Het leven als media-event

6 december 2003 Geen categorie 0

Minder dan een week hebben opiniebladen en commentatoren van kranten nodig gehad om vast te stellen dat met de ‘aanslagen op Amerika’ de 21ste eeuw pas goed begonnen is. Dat was net zo’n paradoxale vaststelling als de observatie van historici dat de 19de eeuw pas op 28 juni 1914 eindigde, toen de Bosnisch-Servische student Princip de Habsburgse aartshertog Franz-Ferdinand vermoordde, en vervolgens de Eerste Wereldoorlog uitbrak.

Geschiedenis, weet elke zichzelf respecterende columnist, schrijf je bij voorkeur als die zich voordoet.

De wereld niet langer verdeeld in Oost en West, maar in Noord en Zuid, of in christen en moslim. Niet het IJzeren Gordijn maar de As van het kwaad. Geen wachttorens maar minaretten. Niet de retoriek van een arbeidersrevolutie, maar de wil van Allah, insjallah.

Vanuit geopolitiek perspectief ziet de wereld er sinds de aanslagen op het World Trade Center en het Pentagon anders uit dan daarvoor. Maar je kunt 11 september ook nog op een andere manier bekijken, al was het maar omdat het hoogstwaarschijnlijk ook zo door de terroristen van Al Qa’ida bedoeld is, namelijk als mediagebeurtenis.

Natuurlijk was 11 september een media-event. Net als de eerste maanlanding, elke Superbowl of een willekeurig WK voetbal. Het was er als het ware de uiterste consequentie van.

Dat is een pijnlijk besef, maar daarom is het niet minder waar.

Tegelijkertijd kun je je afvragen sinds wanneer de westerse samenleving een real-live soap is gaan verwarren met de werkelijkheid. We zijn geconditioneerd om gruwelijke gebeurtenissen op televisie in eerste instantie en instinctief te interpreteren als spectaculair entertainment uit een pretfabriek, maar waar en wanneer is dat conditioneren begonnen?

Het is net alsof wij, mediaconsumenten, ergens een onzichtbare grens overgestoken zijn. Voorbij die grens is niets meer wat het lijkt.

This is not a ticker tape parade.

Vanuit een beperkter perspectief, niet geopolitiek maar mediasociologisch, valt 11 september te beschouwen als het eindpunt van een ontwikkeling die een ruim decennium eerder begon. In dat decennium is de westerse mediaconsument niet alleen anders televisie gaan kijken, maar ook anders gaan lezen, anders gaan luisteren, en anders met anderen gaan communiceren. Om te beginnen is hij meer verschillende media gaan gebruiken, en op meer momenten. Tegelijkertijd is hij dat oppervlakkiger gaan doen, ongeveer zoals hij zijn eetgedrag heeft veranderd: niet langer driemaal daags een fatsoenlijke maaltijd, maar aan één stuk door haastig snackend.

De mediaconsument is in vergelijking met het eind van de jaren tachtig meer televisie gaan kijken en minder kranten gaan lezen. Hij is meer soundbytes gaan nuttigen en minder elegant geformuleerde, over bladzijden uitgesmeerde beschouwingen. Hij denkt in voorgebakken quotes, niet in weloverwogen zinnen. Hij leest eerder teletekst dan een boek. Hij schrijft geen brief, maar een e-mail. Geen ansichtkaart, maar een sms-je. Hij is niet geabonneerd op een krant, maar browst kosteloos door e-zine of weblog. Hij communiceert zich suf, maar zonder al te veel diepgang. En dat bevalt hem uitstekend.

Ik zeg ‘de mediaconsument’, en ik bedoel: de moderne mediaconsument. Want de ontwikkelingen zijn in het laatste decennium van de twintigste eeuw zo snel gegaan, dat velen de boot hebben gemist. Uit onderzoeken van bijvoorbeeld het Sociaal en Cultureel Planbureau doemt een tamelijk heldere breuklijn op tussen leeftijdscohorten, tussen generaties die niet, en generaties die wel met Nieuwe Media vertrouwd zijn geraakt.

Vóór 1980 geboren?

Vergeet het dan maar.

Waarom dat zo is?

Antwoord: het net.

Niet dat internet alles heeft veranderd. Of nog alles veranderen zal. De impact van internet wordt sinds de implosie van de dotcom-hype ten onrechte gedebunkt, geridiculiseerd en onderschat, maar het is ook weer niet nodig om de gevolgen van het net te óverschatten. De mediarevolutie waarover dit boek gaat, is door meer veroorzaakt dan door het verschijnen van de eerste Mosaic-browser, op 23 januari 1993 (of in de loop van 1995 voor wie niet tot de early adopters behoorde). Het internet was de katalysator van die omwenteling, niet minder maar ook niet meer.

De mediarevolutie is daardoor niet overal op hetzelfde moment begonnen. Misschien kwam ze in Nederland op gang met de komst van het eerste commerciële televisiestation, RTL-Veronique, op 2 oktober 1989. Want vanaf dat moment kwam er meer tv dan ooit tevoren, op allengs meer netten, en op meer tijdstippen. Met ontbijttelevisie vroeg in de ochtend en eindeloze herhalingen ‘s nachts. En op steeds meer zenders die – omdat ze een reclamebudget moesten delen dat niet navenant groeide – met steeds minder geld steeds goedkopere programma’s moesten produceren, met als gevolg dat de tv-kijker steeds minder degelijk drama kreeg, en steeds meer pulp, minder comedy en meer soap, minder documentaire en meer docudrama, minder persoonlijkheden en meer ‘sterren’, minder achtergronden en meer talking heads.

Wat ook aan internet voorafging, althans aan het voor de massa toegankelijke world wide web, was CNN. Het commerciële 24-uurs-nieuwsstation van Ted Turner dat in één klap wereldberoemd werd in de persoon van Peter Arnett, de archetypische journalist die in 1981 vanaf het balkon van zijn hotelkamer in Bagdad verslag deed van een oorlog die nauwelijks een frontlinie leek te hebben. Onder het rode Desert Storm-logo zag je bij CNN niet meer dan lichtstrepen van wat afweergeschut moest zijn (en pas naderhand, toen alles achter de rug was, werd het een gewone smerige oorlog met duizenden dode Irakese soldaten langs de weg naar Basra).

Vanaf Arnett was nieuws ook in Nederland alomtegenwoordig. Nieuws was niet meer synoniem met het achtuurjournaal en de krant van de volgende ochtend (in die volgorde: het journaal dicteerde, dagbladen volgden). Sinds 1991 is nieuws er altijd en overal, in elke hotelkamer en in elke huiskamer, op elk tijdstip van de dag. Niet dat er méér nieuws is, er zijn alleen meer nieuwsbulletins, om half acht ’s ochtends en om twaalf uur, en om vier uur en zes uur en acht uur en tien uur en dan nog het late journaal – en tussendoor kijken we dan naar het concurrerende commerciële nieuws van RTL, of het dicht-bij-de-mensen-nieuws van SBS, en als er werkelijk nieuws is, zappen we weer net zo gemakkelijk en volstrekt vanzelfsprekend naar CNN, dat Arnett heeft opgeborgen, maar met Christiane Amanpour nog heel behoorlijk voor de dag kan komen.