Het beste moet nog komen

Je verhaal, zei een vriend terwijl we toegewijd bier dronken in een kroeg aan het Zuiderdiep… je verhaal, zei hij, wordt beter naar mate het slechter met je gaat. De vriend mocht dat zeggen. Half zo oud als ik en even ziek, maar niet kapot te krijgen. Zo’n jongen die juist nog eens gas geeft […]


Pas op de plaats

Het is alsof de duvel met me speelt. Vorige maand kochten we een nieuw huis. Wat kleiner en minder bewerkelijk; dat werd zachtjesaan tijd. En een week terug bespraken we praktisch en opportunistisch hoe die woning zich aan mij moest aanpassen. Drempelloos, rolstoelvriendelijk, levensloopbestendig – woorden uit een zorgfolder of verzekeringspolis, taal ‘voor later’. Ineens […]


Ik ben beter dan ik was

Met B. stond ik bovenaan het trapje met de glanzende aluminium treden naar het buitenterras van Boven Jan. Met drie andere collega’s hadden we gegeten en gelachen en een beetje geroddeld – en vooral ook gedronken. Het was zo’n avond met B., een avond met veel bier. Hij ging mij voor. Onderaan de trap stonden […]


Ja de zee

Na een week gaat je dagritme op de branding lijken. Geen golf slaat precies zo om als de vorige, maar de verschillen zijn verwaarloosbaar. Ze doen er niet toe. Soms verloopt een dag wat waaieriger, vaker valt de wind weg en gebeurt er niets van betekenis.


De verpletterende paradox

De paradox is verpletterend, schreef ik in een stuk voor de Volkskrant, toen ik me probeerde voor te stellen hoe dementie begint en eindigt. Ik vroeg mij af of ik dan liever dood ga, ‘huppakee, weg’ zoals dat nu even moet heten, of mij gewillig door S. tot het bittere eind laat verzorgen.


Twee? Da’s niks. Ik heb er al acht.

  Mannen praten erover alsof het veroveringen zijn. Scalpen aan hun riem. Krassen in de kolf van hun geweer. ‘Ik heb er nu twee,’ hoorde ik een nog jonge man enigszins bedremmeld zeggen tegen een omvangrijke Oost-Groninger die het allemaal al een keer of wat had gezien. ‘Tien,’ zei hij – en liet toen een […]


Tijd voor een antwoord

Op een zondagavond vraag ik Sandra of ze bij me komt zitten onder de appelboom. ‘Ik wil met je naar de zwaluwen kijken,’ zeg ik. Mijn lief begrijpt wat ik bedoel. We moeten het er maar eens over hebben. Vier jaar eerder tuurden we ook uren naar dat gewemel. We namen er de tijd voor, […]



Falend hart

Het hart zit links van de draaideur, voor het hoofd moet je naar rechts. En dan twee trappen op – daar ergens zit de ziel, denk ik telkens als ik in het Groningse ziekenhuis moet zijn. Ik ken die poli langzaamaan, de balie, de witte jassen, de zwarte koffie, de zachte chaos. De hartpoli ken […]


Hoe gaat het nou met me (1)

Hoe gáát het nou met je? Dat moeten ze mij niet vragen. Niet dat ik de vraag vervelend vind. Ze bedoelen het goed. En ik vertel graag hoe het me vergaat. Maar ik ben niet de beste bron. Voor een betrouwbaar oordeel over mij moet je niet bij mij zijn. Ik wéét niet hoe het […]