maart 18th, 2006

Karma en de Wij-generatie

Altijd aan: halverwege het eerste decennium van het derde millennium is er – na de msn-taal, het multitasken, en het regisseren van de eigen werkelijkheid – geen groter verschil tussen de wereld van veertigers en die van teenagers. Voor jongeren, jong volwassenen incluis, iedereen onder de 35 dus, is het een zaak van leven of dood dat je altijd bereikbaar bent op je gsm en dat de wereld altijd onder handbereik is via internet.

Niet de brede band van een breedbandverbinding maakt het verschil, maar het feit dat die always on is. Zo radeloos als hun ouders twintig of dertig jaar eerder als eenzame adolescenten op zoek waren naar zichzelf, naar hun allerikste ik, zo behendig en zelfverzekerd gaat deze generatie om met netwerktechnologie én met elkaar.

Over avatars hoor je die generatie ondertussen nauwelijks. En minder nog over pseudo-anonimiteit of gedistribueerde accountabality. Maar dat wil niet zeggen dat ze niet vertrouwd zijn met die abstracties, integendeel. Ze zijn zo vanzelfsprekend dat ze niet eens besproken hoeven te worden.

De kids over wie Rushkoff al sprak, weten niet beter dan dat ze hun identiteit al knippend en plakkend samenstellen, als een postmoderne constructie, uit wat de massamedia maar te bieden hebben. Daarna wordt hun zelf-verkozen identiteit online grotendeels bepaald door wat anderen van hen vinden. Ze zijn de optelsom van wie ze zeggen dat ze zijn en hun reputatie.

Hoe dat werkt, laat Slashdot zien, een website die wordt volgeschreven door internetprogrammeurs en andere geeks (’News for nerds, stuff that matters‘). Het is een open community. De duizenden deelnemers hebben een modus gevonden om met elkaar om te gaan: wie iets goeds bijdraagt aan de site – een artikel, een beoordeling van een artikel – stijgt in de achting van de anderen. Wie zich misdraagt, wordt genegeerd. Via een waarderingssysteem daalt hun ‘karma’, zoals het toeneemt bij wie zich verantwoordelijk toont voor de gemeenschap. Slashdot bestaat bij de gratie van transparantie en accountability: wat je doet, blijft voor iedereen zichtbaar. Bovendien kan men van elke gebruiker zien wie zijn vrienden en fans zijn, of zijn vijanden.

Op internet bestaan discussiesites waar volstrekte anonimiteit de norm is, omdat het debat over de zaak moet gaan, en niet over personen. Dat is een ver doorgevoerde code waarvan Slashdot niets moet hebben. Identiteit is wel degelijk van belang, omdat er een reputatie aan gekoppeld is. Meer dan de users van eBay beginnen gebruikers op Slashdot te lijken op avatars, op gecreëerde persoonlijkheden die – als de simulacra van Baudrillard – min of meer los staan van hun origineel.

Wie op de site anoniem wil posten, is een anonymous coward; posten onder een geregistreerde gebruikersnaam staat in veel hoger aanzien. Wat uiteraard weer niet wil zeggen dat gebruikers op Slashdot onder hun werkelijke naam publiceren. Transparantie is de norm, maar niet zoals de burgerlijke stand die biedt: it’s life but not as we know it. Je naam, adres en telefoonnummer – ze betekenen niets in een wereld waar je geëtaleerde kennis van C++ of SQL en de onverbiddelijke beoordeling van peers maatgevend is.

Het is fascinerend om te zien hoe sterk identiteiten afhankelijk zijn van hun reputaties, en dus van de anderen in het netwerk (en van database-systemen die dat allemaal bijhouden). Misschien verklaart dat ook wel een deel van het boze onbegrip onder degenen die er niet mee opgegroeid zijn. Het staat immers haaks op veel ‘oude waarden’. Dat een ander bepaalt wie je bent, dat je niet uniek en autonoom bent, en dat heel je hebben en houwen wordt opgeslagen in onfatsoenlijk grote opslagsystemen – het is bijna onverteerbaar.

Daarbij vergeleken zijn avatars maar een speeltje, een tijdelijk noodzakelijke metafoor, net als virtual community. Taal waarmee een oude wereld zijn weg probeert te vinden in de nieuwe. Wie nu goed om zich heenkijkt, ziet dat chat-platforms als msn, spellen als Second Life, en social networks als Hyves voor miljoenen jongeren precies die gemeenschappen zijn in their own right.

Ze betalen met eigen munt, ze spreken recht, ze kennen gedelegeerde verantwoordelijkheid, aanbidden hun eigen iconen. En in zekere zin dragen individuele leden zorg voor het collectief, hoe niet-bestaand of ‘virtueel’ dat collectief ook is.

Of we het leuk vinden of niet, oude waarden hebben de afgelopen twintig jaar onder druk van de mediarevolutie en beïnvloed door het postmodernisme een nieuwe betekenis gekregen. Transparantie en aansprakelijkheid, identiteit en anonimiteit, eigendom en auteursrecht – ze passen niet meer op de traditionele begrippen, maar vormen een nieuw stelsel van normen en waarden.

Zonder problemen is dat stelsel niet. Met een teveel aan doorzichtigheid dreigt het grote goed van de privacy onder druk te komen. Het auteursrecht verdraagt zich slecht met het gemak van digitaal kopiëren. En over de vraag wie zich eigenaar mag noemen van een virtuele identiteit – de maker, een database-exploitant als eBay of het collectief van medegebruikers dat de reputatie ‘laadde’ – heeft de laatste jurist zich nog niet gebogen.

Maar ook met die gebreken en onvervulde ambities mag de optelsom van noviteiten een cultuur worden genoemd. En omdat de essentie van die cultuur gelegen is in samenwerking, in het collectief, desnoods een collectief van avatars, kunnen we, zonder ook maar in het minst te willen suggereren dat de jaren vijftig van de vorige eeuw herleven, vaststellen dat we aangekomen zijn in het Wij-Tijdperk, in De Eeuw van Ons.

Stem of voeg toe aan Uitleg over het gebruik van deze icons : Plaatsen/stemmen op eKudos Plaatsen/stemmen op NUjij Plaatsen/stemmen op MSN Reporter Plaatsen/stemmen op Digg Stumble it! Voeg dit artikel toe aan Del.icio.us Voeg toe aan je favorieten op Technorati Voeg toe aan je Google bladwijzers Voeg toe aan je Facebook-profiel Abonneer je op de RSS-feed van deze site Verstuur deze pagina per e-mail via Feedburner Maak een notitie op deze pagina met Fleck

Gepost in Blog, Mores, lingo en avatars, Popup

Volg commentaar op deze post in de commentaar RSS 2.0 feed. Reageer, of trackback.

6 Responses to “Karma en de Wij-generatie”

  1. Wim van Vugt:

    Beste Henk Blanken,

    “Op internet bestaan discussiesites waar volstrekte anonimiteit de norm is, omdat het debat over de zaak moet gaan, en niet over personen.”
    Dit suggereert dat er op sites waar de vermelding van de werkelijke naam standaard is de discussies (vaak) niet over de zaak zelf gaan maar over personen. Dit is absolute onzin. De ervaring die ik heb met de schaaksite TCCMB, waar anonieme posters geweerd worden en waar het ook niet mogelijk is om de naam van een ander aan te nemen (via IP-adrescontrole door de Admin achteraf) is, dat onderlinge kattengevechten zeldzaam zijn. Bovendien worden die middels de FAQ verboden en gewist zodra naar de mening van de Admin de norm is overschreden. Het schrijven en handhaven van een goede FAQ waarin de te volgen netiquette beschreven is, is voldoende. Voorwaarde is wel dat er een actieve Admin is die alle postings leest.

    “Wie op de site anoniem wil posten, is een anonymous coward; posten onder een geregistreerde gebruikersnaam staat in veel hoger aanzien.”
    Voor de site TCCMB waarover ik hierboven sprak, geldt dit 100%. Het is een Engelstalige site van correspondentieschakers en gewone schakers van overal uit de hele wereld, voornamelijk Amerika en Europa. Wat de site aantrekkelijk maakt, is dat ook zeer bekende schakers (zoals grootmeesters, ex-wereldkampioenen, e.d.) regelmatig meediscussiëren. Namen die je in allerlei schaakboeken als spelers of schrijvers, in magazines en artikelen tegen komt. Als er dan ineens een Josh Boncha opduikt met een of andere opinie over een willekeurig onderwerp, dan interesseert niemand dat. Josh Boncha bestaat namelijk niet en is een verzonnen anonieme naam.
    Anonymi willen ook nog weleens regelrechte spam-achtige reclameboodschappen uitzaaien. Of met modder gooien naar personen of organisaties. Dit soort vervuiling is absoluut niet gewenst op een serieuze en actief gebruikte discussiesite. Een messageboard kan soms beschouwd worden als een digitaal prikbord waar iedereen zijn wetenswaardigheden of vuile was wil ophangen. Naar zoiets kijkt vaak geen hond en het is verspilling van elektronen.

    Het wordt pas interessant als een forum er eenmaal in geslaagd is om een vast publiek op te bouwen dat steeds weer terugkeert, en liefst ook nieuwe posters aantrekt. Het kost enige tijd, soms jaren, voordat zo’n naam gevestigd is. Na een aantal jaren treedt fase 2 vaak in werking: de site gaat ten onder aan zijn eigen succes doordat een stortvloed van postings per dag optreedt (soms meer dan 100), waarvan het lastig wordt om de netiquette te controleren. Het beheer kan de zwakke schakel worden.
    Heel gemakkelijk is dan dat er überhaupt geen FAQ en Admin is die erop let wat geschreven wordt en dat anonymi de vrije hand krijgen te doen wat ze willen, ook al zijn die namen nog zo geregistreerd. Zulke sites hebben vaak een korte levensduur.

    Het stuk dat je geschreven hebt en dat ook op de zaterdageditie van de Volkskrant (18/3/2006) te lezen was, gaat alleen over een beperkte groep sites van jongeren die over een afgebakend type onderwerpen gaan: computers, software, programmering, cyberworld, computer games, science fiction, …
    Het artikel lezend lijkt het erop alsof 40-ers en 50-ers, om maar te zwijgen over 60+, zieltogend achter de feiten aanhollen (als ze het al doen en niet de hele revolutie aan zich voorbij laten gaan) en weinig van computers, internet, msn e.d. begrijpen en/of er nauwelijks behoefte aan hebben. Dikke onzin.

    Er is een groep waarvoor dit inderdaad geldt. Maar er is ook een groep hoger opgeleiden waarvoor dit totaal niet geldt, en die groep is in Nederland beduidend groter dan het artikel suggereert. Ik schat dat zo’n 50% van de 40+ bevolking vrij bedreven is in het gebruik van internet en intussen een snelle verbinding heeft, thuis en op het werk, en er ook regelmatig gebruik van maakt. Van die 50% zal zeker 1 op 5 à 10 regelmatig op discussiesites en/of chatrooms komen, of aan spelletjes, quizzen of onderzoeken meedoen. Dat is dus 5-10% van de “ouderenbevolking”. Dat die bij voorkeur niet in de wereld van de avatars en nicknames duikt, is terecht. Dat is een cyberwereld van sites die ikzelf na een korte zwerftocht walgend verlaten heb vanwege de nietszeggende meningen, one-line-statements zonder enige zeggingskracht en het hoge biergehalte van de inhoud van de gebezigde uitlatingen.

    Dat is een andere kijk op de internetwereld dan waarmee jij de lezers denkt te moeten confronteren. Jongern gebruiken die sites veel vluchtiger. De sites zijn vaak een soort duiventil: de duiven komen en gaan, schijten de boel onder en vliegen naar een andere dakgoot en beginnen daar opnieuw. De bouwers van de betreffende sites hebben na 1-2 jaar een heel andere site in handen dan waarmee ze begonnen zijn. ‘t Is maar net wat je voor een forum opbouwen en onderhouden wil …

    Met vriendelijke groet,
    Wim van Vugt
    Admin TCCMB

  2. Henk Blanken:

    @Wim: Dank voor je kritiek en de aanvulling. Het is een goede reden me te verdiepen in discussiesites als die van schakers waar anonimiteit juist niet de norm is. Zou dat kunnen samenhangen met een andere leeftijdsopbouw van de gebruikersgroep, maw: zijn de deelnemers aan TCCMB gemiddeld niet wat ouder?

    Het zou overigens jammer zijn als de indruk bestaat dat ik anonimiteit ten kosten van alles wil verdedigen. Ik stoor me net als iedereen aan het wangedrag op anonieme of pseudo-anonieme sites. Wat ik met De Eeuw van Ons wil betogen is dat de oudere generatie zich zal moeten verdiepen in de achtergronden van die anonimiteit, omdat ze niet te vergelijken is met anonimiteit in de offline wereld.

    Ook interesssant aan je opmerkingen over de schaaksite is de waarneming dat het aantal reacties, en dus de schaalgrootte van een forum, bijna automatisch consequenties lijkt te hebben voor het gedrag en het wangedrag. Meer dan 100 reacties is niet meer te modereren, zeg je.

    We zouden eens moeten onderzoeken hoe dat werkt, bij welke schaalgrootte mensen op een forum zich gaan misdragen. Het is dan net alsof ze opgaan in de massa, en als vanzelf anoniem worden. Het fascinerende is dat andersom ook geldt dat een corrigerend systeem (een reputatiesysteem waarbij gebruikers elkaar waarderen en modereren) pas bij een zekere schaalgrootte gaat werken. Ik heb eens gelezen dat het aantal actieve weldoeners tien maar groter moet zijn dan het aantal querulanten. Ook dat zou eens onderzocht moeten worden.

  3. Ruurd Priester:

    Leesbaar artikel in de Volkskrant. En goed dat het brede publiek met deze onderwerpen in aanraking komt. Dit vond ik in deze context heel inspirerend: identity 2.0. Om de inhoud en de vorm van de presentatie. “Really captures the complexities of participating in an online world and
    how identity is at the center of the Web experience - Dan Farber.”

  4. Wim van Vugt:

    Beste Henk,

    Zo’n 100 postings per dag op TCCMB komt weleens voor maar ook 10 of minder, met name in weekends. Dat 100 niet meer te hanteren zou zijn, bestrijd ik: ikzelf ben die Admin sinds 1.5 jaar en kan dat nog steeds aan, ondanks mij drukke full-time baan die niets met internet of schaken te maken heeft.
    Het grootste gevaar voor zo’n stabiele site waar hard maar fair wordt gediscussieerd, zijn de “trolls” en “morons” die zich altijd achter anonieme nicknames verschuilen, of wat erger is, zich een naam aanmeten van een andere bestaande schaker en hem/haar daarmee bekladden.

    Een goede FAQ en erop toezien dat hij nageleefd wordt, is een “conditio sine qua non”. Anderzijds moet een discussie vrij kunnen plaatsvinden: de reactie moet momentaan op het internet staan en niet via een moderator eerst door een filter heen moeten (zoals het Forum van de Duitse BdF site). Desondanks wordt ook daar vrij heftig gediscussieerd, en niet alleen door ouderen al is het aantal reacties daar ca. 10-30 per dag.
    Om dit te vergelijken met een schaaksite waar anonieme namen zeer gebruikelijk zijn, kan je de site van IECG nemen. Het aantal dagelijkse reacties ligt op 0-5 hooguit, ondanks dat IECG een grote email/internet-schaakorganisatie is met ca 10 000 leden.

    Behalve TCCMB neem ik regelmatig op beide andere sites deel aan discussies. Ook op de Franstalige sites van AJEC probeer ik weleens iets te berde te brengen. Maar eigenlijk alleen TCCMB en BdF zijn levende forums, de rest zijn vrijwel dood en zulke sites breng je niet in je eentje tot leven of je moet een querulantachtig typetje zijn.
    Het is juist dat TCCMB voornamelijk bezocht wordt door de gevestigde (schaak)orde en dat mensen boven de 30, de meesten zelfs boven de 40, lopend tot zelfs 70. Ik denk dat het zwaartepunt ergens rond 45 jaar ligt.

    De stabiliteit van TCCMB wordt, nadat er 2 jaar geleden een trolls-and-morons crisis was, gehandhaafd door een password, dat men aan moet vragen (via e-mail). Op dat moment controleer ik altijd de identiteit van de aanvrager en in geval van twijfel doe ik een kleine internet-research om de aanvrager te traceren. Een flink aantal nepnamen heb ik er zo binnen een aantal minuten uitgevist en die komen er dus niet op. Er was zelfs iemand met een Italiaanse naam (voor mij een totaal onbekende) die beweerde uit Napels te komen. Ik wist zeker dat het een Amerikaan uit New York was, gezien zijn IP-adres en heb hem vervolgens in het Italiaans verteld dat ik wist dat hij niet in Napels woonde en hem geen password zou geven tenzij hij zich met zijn werkelijke naam zou identificeren. Josh Boncha is een soortgelijke grappenmaker die een half jaar later probeerde, helaas met hetzelfde IP-adres en eveneens een nepnaam. Die was heel gemakkelijk gevangen.

    De sterkte van niet-anonimiteit is mijns inziens de openheid van de discussies. Die worden niet minder hard als je je naam moet geven (email-adres blijft verborgen) maar er is geen moddergooien bij. De lengte van de reacties is vaak ook indrukwekkend: 1300 woorden in een random choice van 10 reacties –> 130 gemiddeld op TCCMB. Er zijn ook heel korte maar ook heel lange reacties, Ik schat dat 95% ligt tussen 20 en 150 woorden.
    Voor de BdF-site was dit: 670 in 10 reacties: 67 gemiddeld, wat ongeveer de helft qua lengte is terwijl de Duitse taal veel breedsprakiger is dan de Engelse. De IECG-site, die anonieme postings toelaat, geeft: 850 per 10: 85 gemiddeld.
    Het is maar een klein onderzoekje van een half uur geweest met een tamelijk (on)willekeurige keuze van 10 reacties steeds, waardoor de conclusie niet zo vaststaat als het lijkt, maar een trend in “mijn” voordeel meen ik toch wel te kunnen bespeuren.

    Het voordeel van dit soort vergelijkingen is wel dat je ongeveer dezelfde soort groep in een vergelijkbare leeftijdscategorie en met soortgelijke interesses onder de loupe neemt en het effect van één of hooguit twee variabelen/parameters beoordeelt.
    “De jeugd” en “de ouderen” zijn dan wel heel brede en waarschijnlijk slecht gedefinieerde begrippen in termen van onderzoek, waartussen dan bovendien een bijna onoverkomelijke kloof zou zitten. Je voelt waarschijnlijk wel waar ik heen wil: is het niet teveel “jumping to conclusions” geweest?

    Er is een wezenlijk verschil tussen chatrooms, msn-en e.d. enerzijds en forum/messageboard discussies anderzijds. Bij de laatste categorie blijft de reactie langer behouden, vaak weken of maanden, en kan je er dus ook nog de volgende dag mee doorgaan, terwijl ook een sterk punt is dat de discussie kan vertakken naar verscheidene deelgebieden. Op een actieve site als TCCMB gebeurt het weleens, op een actieve avond, dat het net lijkt alsof er een chatroom aan de gang is omdat de reacties binnen een minuut op elkaar volgen van meerdere kanten tegelijk. Maar de reacties blijven behouden.
    Bij chatrooms is de reactie veel korter en gaat de reactie na korte tijd verloren. Het is een heel ander soort publiek dat eraan deelneemt en het doel is vaak niet de inhoud maar gewoon het contact zelf.

    Ik denk niet dat er een schaalgrootte is vanaf welk punt men zich gaat “misdragen” (ook dit begrip moet omschreven worden om erachter te kunnen kome of het effect überhaupt bestaat). Ik heb het gevoel dat het een willekeurig proces is, zoiets van een pijltje dat toevallig een forum treft van iemand die zich verveelt. Ik geloof op zich wel in een zelfregulerend reputatiesysteem voor anonieme sites, maar ik zou dood gaan als op TCCMB de verhouding weldoeners:klagers 10:1 zou zijn. En bovendien: soms ben ik zelf klager (of lastig met harde kritiek, als ik dat voor het gemak even hetzelfde noem) en een ander idemdito, en op een ander moment positief ingesteld en dan ineens een “weldoener”. De rollen wisselen vaak ook tussen personen, per dag en per onderwerp. Vaste klagers en vaste weldoeners zijn er nauwelijks, althans niet op de door mij bezochte sites.

    Met vriendelijke groet,
    Wim van Vugt

  5. Sjors:

    http://www.mediamatic.net/artefact-8845-en.html
    een kleine aanvulling over anonimiteit en veel mensen staat op deze pagina

    Videoletters.net has the unique combination of lots of users and even more past grudges. And what can you do about and escalating fight on virtual grounds? A new DIY regulating system was designed especially for this. AnyJury is a court of law made by the users on the internet. All users or visitors can signal crudity and lost etiquette. When that happens a lottery appoints jury of fellow users, who decide what must happen. Anonymously, in multiple languages and with the possibility to appeal.

    Helaas kan ik er niet meer dan deze tekst over vinden, maar mocht je geintresseert zijn dan kan ik de werking wel eens uitschrijven

  6. GalleryPlay.blog - Sharing & showing off » Blog Archive » 1, 2 ,3… Start!:

    [...] Het ik-tijdperk loopt ten einde. Individualisme is een steeds meer achterhaald begrip. Dat beweert ook Henk Blanken. Maar dat wil niet zeggen dat we - op z’n CDA’s - terug gaan naar een oubollig wij-gevoel, maar het wordt op een nieuwe manier ingevuld. Namelijk via nieuwe media: het Internet. [...]

Reageer

XHTML: Gebruik van deze tags mag <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>