Tagged: wikipedia

Het continuüm

Google is samen met The New York Times en de Washington Post een proef begonnen met “living stories”. Verhalen die – automatisch denk ik – worden aangevuld met recent nieuws. Matt Thompson, een van de twee makers van EPIC 2014, verwees ernaar bij de conferentie Show me the money, bericht Maarten Reijnders op De Nieuwe Reporter.

Thompson wees er op dat Wikipedia al op deze manier een nooit eindigend verhaal is, geen realtime web maar een timeless web, Wat mij weer doet denken aan de meme dat nieuws op internet geen product is maar een proces.

Op DNR postte ik deze reactie:

Maarten, goed gezien. Nog niet zo lang geleden noemden we zo’n groeiende aantal thematisch verbonden verhalen een dossier op internet. Was arbeidsintensief om bij te houden en had nog niet zo’n fijne timeline. De samenwerking van NYT en Google zal hier veel aan helpen.

Minstens zo belangrijk vind ik dat het concept van levende verhalen, van een timeless web, mooi illustreert waarom archieven niet gemanipuleerd of gemutileerd mogen worden (en wel gecorrigeerd natuurlijk). Het archief is nodig om het heden te begrijpen.

Oude krantenlezers begonnen vroeger elke dag opnieuw aan de geschiedenis. De internetgeneratie vindt het terecht volkomen vanzelfsprekend dat je altijd van alles overal de context, bevestiging of ontkenning van kunt vinden. Het nieuws is een continuüm geworden.

Googles knollen en citroenen

Google valt Wikipedia aan. Dat is wel de kortste samenvatting van de reacties op Googles “knol“, het project dat user generated content wil samenbrengen onder de vlag en naast de advertenties van Google. Iedereen weet ergens iets van, en als je die kennis ontsluit op internet, heb je een encyclopedie. Als je die auteurs een naam geeft, en de zeggenschap over hun kennis, heb je een alternatief voor Wikipedia.

Googles “knol” – een afkorting voor “knowledge” – is in potentie revolutionair, maar niet omdat het een concurrent is voor Wikipedia of omdat het advertenties gaat verkopen, wat Wikipedia (nog) niet doet. Het grote verschil is dat Google de Auteur weer op het zadel hijst, terwijl Wikipedia groot geworden is van de gedachte dat anonieme schrijvers, gecorrigeerd door een legertje van even anonieme commentatoren, een “neutrale” waarheid konden genereren.

De ironie is dat Wikipedia met dat concept, gebaseerd op een bijna religieus geloof in netwerkintelligentie, op iets wat je massale peer review zou kunnen noemen, in wezen dichterbij de oorsprong van Google zit dan de zoekmachinezeloten van Google zelf.

De heilige graal van Google is PageRank, het algoritme dat de positie van een zoekresultaat baseert op het geaggregeerde internetgedrag van talloze gebruikers. Hoe vaak verwijzen ze, hoe vaak wordt er naar hen verwezen? In wezen is dat niets anders dan anonieme, massale peer review.

Googles Larry Page heeft PageRank bedacht met in zijn achterhoofd de academische norm dat een wetenschapper zo goed is als het aantal verwijzingen naar zijn artikelen. Je bestaat als je wordt genoemd. Dat systeem om het web in kaart te brengen, bleek in 1998 bij toeval een betere zoekmachine op te leveren.

Wikipedia bleek bij toeval een betere encyclopedie te kunnen zijn dan de Brittannica, die van auteurs aan elkaar hangt (al kun je twisten over de vraag of de eerste echt beter is, hij is in elk geval groter). De basisgedachte achter Wiki is egalitair en wortelt in de open source-cultuur. Samen kunnen we meer. Given enough eyeballs, all bugs are shallow.

De ironie, als gezegd, is dat uitgerekend Google nu weer dwars tegen die cultuur in gaat. De auteur van “knols” krijgt het laatste woord over de kennis die hij met de wereld wil delen. Van de andere kant: die aanpak zit weer wat dichter bij de mores van de wetenschappelijke wereld.

Wint het anonieme netwerk? Wint de gekende auteur? Het is een vraag die ik me stel in De Massa, een boek in wording over kunstmatige intelligentie en de maakbare mens. Een jaar geleden zou ik ingezet hebben op het netwerk, de kracht van collaboratie. Nu aarzel ik, omdat de Auteur onmiskenbaar aan een comeback begonnen is.