juni 13th, 2007

Een Tijd van Beweringen: de Mening als Mombakkes

We leven in een tijd van beweringen. We roepen van alles over alles. Dat zijn geen meningen, laat staan opinies. Hooguit zijn het meninkjes. Van de stelligheid waarmee we ze poneren, worden het beweringen. En soms niet meer dan politiek incorrecte bewerinkjes. Dat het nooit meer goed komt met het land, dat dat komt van de euro en van Den Haag en niet te vergeten van de media.

Vroeger, toen Pim Fortuyn nog geen premier wilde worden, had je feiten en opinies. Samen vormden ze de grondstof van een journalist. Die werd geacht feiten te brengen en soms een mening te hebben. Maar sinds iedereen zegt wat hij denkt, en denkt wat iedereen zegt, ligt dat anders. Sinds iedereen op internet zijn eigen “media” is geworden, is het land vergeven van beweringen.

Dat we leven in tijden van beweringen, beweer ik niet alleen. Het zou ook kunnen blijken uit de “leidraad” die de Raad voor de Journalistiek dit voorjaar publiceerde. De leidraad is een ethische beroepscode die van de beroepsgroep niet zo mag worden genoemd, omdat journalisten van het vrije woord houden en een broertje dood hebben aan al wat riekt naar inperking.

In de leidraad van de Raad staat dat de journalist een onderscheid moet maken tussen “feiten, beweringen en meningen”. Dat lijkt een open deur. Maar het is het niet voor wie zich realiseert dat journalisten nog maar twaalf jaar geleden niet meer hoefden te doen dan te waken over het verschil tussen feiten en meningen. Dat gebod stond in de gedragscode van het Genootschap van Hoofdredacteuren, een voorloper van de leidraad.

Wat is er gebeurd?

Van beweringen was bij publicatie van die code, in 1995, nog geen sprake.

Wat is er gebeurd?

Kennelijk is er ondertussen, toen we even niet opletten, iets veranderd in de samenleving. Dat iets was belangrijk genoeg om te worden opgenomen in de grondig doordachte, niet geheel pretentieloze leidraad.

Fijnproevers zijn het die verschil weten te maken tussen feiten, beweringen en meningen. Tussen feiten en meningen ligt een wereld, dat is waar, maar met beweringen wordt het wat listiger.

Beweringen hebben iets postmoderns. Ze zijn voorlopig, discutabel, voorwaardelijk. Ook zijn beweringen een beetje lui. Voor feiten en opinies moet je meer doen. Feiten moet je staven, opinies moet je hebben. Maar beweringen doe je - zoals je een boodschap doet.

Een bewering is een makkelijk soort feit, zoals zal blijken. En het is een mening als een mombakkes.

De feiten

Eerst de feiten. Die zijn bij uitstek de grondstof voor een journalist. Dat lees je in elke ethische code. Zoals een kruidenier doet in koffie en koek, doet een journalist in feiten.

Volgens Van Dale Online is een feit “een gebeurtenis of omstandigheid waarvan de werkelijkheid vaststaat”. Die “werkelijkheid” is “dat wat werkelijk is”, eventueel verduidelijkt als “hier en nu, realiteit”.

Een journalist die in feiten doet, komt natuurlijk nergens met die eerste toevoeging, omdat hij toch ook graag bericht over wat er even geleden in een vreemd land gebeurde.

De vraag is dus wat “werkelijk” betekent, of “realiteit”.

De tweede term, realiteit, is slechts een synoniem voor werkelijkheid; het gaat er dus om wat “werkelijk” betekent.

Niet de meest voor de hand liggende verklaring is “werkzaam”: werkend, een functie hebbend. Die betekenis brengt een journalist op zoek naar feiten ook al niet veel verder. Veel van zijn feiten gaan helemaal niet over mensen of dingen die “werken”, of een functie hebben. Waarbij, tussen twee haakjes, moet worden opgemerkt dat het curieus is dat pragmatici het begrip “wat werkt” gebruiken voor “de waarheid”.  Computerprogrammeurs zijn zulke pragmatici. Hun motto is: waar is wat werkt. Waarbij natuurlijk meteen opvalt dat Van Dale “de waarheid” er helemaal niet bij haalt om het begrip feiten te definiëren. Je kunt daarom vermoeden dat het verschil tussen “waarheid” en “feiten” groter is dan dat tussen “werkelijkheid” en “feiten”.

De eerste betekenis van werkelijk, is “wezenlijk bestaand”. Die helpt de journalist ondertussen wel iets verder.

Wat werkelijk bestaat, bestaat niet gewoon, maar wezenlijk. En wezenlijk wil zeggen: “fundamenteel”, of “de grondslag rakend”. En die grondslag is weer “datgene waarop een beschouwing, ontwerp, redenering en dergelijke berust”.

Waarmee we hebben geprobeerd “feiten” te definiëren, maar niet verder komen dan dat ze de grondslag zijn voor “beweringen en meningen”. En we dus kunnen proberen dat deel van het raadsel op te lossen.

Een feit kun je verifiëren

Journalisten hebben een reden van bestaan omdat ze feiten kunnen natrekken. Een feit kun je verifiëren of falsifiëren (”Het is nu twintig graden”). Voor een bewering geldt dat ook, alleen niet nu, niet hier, niet jij per se (”Het wordt vandaag twintig graden”). En met een mening kun je het alleen maar eens zijn, of oneens, maar te toetsen aan de werkelijkheid valt die niet, hooguit aan andere meningen (”Het is vandaag warm”).

Een bewering – dat wat beweerd wordt, een mening die men staande houdt (Van Dale) - is er in soorten en maten. Zo heb je boude beweringen, idiote en rake beweringen, leugenachtige en pronte beweringen.

Feiten zijn feiten. Ze kunnen hooguit vaststaan of keihard zijn (wat een pleonasme oplevert, net als witte sneeuw of oude grijsaard). Zachte feiten zijn geen feiten, maar vermoedens, theses of waarschijnlijkheden. Eigenlijk zijn het een soort beweringen, beweringen die nog niet gedaan zijn, die nog in de week liggen. Maar soms groeien zachte feiten ook uit tot harde feiten; dan waren het, zonder dat we het zeker wisten, al die tijd al gewoon feiten die alleen nog geverifieerd moesten worden.

Volgens sommige krantenlezers kom je in de media steeds meer meningen tegen in plaats van feiten. Die lezers zijn daar niet blij mee. Ze willen feiten, geen opinies. Ik vermoed – we leven in een tijd van beweringen – dat ze eigenlijk bedoelen dat ze meer en meer beweringen voorgeschoteld krijgen, als een wat minder sjieke vorm van opinies.

Beweringen zijn vaak “meninkjes”, opvattingen die eruit worden geflapt terwijl ze beter ingeslikt hadden kunnen worden. En anders zijn het wel de “zachte feiten” van hierboven. Het zachte feit is niet te controleren, vermoedelijk zelfs leugenachtig of gewoon niet waar.

Hoe men oordeelt

Beweringen hebben, zei ik al, iets postmoderns. Ze zijn voorlopiger dan feiten of meningen, ze hangen van voorbehouden aan elkaar, hoe stellig ze zich ook voordoen. Ze zijn wat de bezweringen waren in de premoderne tijd, het prevelen van een bijgelovige in de duistere middeleeuwen.

Bezweringen en beweringen verhouden zich beide tot feiten, tot de werkelijkheid, als gebeden tot geboden, als een formule tot materie, als stof tot klei, als een afbeelding tot haar object.

Een bewering lijkt me, om het nog iets minder ingewikkeld te formuleren, minder complex dan een mening (wat men van iemand of iets vindt, hoe men oordeelt, aldus Van Dale). Een bewering is meestal alledaagser, vluchtiger, minder gelaagd dan een mening kan zijn (al zijn er uitzonderingen: je hebt beweringen over het bestaan van god of de grootte van het heelal die uitgroeien tot eindeloze theses).

Duidelijker lijkt me een ander onderscheid. Een bewering heeft van zichzelf een voorbehoud. Een bewering is betrekkelijk, hoe stellig ook geformuleerd. Je doet een bewering en of die houdt snijdt moet nog maar blijken. Een mening doe je niet, die heb je. En geef je eventueel voor een betere.

Beweringen maken aanspraak op feitelijkheid. Daarin lijken ze, voor gelovigen tenminste, een beetje op God.

Meningen niet, die maken aanspraak op waarheid. Wie gelooft, claimt dat God ook de waarheid is, maar dat lijkt me overdreven.

Meningen zijn, anders dan feiten, niet verifieerbaar, maar kunnen hooguit meer waarde krijgen als ze door meer mensen worden gedeeld; ze worden dan meer “waar”. Beweringen worden waar als ze uitkomen, als ze feit worden, ongeacht of iemand daar iets van vindt, of hoeveel mensen er een mening over hebben.

Voor feiten en meningen, beweerde ik hier boven, moet je meer doen dan voor beweringen.

Een feit moet je controleren, een mening moet je onderbouwen.

Een bewering is een gemakkelijk soort feit, of een lui soort mening. Het lijkt een afsplitsing van beide, maar is dat niet.

Een bewering is geen feit, maar kan het worden. En ze is geen mening, maar doet zich heel vaak wel als mening voor.

Het is een mening als mombakkes.

Stem of voeg toe aan Uitleg over het gebruik van deze icons : Plaatsen/stemmen op eKudos Plaatsen/stemmen op NUjij Plaatsen/stemmen op MSN Reporter Plaatsen/stemmen op Digg Stumble it! Voeg dit artikel toe aan Del.icio.us Voeg toe aan je favorieten op Technorati Voeg toe aan je Google bladwijzers Voeg toe aan je Facebook-profiel Abonneer je op de RSS-feed van deze site Verstuur deze pagina per e-mail via Feedburner Maak een notitie op deze pagina met Fleck

Gepost in Blog

Volg commentaar op deze post in de commentaar RSS 2.0 feed. Pingen nu niet mogelijk.

4 Responses to “Een Tijd van Beweringen: de Mening als Mombakkes”

  1. TRS:

    “Een bewering – dat wat beweerd wordt, een MENING die men staande houdt ”

    Zo, van Dale haalt in 1 zinnetje je hele verhaal onderuit.

    Ik kan me niet aan de indruk ontrekken dat hier een journalist “burgerfilosofie” aan het bedrijven is. Net als met de burgerjournalistiek levert dat niet altijd kwalitatief hoogstaande resultaten op.

    Uhm, is dit nu een bewering of een mening? Of beide? Of gewoon een feit?

    Ach, whatever, jouw werkelijkheid is vast niet de mijne, althans niet helemaal.

    Tip: als je iets probeert de vertellen is het vaak handiger om je eigen begrippen te definieren in plaats van niet of slecht gedefinieerde begrippen scherper proberen te slijpen dan ze zijn.

  2. Henk Blanken:

    @TRS: Dat schiet lekker op: je roept dat mijn verhaal onzinnig is omdat je geen verschillen ziet en voegt er vervolgens niets aan toe. Terwijl de verschillen tussen meningen, beweringen en feiten toch voor iedereen wel ongeveer duidelijk zijn. Met mijn verhaal onderzoek ik wat die verschillen zijn, niet meer en niet minder. Het is 1 lange poging die drie begrippen (opnieuw) te definieren. Tip: kritiek wordt beter van argumenten, alternatieven, overwegingen en conclusies die wat minder gemakzuchtig zijn.

  3. TRS:

    Henk,

    ik zou werkelijk niet weten waar te beginnen met inhoudelijke kritiek op je stuk. En ik vrees dat er geen eind aan zou komen. Dus daar begin ik maar niet eens aan.

    Op zich vind ik het wel een moedige (maar vooral een wat naieve) poging van je trouwens. Maar als je met dit soort begrippen gaat stoeien en ze scherp probeert te slijpen, dan graaf je je alleen maar dieper in. En dat laat ik de kort-door-de-bocht opmerkingen, recursieve beschrijvingen (”Die “werkelijkheid” is “dat wat werkelijk is”) en aan-de-haren-erbij-gesleepte verwijzingen naar Fortuyn nog maar even achterwege.

    Wat je doet is niet begrippen definieren, je probeert van bestaande begrippen de precieze betekenis te achterhalen (althans preciezer dan de dagelijkse vage betekenis die voldoende is voor alledaags gebruik). En dat is fundamenteel onmogelijk als die betekenis niet reeds op dat nivo van concreetheid of eenduidigheid aan dat begrip is toegekend. (Probeer maar eens te achterhalen wat een “grmbla” is als dat woord niet is gedefinieerd).

    Tijdens je poging om begrippen te verhelderen gebruik je vervolgens allerlei andere begrippen die je ook niet concreet maakt, woorden als “complex”, “lui”, “gemakkelijk”, zonder toe te lichten wat voor soort grootheden dit zijn, laat staan hoe je ze zou moeten meten.

    Last but not least lijk je gedurende je artikel te vergeten wat je nou ook alweer probeerde te zeggen, je raakt verstrikt in je eigen (pseudo)filosofische (burgerfilosofische klinkt mooier) verhandeling maar vergeet te melden waarom jouw (!) concept Bewering belangrijk is, of eigenlijk: wat er mis mee is.

    Volgens mij wil je gewoon zeggen dat “beweringen” minderwaardig zijn tov. Meningen (ok, je koppelt de bewering ook nog aan de feiten, maar dat beschouw ik even als een vergissing.) Als je bedoelt dat een bewering een niet onderbouwde uitspraak is en een Mening/opinie een wel onderbouwde uitspraak, waarom dat dan niet gewoon zo definieren? Klaar is k… Henk. Behalve dat je dan nog even moet definieren wat een Onderbouwing precies is…

    Er zijn wetenschappers die hier hun vak van hebben gemaakt, wij gaan dat hier niet even oplossen vrees ik.

    ps. tip: misschien is het mogelijk het reageerveld iets breder te maken?

  4. Henk Blanken:

    @TRS: Vooruit, je hebt niet helemaal ongelijk. Ik heb dit stuk vooral gemaakt om hardop te kunnen nadenken over het verschil tussen feiten, beweringen en meningen en te bekijken hoe ver ik daarbij de bocht uit zou gaan. Dat is waarom ik ze gebruik met adjectieven als lui: in de hoop dat je als lezer denkt, verrek, daar zit wat in.

    Helemaal betekenisloos is het echter ook niet. De drie termen zijn zo terecht gekomen in de leidraad van de Raad voor de Journalistiek. Als je die leidraad serieus neemt, moet je ook de term bewering serieus nemen. Dat doe ik door te onderzoeken wat dat dan is, een bewering.

    De recursieve beschrijving heb ik overigens ontleend aan Van Dale Online (dat had ik duidelijker kunnen aangeven). Kennelijk komt die niet verder dan wat ik hierboven heb samengevat.

    De vraag of je dit stuk zou moeten rekenen tot pseudo-filosofie, laat ik graag over filosofen die mij op fouten wijzen, me doorsturen naar bronnen waar het allemaal al een keer beter is geformuleerd, of - nog beter - zelf met een alternatief antwoord komen op mijn vraag: hoe precies verhoudt zich een bewering tot feiten en meningen?

    Ik waardeer je uitgebreide antwoord, maar zie ook dat je op mijn uitdaging inhoudelijk op het stuk in te gaan niet verder komt dan onvolledig lezen: ik beweer niet, of niet alleen, dat een bewering een slecht onderbouwde mening is. Ik wil juist laten zien dat een bewering ook eigenschappen van een feit heeft (een bewering is verifieerbaar, alleen niet nu en hier: “het gaat morgen regenen”).

    Over de minderwaardigheid van beweringen ten opzichte van meningen: ja, dat klopt wat je daar zegt. En ja, ik sleep het Fortuynisme er met de haren bij. Het was prikkelend bedoeld, net als de eerste zin van het stuk: we leven in een tijd van beweringen.

    Ik denk dat dat zo is. De democratisering van de media (internet) heeft ertoe geleid, of heeft die ontwikkeling versterkt, dat veel meer mensen dan voorheen over van alles een mening verkondigen, claimend dat wat ze beweren zo “is”. Die trend staat haaks op het elitaire karakter van de oude media, waarin een paar duizend journalisten en opinievormers het debat en de politieke agenda stuurden.

    Ik weet werkelijk nog niet of we deze omslag moeten toejuichen of niet. Ik onderzoek het, zonder vooroordeel, geloof ik. De democratisering van de media bevalt me wel, ik ben gecharmeerd van de wisdom of crowds en wat daar zoal bij hoort, maar zie ook tot welke uitwassen een meute in staat is gebleken.

    De vraag wat een bewering is naast een feit en een mening en de enigszins speels bedoelde gedachte dat we leven in een tijd van beweringen, is voor mij een schakel, een stapje in bovenbedoeld onderzoek naar de massa en de media, het onderwerp van een volgend boek, dat voorlopig de Metacratie moet heten.

    Tip: zie aldaar.

Reageer

XHTML: Gebruik van deze tags mag <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>