Schaepman tegen de piskijkers

De krant is nog lang niet dood en Schaepman heeft groot gelijk waar hij op De Nieuwe Reporter beweert dat de behoefte aan excellente journalistiek juist toeneemt in een samenleving die steeds meer ongeverifieerde informatie moet verstouwen. Maar de krant zoals we die nu vooral maken, zes dagen in de week in een vaste vorm, betaald, vol met twee- en driekolommers over het nieuws van gisteren, die krant raakt in steeds grotere problemen. Zie de oplagedaling, de fusie rond het AD, de zorgen bij Wegener.

Juist omdat ik journalistiek zo belangrijk vind voor de samenleving, vind ik dat die journalistiek zichzelf opnieuw moet uitvinden. Alleen dan heeft ze een kans ook onder jongere lezers aan te slaan en op den duur relevant te blijven.

Wat mij stoort in het relaas van Schaepman is dit: hij erkent dat journalisten te behoudend zijn, maar zet zich in kinderachtige termen af tegen de “goeroes” en “piskijkers” die kritiek hebben op hun vakgenoten. Hij schiet in het defensief waar enthousiasme veel meer op zijn plaats zou zijn.

Journalistiek wordt een moeilijker vak nu onze lezers steeds vaker zelf in hun informatiebehoefte voorzien, zoals het vak van huisarts lastiger is geworden nu patienten met een gegoogled dossier onder hun arm om precies dat ene recept komen vragen.

De toekomst van de journalistiek zit daar. In het besef dat de lezer meedoet, maar slechts als amateur, en dat de journalist het meer en meer moet hebben van specialisme, van vakmanschap, van het vermogen feiten naar boven te halen die nog niet algemeen bekend zijn en verhalen te vertellen op een wijze die pakkender is dan teletekst (of Metro).