Tagged: murdoch

Het jaar van de tolpoort

Het moet er maar eens van komen. Het jaar waarin voor eens en voor altijd duidelijk wordt of een paywall rond krantensites werkt. Wint Murdoch met zijn Times-model, wint The New York Times met een halfopen site, of gaat The Guardian met het open model met de winst lopen? Het lijkt me een winner-takes-all spelletje dat linksom of rechtsom wordt beslist.

Dat kranten zoeken naar betaalmodellen is wijs, en onvermijdelijk. Oude media hebben online niets te zoeken als de inkomsten geen gelijke tred houden met de kosten. De omzet uit reclame groeit, maar niet hard genoeg. Op nieuwe platforms als iPad willen consumenten betalen, maar vooralsnog zijn er te weinig tabletklanten.

Ik gun Murdoch zijn gelijk, maar moet het nog zien. Zelfs The Times zal moeilijk kunnen ontkomen aan de concurrentie van heel veel, hoogwaardige en godweet zelfs gelijkwaardige gratis content. Met unieke content maak je een kans, maar niet alleen als je zelf vindt dat die content uniek is; je lezers zullen het moeten geloven, zo hartstochtelijk dat ze je niet willen missen.

The Guardian gun ik het gelijk nog wat meer. Sympathieke krant. Geweldige hoofdredacteur (Alan Rusbridger). Fantastische topjournalist (Nick Davies). Maar bovenal een krant die al jaren zelfbewust een online strategie uitvoert: open, social, interactief, onderzoekend, innovatief.

Zie ook dit overzicht van 2011 op Editors Weblog.

De jaarlijkse treurdeun van Pew: het gaat niet goed en het wordt niet snel beter

Amerikaanse adverteerders geven dit jaar voor het eerst meer geld uit aan online dan aan kranten en tijdschriften. Dat bericht, en het vermoeden dat Google de grootste veelvraat is, kan er nog wel bij na het lezen van The State of the News Media, het rapport van Het Pew Project For Excellence in Journalism, dat dit Amerikaanse onderzoeksinstituut sinds 2005 jaarlijks publiceert.

Het gaat beroerd met het nieuws, en het wordt niet snel beter, luidt opnieuw de treurdeun. De kredietcrisis richtte een slagveld aan. In 2009 verloren kranten in de VS een kwart van hun advertentie-inkomsten. Dat komt redelijk overeen met wat de Nederlandse dagbladuitgevers overkwam, nadat ze in het decennium sinds de eeuwwisseling al een kwart van hun oplage kwijt raakten.

Bron: Pew

De cijfers van Pew zijn ontluisterend, vooral zodra je je realiseert dat de Amerikaanse mediamarkt een jaar of twee op de Europese vooruit loopt. Enerzijds wordt vastgesteld dat kranten nog steeds de grootste journalistieke slagkracht hebben, en dat – anders dan we soms denken – vorig jaar slechts een dozijn dagbladen werden opgedoekt. Maar dat neemt niet weg dat sinds 2000 pakweg een derde van alle journalistieke banen in de VS verdwenen.

Aftakeling

De economische crisis versnelt het proces van aftakeling. Kranten (minus 26% vorig jaar, min 43% over de afgelopen drie jaar) zijn het zwaarst getroffen door het wegvallen van reclame-inkomsten. Erger dan locale tv (-22%), radio (-22%), tijdschriften (-17%), netwerk-tv (-8%) en ook online (-5%). De hele advertentiemarkt liep 12,9% terug. En analisten verwachten dat de advertentie-inkomsten van kranten ook bij herstel van de economie verder zullen afnemen.

Bron: Pew

Het goede nieuws? Meer dan bij ons wordt in de VS geëxperimenteerd. Dat daar al langer, en makkelijker, en meer, journalisten op straat worden gezet, zal er iets mee te maken hebben. Ze beginnen nieuwssites, waarvan een aantal “hyperlocaal”, het nieuwste buzzword (en in Nederland onder andere in de praktijk gebracht door Bart Brouwers bij De Telegraaf Media Groep). Of ze doen iets met social media, het vorige beste idee.

De hamvraag is natuurlijk of er geld mee kan worden verdiend, genoeg om de journalistiek in de benen te houden. Google bewijst dat er online een advertentiemarkt bestaat, maar die is kleiner dan de oude offline markt was, en wordt bovendien kaalgeplukt door Google zelf, dat stug blijft beweren dat het geen nieuwsbedrijf is. Daarna moet nog blijken of met een klein, hyperlokaal publiek een verdienmodel te bouwen valt, naast grote sites als ProPublica die zich nauwelijks van klassieke massamedia onderscheiden:

For all the invention and energy, however, the scale of these new efforts still amounts to a small fraction of what has been lost. While not all of the blogs and citizen efforts can be quantified, J-Lab, a project led by Jan Schaffer that studies new media, estimates that roughly $141 million of nonprofit money has flowed into new media efforts over the last four years (not including public broadcasting). That is less than one-tenth of the losses in newspaper resources alone.

Banners

Volgens Pew wijst weinig op een houdbaar verdienmodel voor online journalistiek. Een nieuwe studie stelt dat 79% van de nieuwsconsumenten op internet zelden of nooit op een advertentie klikt. Dat slaat de bodem weg onder veel sites die het niet moeten hebben van betalende klanten, en het doet vermoeden dat Google gelijk heeft met zijn advertentiemodel; dat is niet op views gebaseerd maar op relevante views, Google verkoopt geen zichtbaarheid maar belangstelling.

Als de advertentiemarkt voor online nieuws weliswaar minder krimpt dan de meeste andere markten, maar grotendeels gebaseerd is op lucht (we kijken om die banners heen), blijft voor online nieuwsmedia misschien alleen de betalende klant over. Rupert Murdoch en andere persbaronnen zijn niet zo wereldvreemd als ze soms lijken. Het mag zo zijn dat nieuwsconsumenten niet willen betalen, veel alternatieven zijn er niet.

Wat zijn de uitwegen, behalve het geduldig exploiteren van printmedia (die meestal nog winstgevend zijn, en dat met zorgvuldig uitgeverschap nog jaren zullen blijven)? Betaalpoorten zijn een dappere poging, en zullen voor een klein aantal prominente kranten ook wel inkomsten genereren, maar alleen als ze een slim model bedenken waarin hoogwaardige verhalen via een systeem van micropayments worden verkocht in de slipstream van meer algemene content.

Bot

De paywall van Murdoch – straks ook bij Le Monde en The New York Times, om twee belangrijke kranten te noemen – is een grof middel. Er gaat een signaal van uit: niet alles kan gratis blijven, maar voor de nieuwsindustrie als geheel is het te bot, te weinig subtiel. Gelukkig, stelt Pew vast, zijn veel nieuwsmedia tot de ontdekking gekomen dat ze het in niches moeten zoeken, dat klein het nieuwe groot is.

Samenwerken met lezers dan? Het buzzword – user generated content – van een jaar of wat geleden? Het is lastig, zo blijkt. Gebruikers zijn ook niet gek; ze delen met elkaar, en doen dat vaak belangeloos, althans zonder geldelijke vergoeding, maar zijn minder gretig als het om een mediabedrijf gaat dat er louter op uit is geld aan ze te verdienen.

En wat te denken van die andere categorie “gebruikers”? De persvoorlichters, spin doctors en marketingspecialisten die om de journalistieke media heen werken, eigen sites openen en zich daarbij soms – zegt Pew – voordoen als de onafhankelijke bronnen die ze beslist niet zijn? Nick Davies heeft al beschreven hoe funest dat voor de nieuwsmedia in Groot-Brittannië blijkt te zijn.

Hoe wel?

De vraag die ik me stel, werkend aan een nieuw boek, is deze: genereert een samenleving zijn eigen journalistiek als de oude bronnen opdrogen? Hebben we zoveel behoefte aan nieuws, aan verhalen, aan een Fourth Estate die de macht controleert en de collectieve agenda bepaalt, dat “als vanzelf” iets nieuws ontstaat dat vergelijkbaar is met de journalistiek uit het tijdperk van de massamedia?

Is, anders gezegd, een andere driver denkbaar dan commercieel gewin, de bron van de journalistiek van de afgelopen eeuw (zij het meer van de Amerikaanse dan van de Nederlandse, die zijn roots heeft in de bekeringsdrang der  zuilen)?

Ik wil er een koninkrijk onder verwedden dat nieuwe generaties de oplossingen zullen bedenken, en ik weet ook wel wat de ingrediënten zullen zijn, althans enkele: het nieuws zal locaal zijn, uit zijn op onthullingen, volledig met elkaar verknoopt (“cover what you do best, and link to the rest”, zei Jarvis al), waarbij het beslissende criterium voor journalistieke media de “organisatie van vertrouwen” zal zijn.

LIAR

Ik heb dat eerder het “LIAR-principe” genoemd, naar de Engelse termen local, investigative, aggregation en reputation. Wie denkt dat er niets nieuws onder de zon is, ziet het goed. Maar de vier hoekstenen van de journalistiek hebben wel een nieuwe betekenis gekregen.

Lokaal kan ook betekenen: mentaal dichtbij. Onderzoek zal vaker gebaseerd zijn op crowdsourcing (betrek je lezers bij je onderzoek, want ze weten samen meer dan jij). Aggregeren lijkt op het proces waarbij een krant wordt samengesteld uit de belangrijkste artikelen, maar is complementair aan wat Amerikanen unbundling noemen; de oude pakketverpakking valt uit elkaar, waarna on the fly nieuwe, tijdelijke, persoonlijke en topic-gebaseerde bundels ontstaan, die nota bene volledig verbonden zijn met alle andere bundels.

Vertrouwen tenslotte is niet langer gekoppeld aan een nieuwsmerk, maar aan de even vluchtige bereidwilligheid van consumenten om te geloven in de reputatie van een auteur, van een groep, van een platform, en eventueel van een merk dat begrijpt dat die drie andere entiteiten belangrijker zijn dan het eigen merk.

Maar wat, blijft de knagende vraag, is het lot van informatie die wel belangrijk is, voor de samenleving als geheel, maar niet wordt gepruimd door individuen die elk moment opnieuw kiezen? Wat houden we over als elke consument zijn eigen nieuwsbehoefte bevredigt, en niet meer verder kijkt dan zijn favorietenlijst lang is?

Nick Davies en vier andere oplossingen voor de journalistiek

Ook Nick Davies weet niet wat de toekomst van het nieuws is. Van de week verscheen het prachtige Flat Earth News van de Britse onderzoeksjournalist als Gebakken lucht in Nederland. Davies analyseert daarin hoe ook de serieuze media, half lam geslagen als ze zijn door oplagedalingen en andere crises, zich de ene na de andere waarheid op de mouw laten spelden door bedrijven, politieke spindoctors en ook progressieve actiegroepen als Greenpeace.

Ontluisterend boek. Maar een oplossing staat er niet in. Omdat Davies die niet heeft. Dat is het eerlijke antwoord op een vraag in het Volkskrant-interview dat vandaag met hem verscheen. Omdat ik ondertussen het verslag van Jeff Jarvis uit Davos las, realiseerde ik me dat er tenminste vijf scholen zijn in het denken over de economische toekomst van de journalistiek.

1. Davies. We zien de waarheid onder ogen, gruwen ervan, en doen elk van ons stinkend ons best om de verhalen te vertellen die verteld moeten worden, ook als de baas zegt dat het wel wat lichter verteerbaar kan zijn. En we hopen dat iemand een list bedenkt.

2. Murdoch. We ontkennen de simpele economische werkelijkheid die zegt dat er een verband is tussen aanbod en prijs. Hoe meer nieuws er beschikbaar is, hoe lager de prijs die consumenten ervoor willen betalen. Murdoch wil betaalhekken rond zijn News Corp-kranten.

3. Boekhoorn. We hopen dat een mecenas met hele diepe zakken het nog leuk vindt een krant te hebben. Type Marcel Boekhoorn (De Pers) – al zal die zichzelf niet als mecenas maar als investeerder zien. Soms kijken we verwachtingsvol naar Google. Of Bill Gates.

4. Laroes. Pessimisten houden er rekening mee dat we uiteindelijk op de overheid zijn aangewezen om de journalistiek in de benen te houden. Dat hoeft niet meteen te leiden tot staatsmedia; Hans Laroes maakt met de NOS hele onafhankelijke kwaliteits-tv.

5. Jarvis. De Amerikaan Jeff Jarvis, docent aan CUNY en blogger, stelt dat journistiek niet institutioneel maar entrepreneurial zal zijn. Niet gedomineerd door mediaconcerns maar door netwerken en kleinere startende ondernemers.

Zelf denk ik dat deze vijf scholen niet alleen naast elkaar zullen bestaan, maar ook tot mengvormen zullen leiden (samenwerkingen tussen overheid en concerns, tussen geldschieters en netwerken, etc). De belangrijkste vraag lijkt me in welk tempo ze zich zullen ontwikkelen, welke van de modellen zullen winnen, en welke primair zullen bloeien in de overgangsfase van dit naar een nieuw mediatijdperk.

[update]

Bovenstaande lijst is geen limitatieve opsomming van mogelijke journalistieke verdienmodellen. Hooguit hoofdstromingen in het debat. Een heel bruikbaar verdienmodel bijvoorbeeld is het bestaande: drukken die krant en bezorgen bij abonnees. Daar gaan uitgevers en journalisten nog jaren plezier van hebben (al wordt het langzaam minder).

Een ander model is dat van The Guardian. Zorg dat je de grootste bent, en gratis toegankelijk, en je hebt misschien wel voldoende advertentie-inkomsten.

Duits verbod op gratis citeren uit kranten

Google verdient miljarden aan het nieuws van anderen omdat het vrijwel overal citaten uit het nieuws mag gebruiken voor Google News en zijn zoekmachine. Op basis van het Amerikaanse fair use-beginsel en het Europese citaatrecht mag Google koppen en aankeilers van het nieuws overnemen. Maar in Duitsland wordt nu gewerkt aan een wet die daar een eind aan maakt, schrijft The New York Times.

In een verhaal over uitgeverij Axel Springer en de lobby tegen de gratisfilosofie van internet wordt de anti-citaat-wet vergeleken met regelingen voor het gebruik van muziek in bijvoorbeeld kroegen. Via organisaties als BUMA/Stemra krijgen de auteurs van die muziek miljoenen betaald voor het hergebruik. Waarom zou dat met nieuws ook niet kunnen, denkt Springer.

Hoewel er veel op af te dingen is – het lijkt me een vlucht achteruit – zit er ook iets redelijks in. Google maakt gebruik van een citaatrecht dat verouderd is en de lading niet meer dekt. Het is nooit bedoeld geweest voor aggregatie op de schaal van Google; niemand verwachtte dat er met de citaten (in de vorm van zoekresultaten) meer geld te verdienen zou zijn dan met het oorspronkelijke spul.

Betaalmiddel

Dat dat inmiddels wel zo is, bewijst dat het citaat geen citaat meer is, geen onaandoenlijke, hoffelijke verwijzing naar een beter ingelichte bron. Het citaat in de vorm van een hyperlink is een economische entiteit, een betaalmiddel, zoiets als een vat olie.

Dat voelt ongemakkelijk, want een citaat is maar een citaat nietwaar? Niet waar. Een citaat op Google News bevat vaak alles wat je wilt weten. Scan de pagina maar. Je klikt niet op alle artikelen door; bij de meeste is het genoeg de kop te lezen, net als bij Teletekst.

De kop is (vaak) het hele bericht – dat is de ene component. Het andere bestanddeel in de waarde van online nieuws bestaat uit metadatering. Dat is informatie over de informatie, informatie over het nieuws. Die metadata – niet alleen meegegeven door de site die het nieuws publiceerde, maar ook door Google verzameld – bepaalt hoe het nieuws tevoorschijn komt bij Google, en dus hoe goed het gelezen wordt.

Het hek van Murdoch werkt

Het hek van Murdoch werkt, maar tegen welke prijs? Sinds News Corp-topman Rupert Murdoch aankondigde dat hij de sites van zijn kranten achter een betaalhek ging zetten, voeren we een discussie van tien jaar geleden nog eens opnieuw. Dat is niet erg, de wereld is veranderd, maar het zou fijn zijn als we ook wat nieuwe argumenten en inzichten lieten meespelen. Nu klampen we ons vast aan dooddoeners: Ze Moeten Wel Betalen … Kwaliteit Is Geld Waard… Nieuws Is Niet Gratis.

Nieuw onderzoek uit Engeland suggereert dat online lezers liever voor kwaliteit betalen dan voor pulp, geen trek hebben in een vast webabonnement (ook al kost dat slechts een paar euro per maand), en misschien wel willen betalen voor losse artikelen omdat ze dan tussen verschillende nieuwsbronnen kunnen switchen.

Ik kijk er niet van op. Onderzoek ziet er gedegen (er werden 2600 personen voor ondervraagd in interviews, wat beter is dan ze alleen meerkeuzevragen laten invullen) uit en bevestigt wat we al wisten. Maar roept net als eerdere onderzoeken een aantal uiterst belangrijke vragen op:

  • wat is de leeftijdsopbouw van de onderzochte groep en hoe wijken de resultaten van de groep 35-min van de rest? Dat is belangrijk als je je realiseert dat er qua mediaconsumptie sprake is van een moeilijk te dichten generatiekloof: het is erg lastig een krant te maken die aantrekkelijk is voor de bestaande lezers en niettemin de jongere groep ook aanspreekt.
  • wat precies verstaan we onder nieuws? Zijn dat alle berichten over nieuws van gisteren die vandaag in de krant staan (80% van al het nieuws is van dat type, een klein percentage slechts gaat over nieuws dat vandaag of morgen nog gaan gebeuren, de “anticiperende” verhalen. Je kunt vermoeden dat die laatste categorie steeds belangrijker wordt, omdat een krant zich daarmee onderscheidt en de agenda niet volgt, maar bepaald (en alles met mate uiteraard, het nieuws van gisteren blijft voor veel lezers nieuw)
  • wat verstaan we onder kwaliteit? Dat mensen in Engeland iets meer bereid zijn te bepalen voor The Guardian-nieuws dan voor The Sun-nieuws bevestigt dat kwaliteit wat mag kosten, maar hoe zou dat in de praktijk werken? Een nagelharde onthulling over een seksschandaal in het parlement zou mogelijk meer geld opleveren dan een consistente reeks columnn van vooraanstaande auteurs in The Guardian. Je kunt, met andere woorden, mensen heel moeilijk naar hun betaalbereidheid voor nieuws vragen als je het niet heel concreet kunt maken.
  • hoe wegen we de kosten? We hebben het voortdurend over marginale inkomsten, maar doen alsof de content al betaald is, alsof het nieuws al gemaakt is voor de kranten en alleen nog maar hoeft te worden doorverkocht. En dat is niet het hele verhaal. Nieuws moet voor online bijvoorbeeld eerder, of korter, of meer verrijkt worden gebracht dan het in de krant stond, wil het worden gepercipieerd als kwaliteitsnieuws. Daar staan kosten tegenover waarover ik zelden iemand hoor praten.

Google vindt alles behalve wat Bing vindt

In alle heisa rond Murdochs betaalhekken rond het nieuws zien we misschien over het hoofd waar het echt om gaat. Murdoch wil de eindgebruiker – jou en mij – niet laten betalen voor het nieuws, al zegt hij dat wel, maar Google. En de ceo van News Corp gebruikt de grootste concurrent van Google, Microsofts Bing, om zichzelf een betere plek aan de onderhandelingstafel te geven.

Mike Arrington van TechCrunch legt goed uit wat er mogelijk aan de hand is, aangevuld door Nicholas Carr. Het betaalhek rond Murdochs kranten, van The Wall Street Journal tot aan The Times, is een truc. Microsoft staat allicht te trappelen om op exclusieve basis de content van News Corp te ontsluiten, en daarvoor te betalen. Wie dan een bericht uit The Times zoekt, wordt gedwongen naar Bing te gaan.

Carr ziet scherp dat Murdochs verkondigde doel waarschijnlijk onhaalbaar is. De krantenmagnaat beweert als eerste grote concern achter een betaalhek te willen gaan, in de hoop en verwachting dat andere kranten hem volgen. Terecht, zegt Carr, gaat Murdoch ervan uit dat kranten ondanks al hun sores nog steeds de allergrootste leverancier van nieuws op internet zijn. Als ze allemaal onzichtbaar zouden worden voor Google, zou dat de zoekmachine enorm schaden. Zwakke stee in het plan van Murdoch is dat die kranten niet zullen samenwerken:

When it comes to Google and other aggregators, newspapers face a sort of prisoners’ dilemma. If one of them escapes, their competitors will pick up the traffic they lose. But if all of them stay, none of them will ever get enough traffic to make sufficient money. So they all stay in the prison, occasionally yelling insults at their jailer through the bars on the door.

Maar alles wordt anders als Murdoch nog een andere agenda heeft (waarvan hij zich waarschijnlijk niet eens bewust was toen hij zijn betaalhekkenstrategie bedacht). Die andere agenda heet Microsofts Bing. Over de kansen van die strategie kun je heel sceptisch zijn, zoals Jeff Jarvis die het allemaal maar flauwekul vindt.