De verontwaardiging van HJ Schoo

26 augustus 2005 Geen categorie 0

Terug naar de lollificatie en de verontwaardiging (deel 2.1). Volkskrant-columnist HJ Schoo schreef in een lang stuk op Forum over zelfverrijking en belangenverstrengeling, vooral naar aanleiding van de rel rond minister Veerman van Landbouw die nog te nauw betrokken was bij zijn boerderijen in Nederland en Frankrijk toen hij als bewindsman pleitte voor EU-steun aan de agrarische sector.

Schoo verbaast zich erover dat Nederland zich hierover zo weinig opwindt. “In de media is het een komen en gaan van relletjes en opwinding, maar ze zijn meestal vluchtig als strovuur en blijven zonder gevolgen,” schrijft Schoo. Wat een schandaal moet worden, de zelfverrijking van ziekenhuisdirecteuren of het bijklussen van commissarissen der koningin, smoort in desinteresse en cynisme.

De verontwaardiging is dood, schrijft Schoo. Wat in de VS de motor was achter de onthullingsjournalistiek, kon in Nederland geen wortel schieten omdat elke opwinding hier gedempt worden als voetstappen in de modder. Wij kennen nauwelijks engagement; de korte opleving in de jaren zestig was even snel verdwenen als ze kwam. En sindsdien – Schoo weer – “staat engagement eigenlijk als onprofessioneel te boek en geldt campagnevoeren vrijwel algemeen als een vulgair genre”.

De Nederlandse journalistiek wil onafhankelijk, objectief, neutraal en onpartijdig zijn, schrijft Schoo, en ik ben het met hem eens (al denk ik dat dat streven fanatieker is bij de kwaliteitskranten dan bij regionale pers). Als bij reflex verworden die ambities tot afstandelijkheid, kille distantie zelfs. Schoo: “Signaleren en onthullen mag, stem geven aan andermans boosheid ook, maar voor serieuze media blijft de georganiseerde, volgehouden verontwaardiging van een campagne taboe.”

En dan? Waar wil Schoo naartoe? Zijn artikel is het stelligst in de kop (“Journalistiek moet niet-aflatend engagement tonen”), die verder in het hele stuk niet terugkomt. Eigenlijk mist het verhaal de pointe, en ik weet niet of Schoo die heeft weggelaten omdat hij aannam dat we hem wel zouden begrijpen, of omdat hij het zelf ook niet helemaal weet. Zijn roep om verontwaardiging wordt door veel journalisten nu eenmaal snel uitgelegd als een pleidooi tegen de vaste waarden van de journalistiek, onafhankelijkheid en betrouwbaarheid.

Ik denk dat Schoo’s gelijk groter is dan hij zelf wil accepteren. Natuurlijk is de journalistiek toe aan een oppepper. De afgelopen decennia heeft de journalistiek de trend van anti-maatschappelijkheid gevolgd. Zoals nieuwe generaties minder dan ouderen interesse hebben voor de samenleving, hebben ook de media hun belangstelling laten verkillen tot steeds rauwer cynisme, of – zo mogelijk nog erger – de zakelijke plicht de feiten van alledag kalmpjes aan op een rij te zetten (‘the paper of record’).

Willen de media weer een grotere rol gaan spelen, willen ze bijdragen aan het herstel van structuren in de samenleving, dan zullen ze smoel moeten tonen. Stelling nemen. Betrokken zijn. Kleur bekennen. En dat zullen ze moeten doen met persoonlijke journalistiek, met verhalen waarin het menselijk perspectief de ruimte krijgt, met verhalen die verteld worden door menselijke journalisten.