complexer, betekent veel meer dan het 20ste eeuwse top-down en beroepsmatig arrogante model van “ik weet wat het beste voor U is”.

    3. Tot slot: journalistiek als ‘houding’, waarbij ideale waarden horen als waarheid, betrouwbaarheid, ethiek, sociale verantwoordelijkheid. Die waarden zijn hard nodig, maar daarentegen ook onderhandelbaar. Dat ‘postmoderne’ besef dringt bij iedereen door, en zorgt voor veel onrust (en een vlucht van velen naar warrige ‘waarden en normen’ of georganiseerde religie). Waar ik niet uit ben - ik vraag Henk en iedereen die deze site en PopUp verrijkt met bijdragen en bezoek om hardop mee te denken - wat een ultiem ‘moderne’ houding als journalistiek moet in een ‘postmoderne’ mediacultuur waar ieders individuele woord wet lijkt?

    Zeker, de journalistieke houding is mooi en noodzakelijk. Ik weet dat die houding niet exclusief is voor journalisten, maar ook niet voor bloggers of “burgerverslaggevers”. Wat is de Derde Weg?

  7. Arnoud:

    Ten eerste mijn complimenten voor de kwaliteit van de berichten en discussies op dit blog. Een zeldzame uitzondering, dunkt mij, tussen veel blogs die aan de oppervlakte blijven en waar reacties werkelijk niets toevoegen.

    Als ik Mark Deuze goed begrijp, vindt hij dat iedereen die nieuws ‘maakt’ journalist is. Een set vaardigheden en een paar journalistieke waarden en dan ben je journalist.

    Dat is de houding die mij ook is opgevallen op de School voor Journalistiek in Zwolle. Ik ben het daar niet mee eens. Journalistiek is niet te leren. Journalisten zijn diamanten; je moet ze wel slijpen voor een mooi resultaat, maar van glas kun je nooit een diamant maken. Excuses voor de onhandige zinsbouw, maar ik hoop dat de boodschap evengoed overkomt.

    Natuurlijk, journalistiek kun je bedrijven met een set vaardigheden en een paar waarden, welke dat in de toekomst mogen worden. Maar dat lijkt me een te ruime defintie van journalistiek (hoewel dat natuurlijk arbitrair is). Een journalist werkt ook met zijn onderbuik, een (aangeboren?) drang naar nieuws en uitleg. Het verlangen om iets tot op de bodem uit te zoeken, een onrechtvaardigheid aan het licht te brengen enzovoort. Dat is denk ik wat journalisten onderscheidt van welwillende amateurs (die naar mijn smaak iets te vaak op redactievloeren te vinden zijn).

  8. Mark Deuze:

    Het argument van Arnoud - dat journalistiek meer is dan louter wat vaag gearticuleerde idealen en het vermogen informatie te schiften, te bewerken, en te reproduceren - lijkt me relevant. ik vraag me alleen af of dat ‘onderbuikgevoel’ of die ‘neus voor het nieuws’ slechts voorbehouden is aan die mensen, die beroepsmatig werkzaam zijn voor (commerciele and wel publieks-) nieuwsmedia?

    overigens: ik ben geen cultuur-relativist, dwz ik denk niet dat iedereen journalist is en dat dit verder prima is. sommige journalisten zijn beter dan andere. ik bevraagteken alleen of journalistieke kwaliteit slechts voorbehouden is aan de parlementaire redacties van landelijke dagbladen, als we weten dat ook een onafhankelijke eenling met een weblog schitterend journalistiek werk kan verrichten?

    ik maak me met andere woorden sterk voor een complexere, rijkere definitie van journalistiek - inderdaad in de richting zoals door voormalig UvA-collega Irene Costera Meijer uiteengezet. graag zte ik daarbij nog een extra stap - en dat is ook het punt van PopUp m.i. - namelijk de convergentie van mediamaken en mediagebruiken. d.w.z. dat we naar een nieuw model van mediawerk toe moeten waarin er geen hierarchisch verschil meer wordt gemaakt tussen ‘publiek’ en ‘journalistiek’, maar waar er toch concrete spelregels/ aanspreekpunten/ verantwoordelijkheden zijn voor de journalistieke ‘diamanten’.

    DAT lijkt me het dilemma.

  9. Henk:

    De vragen die Mark stelt nog even op een rij:
    1. hoe kunnen verschillende vormen van journalistiek naast elkaar bestaan en elkaar verrijken?
    2. Hoe kunnen ‘professionele’ journalisten iets hebben aan ‘amateur’ journalisten?
    3. Welke ’spelregels’ blijven er bestaan voor journalistiek als het spel niet meer is voorbehouden aan ‘professionals’?
    4. En de meest inspirerende vraag (iets hoger op deze pagina): wat betekent een ultiem ‘moderne’ houding als journalistiek in een ‘postmoderne’ mediacultuur waarin ieders individuele woord wet is?

    Een poging tot antwoorden:
    1. Oude journalistiek zal moeten onderkennen dat er nieuwe journalisten zijn. We zullen moeten inschikken, is het niet uit respect voor de lezer die producent is geworden, dan wel uit economische noodzaak. Als we niet luisteren, als we onze arrogante houding niet opgeven, raken we de lezer kwijt, daarna ons medium, daarna onze raison d’etre.
    2. We kunnen leren van blogs. Blogs zijn een open laboratorium waarin voor het oog van de wereld de media opnieuw worden uitgevonden. Naar harte lust wordt er geexperimenteerd op een wijze die wij ons niet kunnen veroorloven. Omgekeerd kunnen bloggers een paar dingen leren van de oude journalistiek. Zoals: check je feiten, vertel een verhaal boeiend.
    3. Kunnen spelregels bestaan in een ‘open’ spel? Dat lijkt een innerlijke tegenstelling. Van de andere kant: de open source beweging kent ook spelregels. Bij de ‘open’ ontwikkeling van Linux wordt bijvoorbeeld de positie van opperontwikkelaar Torvalds gerespecteerd. Open journalistiek kan juist - zo wil de paradox - profiteren van het netwerk door gebruik te maken van reputatiesystemen. Zie hoe dat bijvoorbeeld bij http://www.slashdot.com gebeurt.
    4. De laatste vraag is overgenomen van Mark. Ik weet niet of ik hem helemaal begrijp. Met name de tegenstelling tussen modern en postmodern. Bedoel je dat letterlijk, in historische zin dus? Is de journalistiek houding zo typisch voor de moderne tijd en misschien wel a-typisch voor de postmoderne tijd?

  10. Arnoud:

    Mark, natuurlijk heb je een punt als je de vraag stelt dat de ‘neus voor nieuws’ niet is voorbehouden aan journalisten die werkzaam zijn bij nieuwsmedia. Mijn argument was dat het ‘onderbuikgevoel’ het kaf van het koren scheidt in de journalistiek. Misschien dat ik had moeten toevoegen dat het of en waar werkzaam zijn in de journalistiek er niet toe doet.
    Toch zet ik mijn vraagtekens bij jouw stelling dat een iedereen een journalist kan zijn. De praktijk leert dat minimaal 99 procent van de weblogs geen enkele journalistieke waarde heeft ( ‘mijn konijn is dood’, ‘ben vandaag wezen winkelen’; de dagboekblogs, en ‘kijk eens daar en daar voor een leuk spelletje’, de linklogs). Zou je concrete voorbeelden kunnen noemen van weblogs van eenlingen met schitterende journalistiek?

    Henk, uiteraard zijn er nieuwe journalisten. Maar weblogs zijn niet de grootste bedreiging op internet; dat zijn gratis nieuwssites. Waarom surfen zoveel mensen vaak naar Nu.nl? Het is gratis, overzichtelijk en geeft alle headlines binnen tien seconden prijs. ‘Oude’ media hebben nu eenmaal al een naam opgebouwd en kunnen dus in de wereld van internet hun slag slaan door zich te modelleren naar dit soort nieuwssites. Krantensites zijn nu nog te ingewikkeld (rubrieken waarop je moet klikken, aparte pagina met anp-berichten enzovoort) om echt potten te breken.

    De mogelijkheid tot reageren is leuk, zelf nieuws maken is ook aardig, maar op den duur zal zich, denk ik, een omgekeerde ontwikkeling voordoen, waarvan de beginsignalen zich nu aftekenen. Bij de aanslagen in Londen probeerde ‘gekken’ met een camphone en een weblog foto’s te maken van slachtoffers in plaats van te helpen of plaats te maken voor hulpverleners. Bij orkaan Katrina (of was het Rita) in New Orleans waren het weblogs die melding maakten van grootschalige moorden, verkrachtingen en plunderingen die (in elk geval op die schaal) helemaal niet hebben plaatsgevonden. User-generated-content heeft voordelen, maar in elk geval ook een groot nadeel; op weblogs kan zonder meer alles gezet worden en de consument heeft niets te verliezen als hij geen check-dubbelcheck pleegt; er staat geen baan op het spel.

    Ook dat is kaf van koren scheiden; aandachtzoekers tegenover journalisten.

  11. Artikel 1: de toekomst van de journalistiek « trends nieuwsconsumptie:

    [...] en zo houden ze elkaar als het ware in slaap,” stelde bijvoorbeeld Herbert Henk Blanken. Op zijn eigen weblog toont die zich echter in elk geval wel optimistisch over de toekomst van de dagbladjournalistiek [...]

  12. De lezer is de baas - Frankwatching:

    [...] Waarom overleeft de journalistiek wel? (Henk Blanken op MediaBlog, 29 oktober 2005) [...]

Reageer

XHTML: Gebruik van deze tags mag <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>