De krant wordt een andere meneer

Het begon met de anchorman, type-GBJ Hilterman of –Bernard Shaw. Toen slopen de columnisten de media in, van Piet Grijs tot Hugo Borst. De opmars van bloggers is het logische vervolg op die trend. We lezen misschien geen krant meer, maar volgen een mens, een verslaggever, een auteur. Ook de beslissende gimmick van twitter, de meest recente mediahype: wie volg je, wie zijn je volgers?

Wie het winternummer van Nieman Reports leest, de kwartaaluitgave over journalistiek aan de Harvard Universiteit, zal deze rode lijn er niet meteen uithalen. Maar hij is er wel, tussen een dozijn andere. Bij elkaar vullen de stukken over mediagedrag, burgerjournalistiek, crowdsourcing & -funding en dagbladinnovatie een kloek boek.

Het dominante beeld kennen we. Dit is de eeuw waarin de Amerikaanse president blogt, de natie toespreekt via YouTube en een ideeënbus opent op change.gov. We schrikken niet meer van de conclusie dat digital natives geen betaalde kranten meer zullen lezen. En wisten al dat lezers zich met het nieuws bemoeien, door te bloggen, comments te plaatsen of in een watchblog de krant op blunders te wijzen.

Off the cliff

Toch bevat de Nieman Reports veel goeds. Het verhaal-uit-de-eerste-hand over de Christian Science Monitor bijvoorbeeld, de kwaliteitskrant die doordeweeks alleen nog online te lezen zal zijn:

“This decision is one that many other news organizations will make, too, in the next few years. Someone of the Monitor’s stature just had to jump off the cliff first.”

Vaker geformuleerd, maar nuttig als lijstje zijn de tien tips van Edward Roussel van de Britse Telegraph (7: als je advertentieverkoper het niet beter kan dan Google, outsource de sales dan aan Google). Belangrijk zijn stukken over juridische en ethische (“Some of us feel like page-view whores, and it’s got to stop.”) kwesties. Welke rechten heeft de pers? Mogen bloggers zich journalist noemen, ook als ze geruchten verspreiden, de identiteit van slachtoffers onthullen en maling hebben aan auteursrechten?

Heel sterk is Wired-redacteur Jeff Howe in een analyse van een deels mislukt experiment met burgerjournalistiek. Hoe vraag je om bijdragen? ‘Be a Citizen Journalist?‘ Niemand klikte. ‘Tell Us Your Story?’ Nog niets. ‘For some reason, ‘Get Published’ were the magic words.

Eénpitter

Wie de Nieman Reports leest, zal er zijn eigen trend uit trekken. Voor mij Рhet idee achtervolgt me al langer Рis de individualisering van de journalistiek de belangrijkste. Nu de massamedia uit elkaar vallen en kranten in nood zijn, wordt de journalist een ̩̩npitter. In zijn uppie gaat hij bloggen en een publiek bereiken. Het goede nieuws is dat zijn lezers dat ook willen.

Nieuwe generaties hebben weinig met mainstream media, met onpersoonlijke merken of anonieme redacties. Ze zijn sceptisch, checken het nieuws door te googlen of een sms-je rond te sturen (“Heb je dat gezien?”), maar hebben nog wel behoefte aan bronnen die ze vertrouwen. Die bronnen zijn niet meer de onaanraakbare deskundigen uit het massamediatijdperk, maar misschien wel de journalisten wier tweets ze volgen. Het is bijna alsof ze die kennen, al was het maar omdat ze terug kunnen twitteren.

In deze trend zit de toekomst van de krant verborgen. De krant van 2020 is een krant op maat. Mogelijk geworden door digitalisering, datamining en online of draadloze bezorging. Maar die krant zal niet alleen uitgaan van één ontvanger, of hooguit een kleine groep ontvangers met overeenkomstige wensen. Belangrijker nog is dat de afzender, de krant zelf, een persoon zal zijn. De krant wordt een meneer, maar dan anders.

E-readers

Daarom moeten e-readers als Kindle, IPhone of iLiad de krant niet nadoen, maar auteurs uit de krant. Een rss-reader benadert al dichter de toekomst van de journalistiek, maar nog niet dicht genoeg, want het mist serendipiteit. Zoals de netbook weer een stap dichterbij is, want die is multi-usable, heeft kleur en is altijd online. Het is waanzin om op een e-reader de pdf van een krantenpagina te tonen; alsof je televisie maakt door de nieuwslezer van de radio in beeld te brengen, en niet het nieuws zelf.

Daarom moeten kranten redacteuren laten bloggen. Misschien niet de wat oudere featureredacteur die buitenlandanalyses schrijft, maar wel de sportverslaggever die de regionale topclub volgt, de auteur van de kookrubriek of de bijlage tuinieren.

De logische, nog nauwelijks onderzochte volgende ontwikkeling is de vorming van clans van bloggers. Ik wil weten welke bronnen vertrouwd worden door de auteurs die ik volg. Ik volg bloggers en twitteraars als Jeff Jarvis, Bart Brouwers, Francisco van Jole, Bert Brussen, Nicholas Carr en nog honderd anderen. De optelsom van hun blogrolls, een slim samengestelde lijst van hun favoriete auteurs, brengt mij bij blogs die ik waarschijnlijk ook wil lezen.

Serendipiteit

Daarmee komt iets terug wat met de teloorgang van kranten dreigt te verdwijnen: serendipiteit, het fascinerende verschijnsel dat je iets ontdekt waarvan je niet wist dat je het wilde weten. Dat onverwachte en ongevraagde nieuws maakt dagbladen belangrijk voor het maatschappelijk debat. Als lezer krijg je niet alleen waarom je vraagt, maar ook wat de redactie belangrijk vindt. Op internet bepaalt de consument zelf wat hij wil lezen, maar daardoor kan “tunnelvisie” ontstaan. Aggregatie van blogrolls repareert dat, enigszins.

Vraag is natuurlijk of de Google-generatie die serendipiteit mist, laat staan er geld voor over heeft. En een andere vraag is of we het erg zouden vinden als dat niet zo was; ja, denk ik, want het debat wordt aardiger als we elkaars argumenten kennen (terwijl je online in een ideologische echoput terecht komt).

Dat oordeel is helaas in zichzelf geen garantie dat jongeren gaan betalen, en er dus een businessmodel voor kranten is.

[dit stuk staat ook op De Nieuwe Reporter, met dank aan Kees Spaan]

9 gedachten over “De krant wordt een andere meneer

  • 18 januari, 2009 om 12:02 pm
    Permalink

    “Voor mij – het idee achtervolgt me al langer – is de individualisering van de journalistiek de belangrijkste. Nu de massamedia uit elkaar vallen en kranten in nood zijn, wordt de journalist een éénpitter. In zijn uppie gaat hij bloggen en een publiek bereiken. Het goede nieuws is dat zijn lezers dat ook willen.”

    Eens. Maar nog meer denk ik dat mensen personen gaan volgen die hen informeren, hen vermaken, hen aan het denken zetten of hen iets waardevols laten zien. Dat zijn soms journalisten, vaak niet. Een journalist kan als het goed is mooi formuleren, mooi een verhaal in beeld of geluid vertellen, een ontwikkeling in context plaatsen e.d. Maar journalisten zijn in mijn visie veel te vaak generalist, ze zullen nog meer specialist moeten worden om temiddel van al die andere bloggers toe te voegen. Maar Henk, blijft er dan wel een rol voor de krant / uitgever o.i.d. ? Is dat de aggregator, vindt daar selectie plaats om de geinteresseerde te helpen? En oh ja, wie betaalt wie 😉 ?

  • 18 januari, 2009 om 12:04 pm
    Permalink

    Hoorde overigens gisteren het bericht dat NRC Next ermee gaat stoppen zijn site een internet variant van de krant te laten zijn, maar expliet internet bloggers gaat inzetten om een online gezicht te geven. Het was een verhaal, maar als het klopt interessant.

  • 18 januari, 2009 om 12:10 pm
    Permalink

    @Erwin: Ik ben het met je eens. Het gaat niet alleen om journalisten, zelfs niet alleen om bloggers. Eerder om “mensen”, die op een bepaald soort informatie – en dat kan alles zijn – specialist zijn, zoals iemand die bijdraagt aan wikipedia “specialist” is zonder enige formele status.

    Ja, ik denk dat op langere termijn er uitgevers zullen zijn die op dit uitgangspunt de rol van aggregator zullen spelen. De kans dat dat een bestaande uitgever is, een uitgever die nu ook al uitgever is, is niet heel groot (Google uitgezonderd 🙂 ).

    De vraag wie wie betaalt, is onbeantwoord. Maar dat was tijdens de eerste jaren van Google ook zo, en we kennen het netto jaarresultaat.

    Interessant gerucht over Next. Benieuwd of Hans Nijenhuis het ook al gehoord heeft. 😉

  • 18 januari, 2009 om 12:17 pm
    Permalink

    @henk ik vind persoonlijk de vraag wie betaalt niet zo belangrijk, maar het is wel de eerste vraag die je krijgt als je met journalisten praat, natuurlijk 😉

  • 19 januari, 2009 om 6:35 pm
    Permalink

    Henk, zit grotere mate van serendipiteit niet gewoon in de netwerken zelf? In je contacten, de lezers ipv. bloggers.

    In het tijdperk krant had het vriendennetwerk van iemand een hele andere definitie, ook de hoeveelheid contacten/vrienden was veel kleiner.

    Nu heb je op ieder netwerk een andere groep vrienden en overal kun je elkaar dingen aanbevelen. Mijn contacten op Flickr, Vimeo, Twitter, Hyves of Facebook overlappen gedeeltelijk maar zeker niet volledig.

    Met dingen als Google Friend Connect en Facebook Connect worden zelfs lezers van een blog eenvoudig een community, waarbij de blogger de verbinden factor is.

    Een groep mensen die diverse interesses en kennis hebben zorgen denk ik per definitie voor serendipiteit. Dit is ook de reden waarom kranten je dingen vertellen die je nog niet weet, bij de kranten zit een grote groep redacteuren. Die zijn gebonden door hun interesse in journalistiek, maar toch allemaal specialisten in andere ondewerpen.

  • 19 januari, 2009 om 7:01 pm
    Permalink

    Als mensen echt verrast willen worden geven ze toch een vinkje aan de optie ‘verras met blogposts’ ? En als mensen echt verrast wilden worden namen de Telegraaf lezers wel een abonnement op de Volkskrant en vice versa. Je kiest juist een krant of tijdschrift omdat je denkt dat wat die bron brengt bij je past en voldoet aan je verwachtingen. Was de mens maar op zoek naar verrassing en het onverwachte 😉

  • 19 januari, 2009 om 10:13 pm
    Permalink

    @Erwin en Wilbert: dank voor de discussie. Ik ben blij dat we zo inhoudelijk over kunnen nadenken. Ik ben het met Wilbert eens dat in internetnetwerken als vanzelf serendipiteit boven komt; vergelijk het maar met het ontbreken ervan in een dorp in de verzuilde jaren 50.

    Erwin heeft gelijk dat mensen niet allemaal even nadrukkelijk zitten te wachten op wat ze nog niet wisten. We zijn nu eenmaal vaak op zoek naar bevestiging, naar wat we al kennen. Daarom leest een Telegraaflezer niet af en toe de Volkskrant (uitzonderingen uitgezonderd).

    Het machientje dat ik probeer te bedenken, voegt iets toe aan de netwerken, aan de serendipiteit die zich daar al voordoet. Het zoekt “content” die zich waarschijnlijk binnen jouw interessegebied bevindt, zoals Amazon boektips geeft.

    Ik heb het er met jullie geloof ik al eens over gehad, en probeer nu – bij gebrek aan idioten die met me meevoelen – het ding maar zelf te bouwen onder het motto “Welke bloggers lezen mijn bloggers?”. Bouwen is leuk trouwens; ik sta op het punt mijn eerste subscript uit te besteden aan een coder in India. 😉

  • Pingback: The angry mob 2.0 - Sargasso

Reacties zijn gesloten.