Komt een man bij de dokter… (waarom kwaliteit moet)

20 december 2005 Geen categorie 1

De journalistiek lijkt op de medische stand van twee generaties geleden. De journalistiek is bevoogdend, arrogant, niet geneigd tot luisteren, behoudend en bangelijk. De vergelijking met artsen is des te prangender omdat journalisten twee of drie decennia geleden te hoop liepen tegen artsen die “ach mevrouwtje” zeiden, en een volwassen vent in een ziekenhuisbed “zijn we een beetje uit onze hum?” durfden toevoegen. Wij, journalisten, foeterden op vrouwenartsen met koude handen en huisdokters in witte jassen – en ondertussen zijn we die medische stand geworden.

Artsen hebben hardhandig geleerd hoe het zit. Ze hebben te maken gekregen met patientenverenigingen en assertieve clienten. Ze kregen mondige co-assistenten die het beter wilden doen. En tenslotte kwamen hun patienten (komt een man bij de dokter…) de spreekkamer binnen met een ordner onder de arm. Hadden ze hun kwaal op internet gevonden. Zich helemaal ingelezen in een zeldzame huidziekte of een gewone griep. “Wilt u dit en dit maar even voor me uitschrijven?”

Die mondige patient weet meer van zijn kwaal dan de huisarts. Hij is niet alleen ervaringsdeskundige maar ook specialist op de vierkante centimeter, microspecialist dus. Dat hij dat kan, komt van internet. Ongestoord door beperkingen van ruimte of tijd, weten we heel veel van heel weinig. En denk niet dat die arts zijn patient (“Kleedt u zich daar maar even uit”) heus wel beter kent. Waarschijnlijk weet die patient meer van de arts – hij heeft ‘m gegoogled – dan andersom.

De paralel met de journalistiek zal duidelijk zijn. Ik heb grote bewondering voor de persoonlijke moed van veel collega’s en zie telkens hoe vooruitstrevend, flexibel en empathisch journalisten als individu kunnen zijn. Maar als beroepsgroep schieten we in een kramp. En zijn we niet bereid te leren van de ontwikkelingen om ons heen, zijn we stug, zetten we de hakken in het zand en verdedigen we onze positie alsof het daar allemaal om begonnen was.

In de werkelijkheid weten ook onze lezers – net als patienten bij artsen – meer dan wij, zij het van heel weinig. Van dat ene ongeluk in de straat. Van de regelgeving over hardhouten dakgoten. Van de ruzies in de raad van bestuur. Blogger Dan Gillmor (zie zijn Centrum voor Citizen Media) tamboureert volkomen terecht op dat fenomeen. Het dwingt ons te luisteren, het zou ons wat minder hovaardig moeten maken. Niet dat de lezer altijd gelijk heeft, niet dat we maar moeten brengen wat het gemene volk vraagt. Dat is iets anders.

Het slechte nieuws is dat veel van onze “dragers” (betaalde kranten, publieke televisie, de meeste opinietijdschriften) langzaam maar zeker obsoleet dreigen te worden. We weten dat dat een gevolg is van een generatie-overgang, we weten dat jongere mediaconsumenten nu eenmaal minder geneigd zijn te betalen voor onze producten dan hun ouders deden. Dat die neergang iets te maken heeft met het veel grotere aanbod, weten we ook. Wat we niet weten is in welke mate de journalistiek, haar imago en haar track record, er zelf debet aan is.

Het goede nieuws is dat we in elk geval betere journalistiek moeten gaan bedrijven. Meer eigen nieuws. Meer onthullingen. Betere beschouwingen. Diepere inzichten. Beter entertainment (ook dat). We moeten ons realiseren dat er ook aan hersenchirurgen nog altijd behoefte bestaat – en aan kwakzalvers of kruidendokters sinds geruime tijd wat minder. Dat werkelijk professionalisme misschien wel het antwoord moet zijn op de inflatie van het gewone nieuws (daar is te veel van en dan daalt de waarde).

Journalistiek blijft relevant als we beter worden. Het vak moet upgraden, niet downgraden. Te opportunistisch, vrees ik, zijn we de afgelopen vijftien jaar achter de grootste gemene deler aangegaan in de veronderstelling dat die dom is, niet geinteresseerd in de samenleving, en niet gesteld op enig onderscheid tussen feit en fictie, informatie en entertainment. Waarmee ik – maar dat moet duidelijk zijn – niet gezegd wil hebben dat het nieuws dus moeilijk en elitair moet zijn.

Reacties zijn gesloten.