Blauw op straat: komen journalisten nog achter hun bureau vandaan?

Als lezers zeggen dat ze authenticiteit verlangen, wat bedoelen ze dan? Dat de krant het volle leven brengt, misschien. Dat wat we vertellen echt overkomt. Dat we het nieuws niet academisch, institutioneel of verpolitiekt opdienen, maar “vanuit de mens”. Vraag is nu: moeten we daarvoor meer achter ons bureau vandaan?

Ik las laatst in een Amerikaans onderzoek dat journalisten steeds meer bureautijgers zijn geworden. We komen niet meer op straat, spreken de gewone burger steeds minder, komen al lang niet meer in het wijkbureau van de politie. We doen het met woordvoerders en voorlichters en wat we niet weten googlen we bij elkaar.

Dat Amerikaanse beeld geldt misschien ook in Nederland. Ik weet dat niet zeker. Het is moeilijk na te gaan hoeveel journalisten we nu hebben bij dagbladen, weekbladen, radio, televisie en tijdschriften, en niet te vergeten web-only internetuitgaven. Het is nog moeilijker die cijfers in een historische context te plaatsen.

Toch zou ik het willen weten. En dan graag ernaast hoeveel van die journalisten nog “op straat” zijn, naast al die collega’s die leiding geven, eindredactie doen, en vormgeving. In de VS is het aantal feitencontroleurs en eindredacteuren snel toegenomen onder druk van claimende advocaten; ik geloof niet dat dat hier ook zo is. Maar wel zie ik dat de eerstelijns journalistiek is veranderd door de onstuitbare opmars van de voorlichter (waarnaar Mirjan Prenger en Frank van Vree goed onderzoek hebben gedaan).

Reacties zijn gesloten.