Tegen Journalistiek

Waarom is journalistiek niet meer nodig noch relevant in de 21ste eeuw?

Journalistiek in enge zin (dat wil zeggen: zoals het beroepsmatig wordt uitgeoefend door uitgeverijen, omroep- en internetbedrijven) is overbodig omdat bijna niemand nog gebruik maakt van het eindprodukt: nieuws. Die enkele duizenden die nog wel eens een krant kopen, het avondnieuws kijken en een opinieblad doorbladeren zijn voor adverteerders noch politici erg interessant. Dat heeft er vooral mee te maken dat dit veelal mensen zijn wier politieke keuze en koopgedrag inmiddels redelijk vast liggen – hetgeen de gemiddelde leeftijd (40 plus voor tv, 50 plus voor de pers) suggereert. Dat soort mensen koopt weinig op impuls en waait qua kiesgedrag nauwelijks met de laatste PR-wind mee. Jongeren doen vooral hun eigen ding, hetgeen voor de journalistiek betekent dat men haar of zijn eigen nieuws maakt. Daarnaast heeft het vertrouwen in instanties als de nieuwsmedia en de politiek een historisch dieptepunt bereikt – hetgeen vooral tot massale uiting kwam na de moord op Pim Fortuyn.

Journalistiek is ook niet meer nodig omdat de kerncompetenties van journalisten – informatie vergaren, filteren, interpreteren, herbewerken en verspreiden – steeds minder het exclusieve domein van professionele mediamakers zijn. Sterker nog: in de door de overheid beleden ‘kenniseconomie’ dan wel wereldwijde informatiesamenleving moet iedereen journalist zijn om te kunnen overleven! We leven in een ‘redactionele’ maatschappij, waar elke burger elke dag voortdurend moet filteren, selecteren, schiften en kiezen uit een overvloed aan informatie. Dat maakt van elke mens een journalist.

Journalistiek is overbodig omdat de primaire bronnen van journalisten – politici, zegslieden, nieuwsagentschappen, bedrijven, organisaties, individuele burgers – hun informatie zelf verspreiden. Dat doen ze via eigen media (denk aan overheidsfolders en bedrijfsjournalistiek), via weblogs en nieuwsgroepen, via persoonlijke Websites en discussielijsten, via ‘Word-Of-Mouth‘-communicatie, enzovoorts. We hebben met andere woorden de journalistiek helemaal niet (meer) nodig om de informatie te vinden die we nodig hebben om zelfstandig te kunnen functioneren in deze netwerksamenleving.

Tot slot is journalistiek overbodig omdat we, zelfs al zouden we de journalistiek tot ons willen nemen en willen beschermen tegen dit alles en meer, steeds meer beseffen dat dit uitsluitend mogelijk is als we journalistiek beschouwen in brede zin – dat wil zeggen, in termen van iedereen die zich bezig houdt met het vergaren, bewerken en verspreiden van nieuws en informatie. Dat betekent dus ook: bloggers. Vrijheid van meningsuiting en vrijheid van de pers is en kan ook nooit het exclusieve domein van voor bedrijven met winstoogmerk werkende journalisten zijn.

Journalistiek is niet meer nodig omdat iedereen journalist is. De journalistiek is overbodig omdat de samenleving steeds meer een redactioneel karakter krijgt, waar iedereen voortdurend met elkaar in een nieuwsvergadering zit om te besluiten wat de meest belangrijke en relevante informatie van de dag, het uur of het moment is.

Je zou kunnen zeggen dat wat we ‘nieuwe’ media noemen laten zien wat onder het juk van de ‘oude’ media altijd al ons aller burgerrecht was: zelf journalist worden.

Dit is de derde bijdrage aan De Toekomst van de Journalistiek, het eerste hoofdstuk van Popup.

Reacties zijn gesloten.