Het andere engagement

10 september 2005 Geen categorie 1

Internet en televisie, die tweede meer nog dan de eerste, heeft de wereld kleiner gemaakt. The death of distance, inderdaad. Daardoor bekijken we het idiote drama van New Orleans en Biloxi alsof het om de hoek gebeurt, en beleven we de aanslagen van 9/11 mee alsof we in een bioscoop zitten. Maar, zeggen jongeren, dat wil niet zeggen dat het ons ook raakt.

Over deze paradox gaat dit hoofdstuk van Popup. Beschouwers als Schoo zien de samenleving uit elkaar vallen en het engagement verdwijnen. En als ik erover begin op dit log, vliegt co-auteur Mark in de gordijnen omdat volgens hem het engagement onder jongeren niet verdwenen is, maar hooguit anders. Ik ben het daar niet mee eens.

Ik beweer niet dat jongeren helemaal niet meer in de samenleving geinteresseerd zijn, maar wel veel minder. Ik denk dat jongeren (en daartoe reken ik iedereen onder de 35) meer in hun eigen directe omgeving belang stellen, dan in alles wat daarbuiten gebeurt. Het is wat ze me zeggen, het is wat ze tegen onderzoekers zeggen.

Mark moet me maar eens uitleggen waarom ik Putnam en Castells er niet ‘met de haren bij mag slepen’ (zie de eerste log over dit onderwerp en de reacties daarop van Mark en Minitrue). Dan zal ik proberen meer ‘bewijsmateriaal’ te verzamelen.

Death of distance

Televisie, zegt Putnam, is een van de belangrijkste oorzaken voor het wegvallen van sociale verbanden in het laatste derde deel van de vorige eeuw. En zeker in combinatie met de overgang van generatie op generatie, speelt televisie die rol. Dat komt, zeg ik erbij, van de Wet van de navelpiercing: wie op zijn twintigste nog geen ringetje in zijn navel heeft, begint er zeer waarschijnlijk nooit meer aan. Je bent op jongere leeftijd bevattelijk voor zult soort ‘sociaal’ gedrag, voor trucs en methoden en uiterlijke verschijningsvormen. Je wordt – verdomd als het niet waar is – gevormd.

Televisie kijken leer je ook. Socialisatie en inprenting spelen bij mediaconsumptie een even grote rol als bij muzikale voorkeur (wie op zijn twintigste van Bob Marley hield, etc), en kledingkeuze (eens een spijkerbroek, altijd een spijkerbroek, zij het niet altijd meer even openlijk). Allemaal komt het neer op aangeleerd sociaal gedrag dat ons het mogelijk maakt te functioneren.

Omdat informatie en communicatie van cruciaal belang zijn bij het vormen van gemeenschappen (die niet zonder kunnen), spelen media en vooral interactieve media een nog grotere rol bij het vormgeven van sociaal gedrag dan, pak m beet, een tepelring of iemands voorkeur voor sushi (wie op zijn 20ste nog geen sushi heeft gegeten, etc). Wat ik wil zeggen is eigenlijk heel simpel: media bepalen mee hoe gemeenschappen worden gevormd.

Het omgekeerde is ook waar: als gemeenschappen uit elkaar vallen, ligt dat ten dele aan die media, maar zullen de media ook zelf aan belang inboeten. Het uit elkaar vallen van de samenleving zoals Putnam beschreef, viel niet toevallig samen met dalende oplages bij kranten. Die twee beinvloeden elkaar. Al geef ik toe dat ik nu wat makkelijk over de opkomst van televisie heen wals, terwijl juist die televisie ervoor zorgde dat we minder sociaal gingen doen.

Ik vermoed dat het een ingewikkeld proces van aantrekken en afstoten is, van elkaar beinvloeden, van trends die voortdurend op elkaar inspelen. Wat ik wel weet, of althans vermoed, is dat televisie de wereld bovenal kleiner heeft gemaakt, ogenschijnlijk althans. We krijgen informatie van around the globe, alsof het om de hoek gebeurt. En toen dat voor het eerst gebeurde, dachten we ook nog dat we er beter van zouden worden: we konden immers meevoelen met al die ellende.

Het is niet waar gebleken. De generatie die gewend was mee te leven met het akelige nieuws uit de directe omgeving en het eigen land, die generatie leeft nog mee met Beslan en Afrika. Maar hun kinderen kijken ernaar en sluiten zich af. ‘Ik zie het, ik vind het belangrijk, maar het raakt me niet’, zei van de week iemand (n=1) tegen me. ‘Alleen wat ik zelf ervaar, doet er toe, raakt me echt.’

Kan het zo zijn dat de kleinere wereld ‘te veel’ is? Dat jongeren die wereld wel tot zich nemen, en er niet van in de war raken, maar zich ervan af keren? Dat ze in elk geval minder in de grote verbanden geinteresseerd zijn, dan in wat hen direct aangaat (en dat hoeven helemaal geen egoistische onderwerpen te zijn: het kan ook over vluchtelingen gaan, of het milieu). Kan het zijn dat televisie ontmaatschappelijking veroorzaakt, niet omdat we geen tijd meer hebben voor elkaar, maar omdat we geen ruimte meer hebben?

Is de death of distance ook de oorzaak van een death of community?

Reacties zijn gesloten.