Rita’s ruit: hoe we van een mug een moslimterrorist maken

De ruit van Rita Verdonks werkkamer is waarschijnlijk niet – herhaal: niet – beschadigd door een schot. Tot die conclusie komt het Nederlands Forensisch Instituut. Eerder zei de minister dat ze zich altijd al bedreigd had gevoeld, maar dat het nu wel erg dichtbij kwam. De ruit is verwijderd en meegenomen voor verder onderzoek, aldus de Volkskrant.

Als het niet zo pijnlijk was, zo exemplarisch voor de overspannen, angstige kramp waarin dit land verkeert, zou het incident rond Rita’s ruit een niet ongeestige illustratie zijn van waar Dif over gaat, het massieve, prachtig vormgegeven en geillustreerde jaarboek/tijdschrift van Fons Burger. Dif nummer 3 gaat over echt en nep, over hypes en fakes, en dus over deze tijd.

Het is net uit. Pakweg 350 pagina’s groot formaat. Een zee van foto’s. En verhalen van journalisten als Francisco van Jole, Wim de Jong, Alexander Nijeboer, Jeroen Ansink en Burger zelf. Rode draad dus het verschil tussen nep en echt. In de media, in het volle leven, in Amerika. Aan de hand van een interview met de Amerikaanse taalgeleerde en activist Noam Chomsky, die uitlegt hoe het Amerikaanse bedrijfsleven de dienst uitmaakt en de regering Bush zich conservatiever voordoet dan ze in feite is, louter om kiezers te winnen.

Chomsky zet de toon in Dif – en daar kun je je mindere denkers bij voorstellen. Het is niet alles goud wat er blinkt. Niets is wat het lijkt. Dat de VS op hun retour zijn als wereldmacht, en China in opkomst is, zoals Charles Kupchan beweert, is een inmiddels veelgehoorde analyse. Het is een opmaat voor pseudo-realistische schilderijen van Terry Rodgers die de VS laat zien als het Romeinse rijk, vlak voor de val. Perversie, verveling.

Ik vind Dif vooral interessant omdat het zich opstelt, in dit nummer, als metamedium. Omdat het de media beschrijft en analyseert, niet vanuit een beperkte vak-kritische houding (zoals De Journalist dat soms doet), maar intelligenter. Hoe komt het toch, vraagt Francisco van Jole zich af, dat het land van Beeldenstormers en Balkenende, het land dat zo’n manifeste afkeer had van nep, de SUV met ‘bullbar’ ook in opmars is?

De Amerikaanse stormloop op ons onderscheidingsvermogen heeft succes gehad, analyseert Van Jole. We hebben een eigen variant van nep ontwikkeld: de originele nep. ‘Nep die niet imiteert maar zich aan zijn eigen haren omhoog trekt.’ Andre Rieux dus. ‘Die zet een orkest neer en doet meteen als het feest is. Een feest dat je aan kunt zetten. Nepplezier.’

Volgens Van Jole hebben we de nep weggeredeneerd. We zijn erin gaan geloven, als ware nepcalvinisten. Dat is bepaald geen optimistisch beeld van de natie. En het wordt ondersteund door twee andere artikelen in Dif. In het ene blijkt dat tal van tijdschriften – in een krimpende markt komen er komen er elk jaar 50 bij – geen enkele moeite hebben met koppelverkoop: de scheidslijn tussen redactie en commercie is al lang losgelaten.

In het andere artikel fileert Wim de Jong de hype. Aardigste observatie: je ziet een hype zelden aankomen en als hij uitgewoed is, is iedereen m binnen de korste keren ook weer vergeten. Natuurlijk hebben de media de opdracht om echt van nep te onderscheiden, al zijn er ook voor wie een hype gewoon een buitengewoon prettig verkoopinstrument is. Maar media die zichzelf serieus nemen, zullen wel degelijk op zoek moeten naar echt en onecht.

Dat is, laat Wim de Jong zien, verrot lastig als je schrijft over het grote maatschappelijke vraagstuk van de afgelopen twee, drie jaar: het multiculturele drama en de moslimextremisten. Misschien moesten de specialisten komende week eens ontrafelen hoe Rita’s ruit zo’n hype kon worden, hoe de fictie aan de haal ging met de feiten.

Reacties zijn gesloten.