Karma en de Wij-generatie

Altijd aan: halverwege het eerste decennium van het derde millennium is er – na de msn-taal, het multitasken, en het regisseren van de eigen werkelijkheid – geen groter verschil tussen de wereld van veertigers en die van teenagers. Voor jongeren, jong volwassenen incluis, iedereen onder de 35 dus, is het een zaak van leven of dood dat je altijd bereikbaar bent op je gsm en dat de wereld altijd onder handbereik is via internet.

Niet de brede band van een breedbandverbinding maakt het verschil, maar het feit dat die always on is. Zo radeloos als hun ouders twintig of dertig jaar eerder als eenzame adolescenten op zoek waren naar zichzelf, naar hun allerikste ik, zo behendig en zelfverzekerd gaat deze generatie om met netwerktechnologie én met elkaar.

Over avatars hoor je die generatie ondertussen nauwelijks. En minder nog over pseudo-anonimiteit of gedistribueerde accountabality. Maar dat wil niet zeggen dat ze niet vertrouwd zijn met die abstracties, integendeel. Ze zijn zo vanzelfsprekend dat ze niet eens besproken hoeven te worden.

De kids over wie Rushkoff al sprak, weten niet beter dan dat ze hun identiteit al knippend en plakkend samenstellen, als een postmoderne constructie, uit wat de massamedia maar te bieden hebben. Daarna wordt hun zelf-verkozen identiteit online grotendeels bepaald door wat anderen van hen vinden. Ze zijn de optelsom van wie ze zeggen dat ze zijn en hun reputatie.

Hoe dat werkt, laat Slashdot zien, een website die wordt volgeschreven door internetprogrammeurs en andere geeks (‘News for nerds, stuff that matters‘). Het is een open community. De duizenden deelnemers hebben een modus gevonden om met elkaar om te gaan: wie iets goeds bijdraagt aan de site – een artikel, een beoordeling van een artikel – stijgt in de achting van de anderen. Wie zich misdraagt, wordt genegeerd. Via een waarderingssysteem daalt hun ‘karma’, zoals het toeneemt bij wie zich verantwoordelijk toont voor de gemeenschap. Slashdot bestaat bij de gratie van transparantie en accountability: wat je doet, blijft voor iedereen zichtbaar. Bovendien kan men van elke gebruiker zien wie zijn vrienden en fans zijn, of zijn vijanden.

Op internet bestaan discussiesites waar volstrekte anonimiteit de norm is, omdat het debat over de zaak moet gaan, en niet over personen. Dat is een ver doorgevoerde code waarvan Slashdot niets moet hebben. Identiteit is wel degelijk van belang, omdat er een reputatie aan gekoppeld is. Meer dan de users van eBay beginnen gebruikers op Slashdot te lijken op avatars, op gecreëerde persoonlijkheden die – als de simulacra van Baudrillard – min of meer los staan van hun origineel.

Wie op de site anoniem wil posten, is een anonymous coward; posten onder een geregistreerde gebruikersnaam staat in veel hoger aanzien. Wat uiteraard weer niet wil zeggen dat gebruikers op Slashdot onder hun werkelijke naam publiceren. Transparantie is de norm, maar niet zoals de burgerlijke stand die biedt: it’s life but not as we know it. Je naam, adres en telefoonnummer – ze betekenen niets in een wereld waar je geëtaleerde kennis van C++ of SQL en de onverbiddelijke beoordeling van peers maatgevend is.

Het is fascinerend om te zien hoe sterk identiteiten afhankelijk zijn van hun reputaties, en dus van de anderen in het netwerk (en van database-systemen die dat allemaal bijhouden). Misschien verklaart dat ook wel een deel van het boze onbegrip onder degenen die er niet mee opgegroeid zijn. Het staat immers haaks op veel ‘oude waarden’. Dat een ander bepaalt wie je bent, dat je niet uniek en autonoom bent, en dat heel je hebben en houwen wordt opgeslagen in onfatsoenlijk grote opslagsystemen – het is bijna onverteerbaar.

Daarbij vergeleken zijn avatars maar een speeltje, een tijdelijk noodzakelijke metafoor, net als virtual community. Taal waarmee een oude wereld zijn weg probeert te vinden in de nieuwe. Wie nu goed om zich heenkijkt, ziet dat chat-platforms als msn, spellen als Second Life, en social networks als Hyves voor miljoenen jongeren precies die gemeenschappen zijn in their own right.

Ze betalen met eigen munt, ze spreken recht, ze kennen gedelegeerde verantwoordelijkheid, aanbidden hun eigen iconen. En in zekere zin dragen individuele leden zorg voor het collectief, hoe niet-bestaand of ‘virtueel’ dat collectief ook is.

Of we het leuk vinden of niet, oude waarden hebben de afgelopen twintig jaar onder druk van de mediarevolutie en beïnvloed door het postmodernisme een nieuwe betekenis gekregen. Transparantie en aansprakelijkheid, identiteit en anonimiteit, eigendom en auteursrecht – ze passen niet meer op de traditionele begrippen, maar vormen een nieuw stelsel van normen en waarden.

Zonder problemen is dat stelsel niet. Met een teveel aan doorzichtigheid dreigt het grote goed van de privacy onder druk te komen. Het auteursrecht verdraagt zich slecht met het gemak van digitaal kopiëren. En over de vraag wie zich eigenaar mag noemen van een virtuele identiteit – de maker, een database-exploitant als eBay of het collectief van medegebruikers dat de reputatie ‘laadde’ – heeft de laatste jurist zich nog niet gebogen.

Maar ook met die gebreken en onvervulde ambities mag de optelsom van noviteiten een cultuur worden genoemd. En omdat de essentie van die cultuur gelegen is in samenwerking, in het collectief, desnoods een collectief van avatars, kunnen we, zonder ook maar in het minst te willen suggereren dat de jaren vijftig van de vorige eeuw herleven, vaststellen dat we aangekomen zijn in het Wij-Tijdperk, in De Eeuw van Ons.

Reacties zijn gesloten.