Hersenmutor: lak aan conventies

25 november 2005 Geen categorie 0

Tonnus Oosterhoff schrijft de vreemdste poëzie. Vanaf de eerste regels in zijn debuutbundel (‘De luipaard aan de hersenstam/luistert naar de radiowind’) tot aan zijn laatste bewegende flashanimatie op internet goochelt de Groningse dichter met zijn lezers en met taal. Woorden gaan iets anders betekenen dan ze altijd hebben gedaan. Nieuw verzonnen woorden herinneren zo sterk aan vertrouwde dingen dat het voelt alsof ze er altijd al waren. En hele zinnen zijn zo raadselachtig en tegelijkertijd zo navoelbaar dat je verstand je verlaat.

Tonnus Oosterhoff is een vreemde dichter. Even zo goed is hij sinds die eerste, nogal idiote regels in zijn debuut vier keer bekroond voor even zo veel bundels. Daar zaten mooie prijzen bij. De Buddingh’-prijs voor debuten. De respectabele VSB-prijs. Hoewel die bekroningen volkomen terecht waren, bleef zijn publiek bescheiden. Een dichter voor liefhebbers.

Op handen gedragen door veel van zijn critici, geldt hij sinds zijn laatste bundel als de belangrijkste vernieuwer in de Nederlandse poëzie. Dat zat ‘m vooral in de cd-rom bij Wij zagen ons in een kleine groep mensen veranderen. Die cd steekt ook achterin Hersenmutor, de verzamelbundel van Oosterhoffs gedichten van de afgelopen vijftien jaar.

Vreemd aan de cd is dat Tonnus Oosterhoff er niet op voorleest. Hij is een groot liefhebber van optreden in het openbaar, zegt-ie, maar op de cd zwijgt hij als het graf. De gedichten zelf moeten het doen. Daar zijn het bewegende gedichten voor. Een wonderlijk en wonderschoon procédé.

Op je beeldscherm verschijnen de versregels, in een enkel geval begeleid door muziek van Bach, soms per regel, soms per woord, waarna ze weer verdwijnen, worden aangevuld, of weggeduwd. Gemaakt in flash, een techniek waarmee op internet bijvoorbeeld stripfiguren in tekenfilmpjes kunnen bewegen.

Dat taal dat ook kan, is nieuw. Tonnus Oosterhoff is een wat zonderlinge pionier, ook omdat zijn gedichten vaak lastig te bevatten zijn. Hij heeft maling aan literaire spelregels, houdt zich aan God noch gebod, sleept alles wat hem voor handen komt zijn strofen in, laat woorden van de bladzijden tuimelen, knoeit met lettergroottes, laat regels grijs verzinken in de bladspiegel of krabbelt in een nauwelijks leesbaar handschrift dwars door zijn gedichten heen.

Hij gebruikt spreektaal of wat daar op lijkt, flarden van een gesprek waaruit cruciale stukjes zijn verdwenen, citaten van andere dichters en van zichzelf. En onaffe zinnetjes die meer betekenen dan een afgemaakt zinnetje ooit zou kunnen doen.

Waar het allemaal over gaat, is moeilijk te zeggen. Over taal natuurlijk, over het plezier ervan – Oosterhoff studeerde ooit taalwetenschap. Het gaat over een scheve manier van kijken, over een man die wat anders in de wereld staat – zo groeide de dichter op als zoon van een gestichtdominee, schreef hij een roman over de al jong gek geworden Groningse schilder Gerrit van Houten (wiens werk te zien is in de Fraeylemaborg in Slochteren), en woont hij, je leest het in elk verhaal over Oosterhoff, aan de rand van de wereld in het gehucht Klein Ulsda, waar hij ooit, ‘totdat automatisering haar intrede deed’, reserve brugwachter was.

Hoe dan ook barst zijn poëzie van de fascinerende regels. ‘De wind raakt van de bomen in de war.’ ‘De documentaire heeft een afgezaagde loop.’ ‘Het ijs ligt blindweg vuistdik.’ Et cetera. Bij al die vondsten kan Tonnus Oosterhoff speels zijn en vilein, als een kind zo woordverliefd, maar ook onbehouwen en boers. Hij kan smijten met woorden en schmieren als de beste.

Ondertussen speelt hij een geraffineerd spel met betekenissen. Dat komt erop neer dat hij geen woorden laat rijmen, maar associaties. Dat is rijm van een hogere orde. Het ene vreemde zinnetje roept ondanks zijn duisterheid iets op, en die associatie wordt versterkt door een volgende suggestie die als het ware opdoemt uit een ander, nog eigenaardiger zinnetje dat an sich niets met het eerste te maken heeft.

Het is een soort schaduwspel, vlekken op een muur, je reinste illusie. Oosterhoff zelf heeft het ooit gehad over ‘betekenismuziek’, maar wat hij daarmee bedoelt, snap je pas als je Hersenmutor leest, of nog beter, de cd-rom en de flashgedichten op zijn website bekijkt.

Waar zijn vroegere gedichten onaangepast waren qua inhoud, maar in hun vorm tamelijk ‘gewoon’, is hij van bundel tot bundel meer met die vorm gaan jongleren, in beter te bevatten beelden. Inmiddels is het op de keper beschouwd geen poëzie meer die je moet lezen, maar moet zien. Je moet ernaar kijken, omdat de gedichten gebeuren, omdat ze zich afspelen, zoals een film. En dat is waarachtig een prachtige ervaring.

Boek: Hersenmutor. Auteur: Tonnus Oosterhoff. Uitgeverij: De Bezige Bij. Prijs: € 24,90 (186 blz.). Voor meer informatie: www.tonnusoosterhoff.nl.