Waarom iedereen een hekel heeft aan Bill Gates

14 augustus 1999 Geen categorie 0

Hij wordt maar rijker en rijker en rijker. Per seconde 186 dollar. Nu al is hij tweemaal zoveel waard als de Amerikaanse goudvoorraad in Ford Knox. Maar er zijn meer redenen om een hekel aan de oprichter van Microsoft te hebben.

ALS Bill Gates op straat honderd dollar ziet liggen, loont het niet de moeite dat geld op te rapen. Want bukken en oprapen kost Gates vier seconden, terwijl hij vanzelf per seconde al 186 dollar rijker wordt, en dat al dertien jaar lang. Wat zou de oprichter van Microsoft, met een vermogen van 80 miljard dollar de rijkste man op aarde, door de knieën gaan voor een briefje van honderd?

Zijn niet te bevatten en volgens sommigen ronduit obscene rijkdom – al bijna genoeg om een leuk derde-wereldland te kopen, of pakweg België – moet de grootste obsessie zijn voor de duizenden fanatieke Gates-haters die op Internet achter het object van hun woede aanjagen. Bill Gates wordt beschimpt en belachelijk gemaakt en de groei van zijn vermogen wordt van dag tot dag gevolgd. Wanneer de koers van Microsoft een dubbeltje daalt, melden de I hate Bill-nieuwsbrieven dat Gates warempel 100 miljoen dollar armer is geworden.

Over Gates zijn een stuk of tien, veelal uitstekende boeken geschreven. Dat gaat vanzelf als je de oprichter, topman en 18,66-procent-eigenaar bent van het meest succesvolle bedrijf ooit. Het in 1975 opgerichte en elf jaar later naar de beurs gebrachte softwarehuis was twee jaar geleden al meer waard dan General Motors, Ford en Chrysler bij elkaar. Gates deelt de lakens uit in de computerindustrie en is hard op weg een even dominante ‘speler’ te worden in de nieuwe media, een tycoon als Ted Turner, of Rupert Murdoch, of Leo Kirch.

Gates is twee maal zoveel waard als de Amerikaanse goudvoorraad in Fort Knox, terwijl zijn rijkdom al jaren met ruim 50 procent per jaar toeneemt. Als hij zo doorgaat, bezit Gates – zo hebben cijferfetisjisten berekend – op 11 juni 2005 duizend miljard dollar. En volgens The New York Times komt in 2020 de dag dat Gates platweg álles bezit, alle onroerend goed op aarde, alle aandelen in alle bedrijven, alle banktegoeden.

Gates is filthy rich, maar dat verklaart nog niet waarom hij zo intens wordt gehaat, schrijft de Amerikaanse onderzoeksjournalist Gary Rivlin in The Plot to Get Bill Gates, een nieuw boek dat niet zozeer Gates en Microsoft portretteert als wel het milieu van Gates, het woelige wereldje aan de Amerikaanse westkust waarin verwende, allen even oeverloos rijke WASP-jongetjes bekvechtend om elkaar heen draaien, complotten beramen en ego’s oppompen. Rivlin beschrijft met oog voor hilarische details hoe Gates’ concurrenten zo geobsedeerd raken door de Microsoft-topman dat ze er desnoods aan kapot gaan – als kapitein Ahab in zijn jacht op Moby Dick.

Ze komen allemaal aan de beurt. Het rijkeluiszoontje Scott McNealy van Sun, de toevallige instant-miljonair Marc Andreessen van Netscape, de oudere, zich ten onder concurrerende Ray Noorda van Novell, de patser Larry Ellison van Oracle. Rivlin beschrijft hoe zij elk voor zich geprobeerd hebben de macht van Gates te breken, hoe ze het even tevergeefs ook samen probeerden, en tenslotte hun hoop vestigden op de Amerikaanse overheid: die is een proces begonnen tegen Microsoft wegens oneerlijke concurrentie – een uitspraak wordt eind dit jaar of begin volgend jaar verwacht.

Dat ondernemers als Ellison een verzengende hekel hebben aan Gates is niet zo gek. De Oracle-oprichter – ook goed voor een miljard of tien – is al jaren ‘die andere computer-miljardair’, de man náást Gates, de eeuwige tweede, De man heeft een complex, wil Rivlin maar zeggen. Maar dat Gates zijn concurrenten in de weg zit, verklaart ook al niet waarom hij bij het grote publiek zoveel weerzin oproept dat men hem een taart in het gezicht gooit, zoals in Brussel gebeurde (waarna een spotprent Larry Ellison met slagroom in het gezicht afbeelde, en de tekst: ‘Mijn taart is groter.’)

Punt is dat Gates zich niet gemakkelijk laat bewonderen, hoe knap ook zijn prestatie. Rivlin zet hem weg als de saaiste man op aarde, slim, maniakaal competitief en eventueel briljant, maar tegelijkertijd bijkans ongeletterd, humorloos en wereldvreemd, want uitsluitend geïnteresseerd in pc’s, Microsoft en zichzelf. Daarbij is Gates – volgens Time de machtigste man in de VS na Bill Clinton – onooglijk, is zijn stem een hoge rasp, en heeft hij het charisma van een stoeptegel. Maar het ergste is dat Gates niet de visionair is waarvoor zijn pr-medewerkers hem verkopen: zelden, en zeker niet in zijn ‘visionaire’ boek The Road Ahead, is hij betrapt op een originele, verhelderende gedachte aangaande de toekomst, laat staan op een treffend geformuleerd inzicht.

Het valt niet mee Gates zijn welstand te gunnen. Te meer niet omdat hij die verworven heeft met producten (MS Dos, Windows, Internet Explorer) die meestal knap afgekeken zijn, kopieën die het origineel overtreffen, maar die hoogstzelden geniaal vernieuwend kunnen worden genoemd. Microsoft is geen trendsetter maar een trendvolger, gokt niet maar zet in – schrijft Rivlin – op álle paarden. Zo mikt Gates bij Internet nu op alle denkbare vormen van breedbandige verbindingen, kabel én adsl én satelliet. Hij kan verliezen, maar zal altijd méér winnen. En zo’n vertoon van macht is eerder arrogant dan sympathiek.

Maar er is meer. Jammer genoeg vat Rivlin wel alle juicy anekdotes over Gates samen, maar gaat hij niet dieper in op wat allicht de meest legitieme reden is om een hekel te hebben aan Microsoft. Hij signaleert slechts terloops dat Gates niet alleen de manier waarop wij werken en communiceren meer en meer dicteert, maar ook steeds meer greep krijgt op wát wij lezen en zien. Naarmate Gates meer een mediamagnaat wordt, wordt zijn macht akeliger. Al was het maar omdat Gates, zo laat Rivlin zien, nooit anders heeft gedaan dan streven naar een monopolie, naar absolute dominantie, en omdat hij die tot nu toe vrijwel altijd ook in handen heeft gekregen.

Gary Rivlin: The Plot to Get Bill Gates. Times Business; 366 pagina’s; $ 25. ISBN 0812930061

Uit: de Volkskrant, 14.8.1999