Over god, porno en Jan Blokker

22 oktober 2005 Geen categorie 3

Internet maakt zichtbaar wat voorheen verborgen was. Dat geldt zowel voor rechts, religieus populisme als voor perverse porno, en waarschijnlijk voor nog heel veel meer. Maar zeker en vast geldt het ook voor de collectieve domheid die we althans tussen Wuustwezel en Zoutkamp misverstaan als de zegeningen van het gedemocratiseerde onderwijs.

Die laatste observatie dank ik aan Jan Blokker, vandaag in de Volkskrant. De grote oude man geeft antwoord op een vraag die ik in het Lollificatie-hoofdstuk van Popup aan de orde stel: hoe is het toch in godesnaam mogelijk dat een steeds hoger opgeleid mediapubliek als een blok valt voor steeds platter mediavermaak? Voor de doorzichtige schijnwaarheid van een docusoap, voor soundbytes met derdehandsmeninkjes, voor steeds minder nieuws over steeds minder wereld, voor Jan Smit (winnaar Televizierring)?

Het antwoord van Blokker: We zijn niet hoger opgeleid, we doen alsof. We weten van alles nog maar de helft sinds een onderwijskundige besloot dat de helft meer dan genoeg was en ‘vaardigheden’ belangrijker waren dan kennis. Oppervlakkig gezien ben je beter af als je handig kunt googlen. Je kunt dan immers alles te weten komen; feitenkennis lijkt ballast. Maar ik hoor Blokker foeteren dat dat niet waar kan zijn. Je moet weten wat je niet weet om belangstelling te kunnen hebben, om nieuwsgierig te kunnen zijn. En alleen van nieuwsgierigheid komt ontwikkeling.

De collectieve domheid – gebrek aan feitenkennis, algemene ontwikkeling en nieuwsgierigheid – zie je niet alleen terug in het tv-gedrag van mediaconsumenten, maar vooral ook op internet. Talloos zijn de lege weblogs, de lullige posts op forums, en ontluisterend voorspelbaar het stemgedrag in polls. Maar heel weinig blogs hebben iets te melden, maar zelden wordt hardop nagedacht. Van de 18 miljoen – and counting – blogs in de wereld zijn er schat ik hooguit duizend, vooruit tienduizend, interessant voor een breed publiek.

Daarmee doe ik niets af aan ieders recht een blog te beginnen, hoe simpel, vulgair of particulier dat blog ook is. Men doet maar. Wie een dagboek wil schrijven, moet dan kunnen doen. Freedom of speech houdt nu eenmaal niet op beneden een IQ van 125. Sterker nog: ik vind het prachtig dat al die dagboekjes nu ook door derden gelezen kunnen worden. Waarom zou het recht op een drukpers voorbehouden moeten zijn aan de zittende klasse?

Op internet wordt de domheid zichtbaar, maar ze is er natuurlijk altijd geweest. Over de samenleving lag echter een dun vlies van weldenkendheid, in stand gehouden door een intellectuele elite. Het is dezelfde elite die sinds de jaren zestig van de vorige eeuw in de westerse wereld de secularisatie in gang zette. In Nederland werd dat de ontzuiling: we vielen collectief van ons geloof, sloten kerken en wilden geloven dat de rest van de wereld ons snel zou volgen in die ontkerkelijking.

De Amerikaanse socioloog Peter Berger ondergraaft vandaag in de Volkskrant die these van toen. In werkelijkheid is het grootste deel van de wereld nog altijd zeer religieus, van Afrika tot aan de midwest van de Verenigde Staten, van het islamitische Azie tot aan het katholieke Zuid-Amerika. Alleen in west-Europa heeft de secularisatie voet aan de grond gekregen bij meer dan slechts een elitaire bovenlaag; elders heeft de trend zich verspreid, maar als niet meer dan een dun laagje.

Wat ik interessant vind, is dit: ook hier laat internet zien wat er altijd al was. Volgens Berger is er sprake van een religieuze opleving, die hij betitelt als “opstand tegen de elite”. En ik ben ervan overtuigd dat die opstand een gezicht heeft gekregen dankzij het net, dankzij webloggende dominees en chattende gelovigen. Het is net zo’n hype-je als de meer politieke verschijningsvormen van rechts populisme (for the record: veel religieus gedachtegoed hou ik voor conservatisme en ja, rechts populisme).

Het religieuze denken is nooit weggeweest, evenmin als behoudzucht, argwaan en xenofobie. Maar het wordt zichtbaar en manifest dankzij het net. En kijk aan: dat is de overeenkomst met porno. In opnieuw de Volkskrant pleit journalist en schrijver Ralf Bodelier vandaag voor een verbod op het in bezit hebben van extreme porno. De Britse regering heeft daarvoor een voorstel gedaan, dat in Nederland vooral is weggelachen en doodgezwegen.

Bodelier heeft natuurlijk gelijk als hij stelt dat veel extreme porno net zo gewelddadig is als kinderporno, en dus ook bestreden moet worden. Er is geen enkele reden om dat te bagatelliseren. Maar hoe verklaar je het gebrek aan interesse? Misschien doen we er luchtig over omdat we ons niet kunnen voorstellen dat het bestaat, dat vrouwen worden gedwongen tot seks met honden, en erger. We wisten wel dat het bestond, maar zolang het niet zichtbaar was, konden we het doodzwijgen. Nu het met een enkele klik van de muis voor het oprapen ligt, zijn we te verbouwereerd en is ons wereldbeeld te geschokt om onmiddellijk iets te kunnen ondernemen.

Dat laatste is, ik weet het, paradoxaal. God, porno en domheid kunnen zo zichtbaar worden, dat je met stomheid geslagen bent.

Reacties zijn gesloten.