Prehistorische dieren in een weidelandschapje

20 januari 2006 Geen categorie 0

Hoe dicht mag je als dichter tegen kitsch aankruipen voor je poëzie kitsch wordt? En is dat erg, die bijna-kitsch, als je de ene na de andere herdruk beleeft, je romans een nog veel groter publiek bereiken en de kritiek welwillend over je schrijft?

Misschien niet als je Anna Enquist heet en vijftien jaar na je debuut Soldatenliederen een verzamelbundel publiceert; niet omdat je uitgeschreven bent, maar omdat – zegt de flaptekst – ‘de tijd er rijp voor is’.

Alle gedichten bevat de poëzie uit de zes bundels die Enquist sinds 1991 schreef. Ook het pas twee jaar terug verschenen De tussentijd. Daarin schrijft Enquist over het verlies van haar dochter Margit, die in 2001 in Amsterdam verongelukte.

Maar waarom nou ‘bijna-kitsch’? Niet omdat Enquist het ook in die laatste bundel over grote, herkenbare emoties heeft, over verlies vooral. Evenmin omdat ze haar gezin en werk als psychoanalytica gebruikt als decor. Dat mag. Veel grote dichters exploiteren hun eigen leven en zonder grote emoties (dood, liefde, vergankelijkheid) verwordt poëzie tot dorre taalkunde. Ook is er niets mis met haar geloofwaardigheid.

Bij echte kitsch valt de kunstenaar door de mand omdat je hem niet vertrouwt. Dat speelt bij Enquist niet in het minst. Ook als ze over haar dochter schrijft, waarbij de sentimentaliteit toch vlakbij is, wordt het geen tel onecht. Integendeel. Juist doordat ze Margit zo openlijk herdenkt, wordt Enquist hier overtuigender dan in eerdere bundels.

En toch. Waar de onderwerpen van Enquist Groot zijn, slechts in rijzige kapitalen kunnen worden benoemd, is haar taal dat ook. Ze kiest haar woorden en beelden zonder enige reserve, lijkt het wel. ‘Wij/zullen blijven en zwijgen maar/zij niet’, gaat over Margit. Dit ook: ‘Nu deze eerste dag van een nieuw jaar,/nu zonder haar. Strijklicht grijpt/het bevroren land.’ En: ‘Over de schrijftafel golfde pure/weerzin.’

De kolossale beproevingen van het leven, Wanhoop, Chaos, het Lot, worden even kolossaal neergezet, als reusachtige prehistorische dieren in een weidelandschapje. Het is van een heftigheid die in het beste geval gepassioneerd is, vol overgave, maar even over de top.

Behalve in haar naar betekenis hunkerende woordkeuze zit het cliché Enquist op de hielen in de metaforen en scènes die ze kiest. Net even te vaak beschrijft ze ‘het poëtische moment’. Lezers vinden dat prettig herkenbaar, te meer omdat haar regels net voldoende raadselachtig zijn, zonder duister te worden.

Dat leidt tot gedichten die net te veel voor de hand liggen, regels waarin de poëzie net te vaak wordt gesuggereerd zonder poëzie te worden. Het verwijt van pathetiek is Enquist vaker gemaakt. Het raakt haar niet. Ze heeft zich al eens de Nel Benschop van de intellectuelen genoemd. Dat is haar keuze, geen vertoon van onmacht.

Boek: Alle gedichten. Door: Anna Enquist. Uitgever: De Arbeiderspers, 376 pagina’s. Prijs: € 25.