John de Mols flirt met het beest van de mediarevolutie

Volgens John de Mol gaat internet het helemaal worden. Waarschijnlijk beseft hij dat televisie nog tientallen jaren het meest efficiënte massamedium zal blijven, maar dat de sjeu er wel af zal gaan. Want de Nieuwe Mediaconsumenten, iedereen van na 1980 dus, worden steeds talrijker.

JOHN de Mol heeft het gelijk van diepe zakken. Wie als tv-tycoon over honderden miljoenen kan beschikken, waagt zich een tikkeltje zorgelozer aan wufte toekomstvisies dan een would-be entrepeneur die zojuist zijn laatste oortje heeft versnoept aan een dotcomdroom. Maar als De Mol zich terugtrekt als topman van Endemol en zich in een creatieve rol gaat toeleggen op programmaformats ̩n internet, is er niettemin reden hem serieus te nemen. Juist omdat hij zoveel te verliezen heeft Рhij wel, die dotcomcowboys zijn failliet Рwordt de kans dat hij wint alleen maar groter. Als De Mol begint te investeren, volgt de rest.

Internet wordt het helemaal, zei De Mol vorige week in de GPD-bladen. De echo van die profetie was nog niet verstomd, of de Amerikaanse schermenbeurs Nasdaq, graadmeter van de internetindustrie, zakte naar de diepste diepten in vijf jaar. Meer bepaald verwacht televisieproducent De Mol dat breedband- en mobiel internet binnen twee tot drie jaar doorbreken. Je moet maar durven. Met het faillissement van kabelbedrijven als KPNQwest wordt voor veel geld in de grond gestopt glasvezel langzaamaan even waardeloos als aandelen Russische spoorwegen na de val van de Romanovs. En of dat mobiele internet ooit wat wordt, moet nog blijken.

Weet John de Mol dat niet? Natuurlijk wel. Hij is ‘heilig’ overtuigd van het net omdat nu eenmaal honderden miljarden in breedband en umts zijn geïnvesteerd. Met dat geld is infrastructuur aangelegd die toch een keer moet worden terugverdiend. Al betreft het jaarlijks niet meer dan 10 procent van de investering, dan nog ziet De Mol een mateloze markt ontstaan, waarop consumenten en adverteerders bijeen moeten worden gebracht rond ‘producten’, of ‘diensten’, of ‘structuren’. Rond ‘formats’ dus eigenlijk, in het bedenken waarvan John – ‘Big Brother’ – De Mol gebleken is een genie te zijn.

Waarschijnlijk heeft De Mol visie, maar deugt zijn redenering niet. Het staat allerminst vast dat al die kilometers glasfiber ooit worden terugverdiend. Zo heeft het Europese netwerk van KPNQwest meer dan 2 miljard euro gekost, terwijl er na het faillissement tot nu toe 60 miljoen voor is geboden. Geld kan verdampen. Ook de 50 tot 100 miljard die de laatste jaren door andere kabelbedrijven in de grond is gestopt. En ook de ruim 100 miljard die Europese telecombedrijven in licenties voor umts hebben gestoken – als de consument, eigenwijs als hij is, kiest voor ‘802.11-wifi’, een nu in zwang rakende standaard voor mobiel internet, zouden die licenties van KPN, Deutsche Telecom, Orange en hun soortgenoten wel eens even waardevol kunnen zijn als flippo’s in groep acht.

Die verkeerde redenering maken de visie van De Mol niet minder indrukwekkend. Wat hij óók had kunnen zeggen, maar niet deed, is dat Endemol evenzeer in zijn bestaan wordt bedreigd als alle andere traditionele mediahuizen. De Mol zegt wel dat televisie ‘blijft’, maar wat moet je anders als je het aandeel Telefónica (Spaanse eigenaar van Endemol) niet omlaag wil praten? Ook De Mol weet dat sms-ende pubers minder tv kijken. En als hij het niet weet, zou de toekomstige Chief Creative Officer het eens moeten nalezen in het laatste rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau.

In het twee weken terug verschenen SCP-onderzoek naar e-cultuur wordt niet bijster veel behartenswaardigs gezegd over cultuur in engere zin op internet – de schokgolven waarop kunstenaars even rekenden, zijn uitgebleven. Des te aardiger zijn de bevindingen over informatiegebruik, mediaconsumptie en internet. Grondtoon: internet verdringt oude media, de opmars van tv stokt, dagbladen verliezen terrein, en Nederlanders kijken al meer minuten per week naar hun webbrowser (30) dan ze naar de radio (24) luisteren.

Uiteraard geldt dat niet voor alle Nederlanders in gelijke mate. Ouderen en mensen met een lager inkomen zijn de afgelopen vijf jaar sowieso minder media gaan gebruiken. En de hoogste inkomensgroepen voegen internet gewoon aan hun mediadieet toe. Maar bij de middengroep is wel degelijk sprake van minder oude en meer nieuwe media. Het meest opmerkelijke echter is dat er één uitzondering bestaat op de regel dat fanatieke informatiejunkies sinds de uitbarsting van internet meer informatie zijn gaan nuttigen: jongeren onder de 20 houden oude media voor gezien en doen alles op internet.

Waar het SCP goedmoedig constateert dat de internetrevolutie ‘vooralsnog geen grote gevolgen heeft gehad voor de wijze waarop Nederlanders zich informeren’, ziet het instituut, tuk op alleen de grootste gemene deler, een omwenteling over het hoofd die zich op de eigen deurmat afspeelt. Het tijdbestedingsonderzoek toont hoe kolossaal de kloof is tussen mediaconsumenten die zijn opgegroeid met ochtendkrant, Theo Koomen, Haagse Post en publieke omroep, en hun nazaten. Die Nieuwe Mediaconsument is pakweg geboren na 1980, kan zich niet heugen dat er géén RTL bestond, vindt het vanzelfsprekend dat het NOS Journaal net als CNN vrijwel de hele dag nieuws maakt, en heeft altijd internet onder handbereik als medium of choice.

En dat allemaal in een tijdsbestek van vijf jaar. Als dat geen mediarevolutie mag heten, weet John de Mol het vast ook niet meer. Het is een culturele omslag vergelijkbaar met die van de jaren zestig. Piraten-mp3-tjes zijn net zozeer een teken des tijds als de tv-borsten van Phil Bloom. Hotmail is de vrije seks van dit decennium. En het hele erge is dat het niet meer overgaat.

In een eerder rapport schreef het SCP dat ontlezing ook iets te maken heeft met gewenning en opvoeding. Waar pa na het werk niet langer om half zes zijn sloffen en een jonkie krijgt aangereikt, om vervolgens het avondblad open te slaan, gaat leescultuur verloren. Die trend is al een kwarteeuw aan de gang en wordt sinds 1995 versterkt door internet. Als pa thuiskomt, en niet dient te koken omdat ma ook een carrière moet, heeft hij allang geen tijd meer voor de krant. Hij kijkt naar Teletekst of een halfzesjournaal, en opent zijn mailbox via het gezinskabelinternetaccount.

Ook John de Mol trekt zich deze mediarevolutie aan, al noemt hij het beest niet bij de naam. Dat zou zo defensief en angstig klinken. Waarschijnlijk beseft hij dat televisie nog tientallen jaren het meest efficiënte massamedium zal blijven – geen goedkopere manier om waspoeder aan de vrouw te brengen – maar dat de sjeu er mettertijd wel af zal gaan. Want de Nieuwe Mediaconsumenten, iedereen van na 1980 dus, worden steeds talrijker, terwijl de oude doodgaan.

Wat blijft staan is dat De Mol natuurlijk de visionair is die Maurice de Hond had willen zijn. Hij is de klassieke mediamagnaat die alert genoeg is om te verklaren dat massamedia nooit het onderspit zullen delven, om zich bijna stiekem voor de troepen uit op het ultieme één-op-één-medium te storten. Achter de consument aan! Volg de trend! Daarmee gaat De Mol als een der eersten op zoek naar wat op internet de kwadratuur van de cirkel is: een houdbaar businessplan, een beklijvende klant, een list waarmee die Nieuwe Mediaconsument geld uit de zakken kan worden geklopt.

Want dit moet ook De Mols kwade droom zijn: dat die internetjongeren hem niet meer nodig hebben. Dat ze het zelf wel uitzoeken. Dat er zo’n overdaad aan gratis informatie op ze afkomt, dat ze er niet over piekeren nog ergens voor te betalen. En dat daarmee klassieke massamedia evenzeer uit de tijd zullen raken als telexen, typemachines en trekpaarden.

Uit: de Volkskrant, 6.7.2002