De kunst van het afdwalen (over serendipity en search)

Hoofdredacteur Alan Rusbridger van The Guardian geldt als een van de belangrijkste vrijdenkers en vernieuwers in de wereld van de oude media. In een veelgeprezen speech liet hij laatst zien hoe zijn krant de wetten van internet adopteert, lezers laat meepraten en consequent blijft zoeken naar een nieuw bestaansrecht voor kranten. Maar ook Rusbridger ziet iets over het hoofd: hoe Google een eind maakt aan de kunst van het afdwalen.

Op de langzame ondergang van kranten – een gevolg van gestaag dalende oplages en naar internet weglekkende advertenties – heeft Rusbridger ook niet alle antwoorden. Maar hij twijfelt niet aan het bestaansrecht van journalistieke organisaties. Wij, journalisten, zullen toch al die informatie in de wereld moeten ontsluiten. Bovendien, zegt de hoofdredacteur van The Guardian, geven kranten je de sensatie van serendipity.

Rusbridger vertelt hoe prettig het is om in een tweedehandsboekwinkel je ogen te laten gaan langs planken met boeken waarvan je het bestaan nooit vermoedde. Je zoekt iets, of niet eens, en vindt informatie waarvan je niet wist dat je ze nodig had. Kranten kunnen dat gevoel ook geven. Naast het noodzakelijke nieuws, waarvan je als lezer weet dat je het wilt weten, het 101-nieuws zeg maar, bieden dagbladen ook verhalen waarnaar je nooit zelf zou hebben gezocht.

Veel journalisten – ik ook – vinden die serendipity van dagbladen een groot goed. Hoeveel armer zou onze cultuur worden als we als nieuwsconsumenten onze blik zouden vernauwen tot alleen die informatie waarom we vragen? Welke fnuikende effecten zou het hebben voor de democratie als we niet langer de kunst van het afdwalen beheersen?

De ironie wil dat het world wide web ontstaan is vanuit die serendipity: je ging van hyperlink naar hyperlink, verbijsterd over het gemak waarmee je een tekst las op een computer in Washington, die verwees naar een pc in Tokyo, et cetera. Maar ondertussen is surfen – zo heette dat tien jaar geleden – passé. Zoals laatst iemand tegen mij zei: “Ik surf nooit meer. Ik heb het internet uit.”

Dat surfen uit is, komt niet doordat we geen behoefte meer hebben aan informatie. Het komt door Google (en andere zoekmachines). Het zoeken en vinden van informatie is zoveel beter geworden, dat we niet langer hoeven af te dwalen en rond te dolen. We hoppen niet meer van site naar site, maar tikken een zoekvraag in.

Ik vermoed dat Alan Rusbridger de impact van Google onderschat. Google – achtervolgd door Yahoo, Microsoft, Amazons A9.com en eBay – zal binnen vijf jaar een grotere invloed blijken te hebben op de samenleving dan vijf eeuwen roomse encyclieken. Nieuwe generaties mediaconsumenten zullen de sensatie van serendipity niet meer kennen en waarderen zoals Rudbridger dat doet.

In het laatste kwart van de twintigste eeuw hebben massamedia hun hoogtepunt bereikt, hun grootste opage, de toppen van hun roem en macht. Wat we nu zien, is het imploderen van die massamedia. Waar we dachten dat de macht verschoof van de producent naar de consument, vergisten we ons. Want dat is maar de halve waarheid. De mediaindustrie wordt niet – na eeuwenlang aanbodgedreven te zijn geweest – een vraaggedreven industrie, het wordt een industrie waarin alles draait om zoeken.

Search – ik gebruik de Engelse term omdat die een complete industrie aanduidt – is het technologische midden tussen aanbod en vraag. En het legt niet, anders dan je zou denken, alle macht bij de consument. Zoektechnologie nu, zeggen ingenieurs van Google aldus John Battelle, is nog maar 5 procent volmaakt. Het kan nog veel beter. Wat dat betekent, wordt voelbaar als je je voorstelt dat een zoekresultaat bij Google ook rekening houdt met jouw persoonlijke voorkeuren en smaak, met al je eerdere zoekacties, met wat je in je Gmail zoal hebt besproken, met wat je op je pc hebt staan.

Het effect van die nog veel nauwkeurig resultaten is een verdere vernauwing van je blikveld. Je struikelt nooit meer over informatie waarom je niet hebt gevraagd. Je hebt de kunst van het afdwalen verleerd. En waarom zou je dan nog een krant lezen, of een ander massamedium gebruiken, dat – zoals Alan Rusbridger zich voorstelt – van serendipity zijn core business heeft gemaakt. Ik zeg niet dat zo’n toekomst leuk is, dat de democratische samenleving ermee gediend is, ik zeg alleen wat ik denk dat er gaat gebeuren.

(De speech van Alan Rusbridger kwam ik tegen dankzij columnist en blogger Jeff Jarvis van Buzzmachine)

Stem of voeg toe aan Uitleg over het gebruik van deze icons : Plaatsen/stemmen op eKudos Plaatsen/stemmen op NUjij Plaatsen/stemmen op MSN Reporter Plaatsen/stemmen op Digg Stumble it! Voeg dit artikel toe aan Del.icio.us Voeg toe aan je favorieten op Technorati Voeg toe aan je Google bladwijzers Voeg toe aan je Facebook-profiel Abonneer je op de RSS-feed van deze site Verstuur deze pagina per e-mail via Feedburner Maak een notitie op deze pagina met Fleck

One thought on “De kunst van het afdwalen (over serendipity en search)

  1. Na drie maanden internet kan ik niet anders oordelen dat Google erg beperkt is, terwijl hier gesuggereerd wordt dat er veel panklare informatie is die het afdwaaleffect te niet doet.
    De informatie is vaak beperkt of zeer afgedwaald; je hoeft helemaal niet af te dwalen, je bent het al. Voorbeelden te over, zowel simpele als ingewikkelde.
    Laat kranten hun archieven vrijgeven, dan wordt het pas leuk.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>