De Volkskrant en de couch potato-journalisten

12 mei 2006 Geen categorie 3

De mens is lui. Daarom wordt het nooit wat met social software. Dat is kort gezegd wat Geert Jan Bogaerts vanochtend beweert in zijn wekelijkse column in de Volkskrant (nog niet online). We willen, afgezien van wat geeks, helemaal niet zelf op zoek naar ons nieuws. We zijn een breed publiek dat zich wil laten verrassen. We zijn couch potatoes.

De gedachtegang is die van een couch potato-journalist. Geert Jan Bogaerts, een van de heldere denkers over nieuwe media, redeneert hier veel te veel naar zichzelf toe. En naar de professionele journalistiek, die volgens zijn verhaal veel minder last zal krijgen van burgerjournalistiek dan wel wordt beweerd.

De wat luie redenering van GJ gaat ervan uit dat het publiek breed is, en breed zal blijven. Terwijl internet er mee voor heeft gezorgd dat “het publiek” – the people formerly know as the audience – juist uiteen gevallen is in talloze kleinere, rond een thema, topic, hobby, overtuiging of volmaakt tijdelijke oprisping samengeklonterde groepjes.

Bogaerts beweert dat veel blogs veel te specialistisch zijn voor het brede publiek. Maar voor die “informatieclans” – zoals ik ze ooit heb genoemd – voldoet het door de groep zelf ingebrachte “nieuws” wel degelijk. Participatoire journalistiek is meestal het tegendeel van “brede” journalistiek. Daarmee is niet gezegd dat die brede, de samenleving als geheel beschrijvende journalistiek overbodig is geworden, wel dat ze er een serieuze concurrent heeft bijgekregen waar het gaat om de tijdbesteding van de consument: we besteden nu eenmaal niet meer tijd aan media dan vroeger.

Het meest fascinerend aan Bogaerts redenering is zijn opmerking over het parasitaire karakter van blogs. Kort samengevat: blogs kunnen de journalistiek niet vervangen omdat ze altijd verwijzen naar oude media; ze hebben ons nodig, meer dan wij hun. Ook dat is me net even te kort door de bocht.

Nieuws is een raar en gebrekkig containerbegrip. Het laatste nieuws van Teletekst is nieuws, maar in kranten vind je ook achtergrondverhalen, opinie, onderzoek, entertainment en agenda-informatie. Die vijf categorieen hebben hun functie en stellen specifieke eisen aan de journalistiek, maar zijn maar moeilijk als een type journalistieke content te beschouwen.

Als we het over nieuws hebben, bedoelen we meestal het laatste nieuws, het breaking news. Dat wordt in overvloed geleverd door persbureaus en is in overvloed te vinden bij nieuwe media, zonder dat oude media er nog een rol in spelen. Met die overvloed wordt de nieuwsbehoefte van een hele generatie mediaconsumenten tamelijk goed bevredigd, niet in de laatste plaats omdat ze die persbureaukopij ook in de gratis kranten Spits en Metro vinden.

Oude media – nee: de professionele journalistiek – moeten/moet het hebben van die andere, minder vluchtige categorieen. Dat is even slikken, want wat wij honderd jaar lang als onze primaire functie zagen, zijn we kwijtgeraakt. En we krijgen het niet terug met de redenering dat parasieten geen recht van bestaan hebben (daarmee zijn ze nog niet weg) en het publiek te lui is om elkaars blogs te lezen.

Reacties zijn gesloten.