De toekomst van het Dagblad?

schrijver en journalist

Dagbladen moeten gratis – alles wat ze te bieden hebben, is online namelijk al voor niets (en soms beter) te krijgen. Dagbladen moeten peperduur, elitair – alles wat goed aan dagbladen is, is tenslotte slechts interessant voor een bescheiden maar zeer trouwe en koopkrachtige elite.

Of alles moet maar domweg online… zoals zoveel mensen lijken te denken – zoals Rupert Murdoch gisteren (16 november) meldde en Michael Massing volgende maand (december 2005) schrijft in The New York Review of Books (The End of News?).

Goed. Sommige kranten worden gratis en verdienen het geld met ‘value added services‘. Anderen worden duimdikke dagbladen voor een vergrijzende elite. De rest gaat online. Wat doen mensen online? communiceren, netwerken en produceren. Voor een betekenisvolle online journalistiek moet de journalist het gesprek als gelijke aan met de bedoelde gebruiker. En dat is en blijft precies het tegenovergestelde van wat de professionele identiteit en beroepsideologie de journalist voorschrijft: bewaar afstand, neem (zo objectief mogelijk) waar, breng het nieuws zonder eigen stellingname, dien ‘het publiek’, vertel burgers wat ze moeten weten… Het staat allemaal haaks op wat er in het internet-tijdperk gepredikt wordt: de dialoog.

Waar wordt dit soort ‘dialogische’ journalistiek onderwezen of aangeleerd? Aan de ene kant ken ik vele collega’s bij journalistenopleidingen in binnen- en buitenland die de visuele, interactieve en meermediale journalistiek een warm hart toedragen – maar zij zijn een minderheid en worden veelal niet serieus genomen (door docenten en, helaas, studenten).

Misschien overdrijf ik. Of?

Reacties zijn gesloten.