Spionnen en een persmuskiet

Opwindend verhaal. Twee geheim agenten van de AIVD lekken dossiers over de beveiliging van de Dalai Lama en de Irak-oorlog aan een journaliste van De Telegraaf. Die ’persmuskiet’, Jolande van der Graaf, schrijft onthullende artikelen in haar krant. Wat ze niet weet, is dat haar telefoon wordt afgeluisterd. Zo ontdekt de AIVD het lek. Zegt de inlichtingendienst.

De veiligheidsdienst wilde vaststellen of Van der Graaf ’staatsgeheime documenten’ in haar bezit had en deed zelfs huiszoeking bij de journaliste. Ook werd de hoofdredactie van de krant afgeluisterd. Dat onderzoek, hoogst ongebruikelijk omdat de pers meestal met rust gelaten wordt, leidde naar de twee klokkenluiders bij de AIVD zelf, een vrouw die er nog in dienst was, en haar man, ex-medewerker van de dienst.

Afgelopen woensdag heeft de rechtbank in Haarlem het tweetal – ook de vrouw is inmiddels ontslagen – vrijgesproken van het lekken van staatsgeheime informatie; ze hebben dat trouwens altijd ontkend. Tegen het duo was drie en twee jaar gevangenisstraf geëist. Volgens de rechtbank was het bewijs onrechtmatig verkregen: justitie had om te beginnen nooit de Telegraaf-journaliste mogen afluisteren.

De AIVD-uitspraak is belangrijk. Al meer dan honderd jaar soebatten journalisten en justitie over de vraag of journalisten hun bronnen mogen beschermen. Mogen ze de naam van een ’deep throat’ verzwijgen als het spannend wordt? En wat mag justitie doen om halsstarrige journalisten te dwingen?

Anders dan advocaten en artsen hebben journalisten geen wettelijk verschoningsrecht: het recht om te zwijgen over mensen met wie men beroepshalve te maken heeft. Dat recht komt er wel, kondigde minister Hirsch Ballin van justitie eind vorig jaar aan. De bewindsman was er zelf nooit zo’n voorstander van, maar moest door de bocht nadat het Europese Hof van Justitie Nederland op de vingers had getikt omdat de journalist Koen Voskuil achttien dagen was vastgezet toen hij weigerde de naam van een bron te onthullen.

Grenzen

De vraag is of we blij moeten zijn met dat wettelijke verschoningsrecht. Enerzijds laat de zaak van de Telegraaf-journaliste zien dat het openbaar ministerie in Nederland zich nog te weinig aantrekt van wat Europese rechters verlangen. Het OM toont minder respect voor de persvrijheid, sluit lastige journalisten makkelijker op en interpreteert de regels vrijer dan het Europese Hof beoogt. Een prominent onderzoeksjournalist als Volkskrant-redacteur Jeroen Trommelen vindt dan ook dat een wettelijke verschoningsrecht nodig is. De pers wordt weliswaar al beschermd door Europese en Nederlandse jurisprudentie, maar journalisten voelen er begrijpelijkerwijze niets voor dagenlang achter de tralies te gaan omdat justitie weer eens de grenzen opzoekt.

Toch is dat maar één kant van het verhaal. Terecht is de journalistenvakbond NVJ opgetogen. De rechtbank erkende immers dat een vrije pers in een democratische rechtsstaat noodzakelijk is en dat het recht van journalisten om hun bronnen te beschermen daarbij hoort.

Kennelijk bestaat dat recht dus al. Handelen rechters er al naar. Het enige wat ontbreekt is dat het OM zich daar eindelijk bij neerlegt en overijverige dienders opdracht geeft journalisten met rust te laten. Uiteraard zijn de voorstanders van een nieuwe wet daar niet gerust op, terecht misschien, maar volgens mij onderschatten ze de nadelen van een wettelijk geregeld verschoningsrecht.

De nieuwe wet moet nog naar de Tweede Kamer, maar over het al bijna twee jaar geleden gemaakte concept viel al flink te steggelen. De vraag is telkens voor wie dat verschoningsrecht moet gelden. Alleen voor professionele journalisten – waarnaar de minister neigt – of ook voor amateur-journalisten. Die laatste groep wordt steeds talrijker en claimt terecht dat de persvrijheid niet is voorbehouden aan wie zich een drukpers kan veroorloven.

Elke poging om het recht op bronbescherming in de wet te regelen kan erop uitdraaien dat de overheid gaat bepalen wie zich journalist mag noemen en wie niet. Bovendien: bij wettelijke vrijheden horen wettelijke plichten. Een wet brengt ook tuchtrechtspraak, vergelijkbaar met die voor advocaten of artsen, dichterbij dan mij lief is. De stemming in Den Haag is daar al naar. Kortom: de voordelen wegen niet op tegen de nadelen.

[Dit artikel stond op 16 juli 2010 in Dagblad van het Noorden]

Stem of voeg toe aan Uitleg over het gebruik van deze icons : Plaatsen/stemmen op eKudos Plaatsen/stemmen op NUjij Plaatsen/stemmen op MSN Reporter Plaatsen/stemmen op Digg Stumble it! Voeg dit artikel toe aan Del.icio.us Voeg toe aan je favorieten op Technorati Voeg toe aan je Google bladwijzers Voeg toe aan je Facebook-profiel Abonneer je op de RSS-feed van deze site Verstuur deze pagina per e-mail via Feedburner Maak een notitie op deze pagina met Fleck

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>