‘Ook in de grasmat zit een goed verhaal’

(Tekst: met Paulien Bakker en Irene Costera Meijer)

 

In de opkamer van een monumentaal pand vallen acht chefs en eindredacteuren van een middelgroot dagblad plotseling stil. ‘Wat een verhaal’, stamelt één van hen. Zes anderen vallen haar bij. De achtste heeft zojuist verteld hoe de terreinknecht van de regionale profclub, zo’n clubicoon met groene vingers en een nagelschaartje, te horen kreeg dat zíjn grasmat – zijn trots, zijn reden van bestaan – werd vervangen door kunstgras… en hoe hij zich daar met hand en tand tegen verzette. Maar bakzeil haalde.

‘En wanneer spelen ze er voor het eerst op?’, vraagt de stamelaar.

‘Zondag.’

‘Wat een verhaal’, verzucht ze opnieuw. ‘Waarom hebben we dat niet gemaakt?’

De acht kijken elkaar aan. Niemand zegt iets. Het is nu maandagochtend. En allemaal weten ze: kopijdwang, lijstjes, de gemeenteraad, atv, vrije dagen… en de krant van dinsdag moet nog vol. De simpele waarheid is: ze hebben geen tel overwogen een verslaggever naar de terreinknecht te sturen. En dan niet de vaste sportredacteur (‘Die weet alles van drie-vier-drie, en niets van gras’), maar die jonge vrouw met een jaarcontract op de stadsredactie – mooie pen, master journalistiek en altijd de mond vol van ‘dat andere verhaal, dat narratieve verhaal met een plot, een conflict en een ontknoping’.

Brood en Boter

Vroeg of laat ontdekken uitgevers en hoofdredacties dat lezers het nieuws niet meer willen horen, maar willen begrijpen. Als al het gewone nieuws – meer dan honderd jaar ‘bread and butter’ voor een bloeiende bedrijfstak – overal gratis te halen is, waar willen lezers en kijkers dan wél voor betalen, in geld of in tijd? Als lezers alles al weten, moet je ze misschien betere verhalen vertellen, met scoops waarvan ze geen vermoeden hadden. En die verhalen beter gaan vertellen. Spannender. Dwingender. Verleidelijker.

Aan diepgravende onderzoeksjournalistiek geen gebrek. Maar verhalende journalistiek is iets anders: een verhaal met scènes en een spanningsboog, met dialoog in plaats van ‘quootjes’. Uitgevers en hoofdredacties weten dat die vorm van journalistiek loont, dat lezers erop reageren en dat hun ‘peers’ dat ene verhaal met bewondering en na-ijver noemen.
Zelden valt het woord ‘verhaal’ in lezersonderzoek, maar uit onderzoek (zie kader) weten we dat nieuwsconsumenten willen betalen voor journalistiek die helpt om tot een beter begrip van de wereld, dichtbij en veraf, te komen. Narratieve journalistiek maakt ‘saaie’ – politieke – vraagstukken boeiender voor mensen. Eerder concludeerden we al dat verhalende journalistiek niet minder feitelijk is, maar emoties wel serieuzer neemt.

Ondanks krimpende budgetten spenderen kranten, tijdschriften en RTV-bedrijven geld aan narratieve trainingen voor individuele verslaggevers. Als die verslaggever zijn verhaal inlevert en dat toch weer op de oude manier door de molen is gehaald, levert dat frustratie en een verspilling van tijd en energie op. Het probleem is dat redacties verhalende journalistiek zien als product. Terwijl het gezien moet worden als een proces, waarvan de maker slechts een onderdeel is.

Dit is een goed verhaal

In de journalistiek zijn chefs of eindredacteuren zelden geschoold tot chef of eindredacteur. Meestal waren het zelf voortreffelijke verslaggevers. Ze maken krankzinnige uren, doen de vakantiebriefjes en functioneringsgesprekken erbij, maar maken – de uitzonderingen niet te na gesproken – het nieuws zoals ze dat zelf deden: ze herkennen het – ‘dit is een goed verhaal’ –, sturen een verslaggever op pad – ‘zit vast een repo met ankeiler in’ -, houden haar een tijdje uit de wind– ‘ze werkt hard aan de research’ en korten het verhaal –‘ik zei 800 woorden, niet 8000’ – behendig in als de verslaggever het eindelijk ‘in het systeem’ zet.

Zo gaat het al meer dan honderd jaar. En honderd jaar ging dat verbluffend goed. Maar verhalende journalistiek heeft iets anders nodig. Het vergt dat men op de redactie weet welk onderwerp de doelgroep beter wil begrijpen. Het vraagt ook om een bewuste afweging: wanneer is die extra investering de moeite waard? Het vergt nadenken over welke middelen nodig zijn om het hoe, als je investeert in een bijzonder project, je het eindproduct onder verhaal te vertellen: visuals, beeld, het verhaal opdelen in een serie. En de aandacht brengt.

Het vergt ook een andere aansturing. Want een prijswinnend verhaal ontstaat, leert de ervaring van Pulitzer-prijswinnaars, niet op een zolderkamer, maar in wisselwerking met een chef of begeleider. Deze coacht de maker, houdt de grotere relevantie van het verhaal in de gaten en versterkt het verhaal. Als de verslaggever binnenstormt met ‘een geweldig narratief idee’, zaagt de coachende chef hem door over plotwendingen. ‘Kun je de handeling wel pakken?’ ‘Ben je erbij?’ ‘En welk perspectief kies je eigenlijk?’ Hij schat in: dit moet 800 woorden worden voor de nieuwskrant of toch – ‘hier winnen we een Tegel mee’ – 8000 voor de kerstbijlage. Binnen een half uur schiet hij drie van elke vier ‘geweldige narratieve ideeën’ aan flarden. Tot genoegen van de verslaggevers. Hun ideeën worden steeds beter.

Sjoemelen

Als de verslaggever op pad gaat, soms anderhalve dag, een enkele keer weken, blijft de chef meer coach dan chef. Spanningsbogen zijn verraderlijk veeleisend: iemand moet je tegen jezelf beschermen als je sjoemelt met de wetten van het genre – die zijn drieduizend jaar oud, en vormen niet zonder reden het dramaturgisch fundament onder de filmindustrie, van ‘La Dolce Vita’ tot ‘GTST’. Verbijsterend is vooral dat de journalistiek het honderd jaar zonder kon.

Als ze hun verhaal bij elkaar hebben, checkt de coach of ook alle verhalende elementen ‘rond’ zijn. En als er een ruwe versie ‘in het systeem’ zit, toetst hij of zij het verhaal op structuur, op spanningsboog, op consistentie – want de lezer moet bij de lurven worden gepakt, terwijl de feiten blijven kloppen. De feiten zijn uiteraard ‘sacred’.

In de opkamer van het monumentale pand begrepen de chefs na de lunch heel goed wat een bruikbaar begin voor een verhalend verhaal was. Een goed verhaal maken, vraagt om meer dan een chef of eindredacteur. Het heeft, van begin tot eind, de feedback nodig van een ‘beginredacteur’ die begrijpt wat de verslaggever wil met plotpoints en monologue interieur. Narratieve journalistiek is geen product, maar een manier van werken.

De chefs was nu duidelijk wat ze te doen stond. Een van hen zou ondanks de kopijdwang en de krant van morgen een verslaggever vrij maken voor die terreinknecht. Het jaarcontract van de jonge vrouw met de master en de mooie pen was helaas net afgelopen. Maar jongens, in die grasmat zat werkelijk een goed verhaal.

 

ONDERZOEK
• Het eerste onderzoek waarnaar we verwijzen is gedaan door Irene Costera Meijer en Tim Groot Kormelink.
• ‘Narratieve journalistiek maakt complexe en nieuwe vraagstukken begrijpelijker en mensen onthouden het ook beter’, concludeerden Marcel Machill, Sebastian Köhler and Markus Waldhauser (2007).
• ‘Narratief nieuws lokt sterkere affectieve en cognitieve betrokkenheid uit’, concludeerden onderzoekers Emde, Klimmt en Schluetz (2015).
• ‘Lineaire verhalen roepen meer spanning op dan nieuwsverhalen die geschreven zijn in de vorm van de omgekeerde piramide of in verhalen waarin het einde voorafgaat aan de ontknoping. Deze laatste vertelvorm (vaak gebruikt in een detective) roept meer nieuwsgierigheid op. Hoe heeft het zo kunnen eindigen? De lineair vertelde verhalen en de “detectivevorm” zorgen voor groter leesplezier dan de verhalen met een omgekeerde piramidestructuur’, stellen Knobloch et al. (2004).
Henk Blanken schreef het ‘Handboek verhalende journalistiek’ (met Wim de Jong), en was 35 jaar werkzaam op de redacties van Het Vrije Volk, de Volkskrant en Dagblad van het Noorden. Tegenwoordig is hij schrijver en traint hij redacties in verhalende journalistiek.
Paulien Bakker is verhalend journalist en directeur van de Stichting Verhalende Journalistiek die het gebruik van storytelling in de Nederlandstalige journalistiek bevordert. De jaarlijkse conferentie in mei 2017 zal ook over dit thema gaan.
Irene Costera Meijer is hoogleraar journalistiek aan de VU te Amsterdam. Ze doceert, geeft professionals inzicht in veranderend nieuwsgebruik en onderzoekt wat nieuwsconsumenten ervaren als waardevolle journalistiek. Haar boek ‘Valuable Journalism’ verschijnt volgend jaar

Het jaar van de betaalmuur

Dit wordt het jaar van de betaalmuur. In 2013 zullen Nederlandse kranten eindelijk de lezer dwingen te betalen voor nieuws, goedschiks of kwaadschiks. Te lang hebben ze hun nieuws gratis weggegeven, vinden ze. En nu hun oplages met meer dan een derde zijn gedaald en adverteerders de kuierlatten hebben genomen, vinden ze de moed om te vernieuwen. Omhoog dat hek.

Lees verder

Bij het winnen van de Tegel

“Er gaat niets boven een goed verhaal”, zei ik vijfentwintig jaar geleden in een dankwoordje, toen ik als redacteur van de Volkskrant – standplaats Rotterdam – het Gouden Pennetje in ontvangst nam. Een goed verhaal? Dat was, vond ik toen, een product van grondig onderzoek, verteld met alle literaire trucs die van pas komen. Het moet onthullen en verleiden, betrappen en meeslepen.

Lees verder

De kritische massa van Haren

De media hebben het niet gedaan, schrijft de commissie-Cohen in haar rapport over de Facebookrellen in Haren op 21 september vorig jaar. Meer precies: de massamedia hebben volgens Cohen geen doorslaggevende rol gespeeld, omdat de hype op Facebook al een kritische massa had bereikt voordat Project X door de traditionele media werd opgepikt.

Op die conclusie valt volgens mediasocioloog Peter Vasterman wel wat af te dingen. Lees verder

Nood leert bidden

We kunnen het ons in Nederland bijna niet voorstellen, maar kranten in de Verenigde Staten leefden in 2012 op. Hier staat zowat de helft van alle dagbladen te koop (de regionale kranten van Mecom en NDC, en naar men zegt ook NRC – samen dertien titels). Maar in de VS stegen de aandelen van uitgevers met 20,8% in waarde, een stuk meer dan het beursgemiddelde.

Lees verder

Terror Jaap wint de verkiezingen

Helemaal jofel zal het niet zijn, maar bij elk verkiezingsdebat moest ik hevig denken aan Terror Jaap. Telkens als PVV-leider Wilders zich met steeds dezelfde anti-Europa-oneliner op premier Rutte stortte, drong zich het beeld op van de man die ooit 1,3 miljoen euro won in De Gouden Kooi en zich nu – 220 kilo zelfbewuste amusementswaarde – onder luid gejoel van tien meter hoogte in een zwembad laat donderen.

Lees verder

Een goed verhaal heeft een held nodig

Een goed verhaal heeft een held nodig. Zegt Jack Hart. Hij zal het weten, want Hart werkte als redacteur mee aan vier journalistieke verhalen die een Pulitzer wonnen. Een echt verhaal, zei Hart donderdag tijdens een masterclass in Amsterdam, een verhalend verhaal, gedijt op een sympathieke hoofdpersoon met wie lezers zich kunnen identificeren. Maar kranten schrijven alleen over criminelen en slachtoffers. “En daarvan leer je niets, behalve verliezen.”

Lees verder