We zijn bang voor Bas Blogger

20 mei 2006 Geen categorie 5

Erik van Heeswijk, bestuurslid van de NVJ, bewijst zijn vakgenoten deze week de slechtst denkbare dienst door enkele domme uitspraken, ongeveer zoals een VVD-minister met onbekookte standpunten haar partijgenoten en haar partij in de kou heeft gezet. Van Heeswijk verdedigt de journalistiek tegen de oprukkende blogosfeer, maar bereikt slechts dat het toch al behoudende vak nog wat verder versteent, in zijn schulp kruipt en de ogen sluit voor de akelige werkelijkheid.

Dat is eigenaardig, want Van Heeswijk is jong, schrijft al tien jaar over internet en was meestal wel te porren voor innovatie. Binnen de vakbond NVJ is hij toch meer de jonge hond, een beetje zoals die andere kandidaat-lijsttrekker dat binnen de VVD is. Misschien bedoelt hij het ook niet zo baud, maar als halve politicus – wat je als vakbondsbestuurder toch bent – had Van Heeswijk meer rekening kunnen houden met de onbedoelde effecten van zijn teksten. Zoals die verstening van hierboven.

De journalistiek neigt niet naar verandering en voelt zich aangevallen als iemand beweert dat verandering nodig is. Dat conservatisme hoort bij de linksige bevlogenheid die het vak ook aankleeft: we zijn gemiddeld genomen geen journalist geworden om snel geld te verdienen, maar omdat we iets te vertellen hebben, een mening hebben die de emancipatie moet bevorderen (emancipatie van wie dan ook), of omdat we de waarheid willen dienen (niet iemands waarheid, maar ieders waarheid).

Dat idealisme maakt ons wat schrikachtig. Het grote goed dat we verdedigen – de persvrijheid, de waarheid, de emancipatie van achtergestelden – wordt al voortdurend bedreigd door plat winstbejag van steeds minder idealistische aandeelhouders, door marketeers die iets te verkopen of door spindoctors die iets te verbergen hebben. Al zo lang als we journalist zijn, staan we op de barricaden, en het laatste waar we op zitten te wachten is een medestrijder die beweert dat de vijand niet van rechts, maar van links of van achteren komt.

Het is de vraag, stupid
Wat beweert Erik van Heeswijk? Toch vooral dat de journalistiek niets van bloggers te vrezen heeft. Een amateurjournalist kan weliswaar zelf zijn feiten selecteren op het net, maar voor die feiten heb je weer journalisten nodig. Zonder journalisten geen journalistiek relevante bloggers, dus. Bovendien is het maar de vraag of de blogosfeer uberhaupt tot iets goeds in staat is: laat mij, zegt Van Heeswijk, eens de voorbeelden zien van de geweldige journalistiek die afkomstig is van bloggers.

Van Heeswijk, en met hem heel veel andere schrikachtige journalisten, gaan ervan uit dat de mens lui is en altijd zal blijven betalen voor zijn gemak. Ze doen dan net alsof je je croissantje nog altijd bij de warme bakker haalt, nog steeds een huis koopt en verkoopt bij de erkende makelaar, je overbodig geworden huisraad uitsluitend laat weghalen door een opkoper en niemand zich aan Linux waagt. Ze doen alsof Funda evenmin bestaat als de supermarkt, open source of Marktplaats. Ze doen alsof de wereld versteend is.

In Slate zegt columnist Jack Shafer hier deze week verstandige dingen over. Natuurlijk kan een amateur niet wat een professionele journalist kan. Bas Blogger kan zich niet laten embedden in Irak, daar heb je een geaccrediteerde, getrainde professional voor nodig. Maar het punt is, zegt Shafer, dat niet iedereen de verhalen van die professional wil lezen. Dat niet iedereen over Irak wil lezen. En, zeg ik, dat niet iedereen wil lezen. De markt wil iets anders, kennelijk.

Op straat
Vraag tien mensen op straat naar hun mediagedrag, zegt Van Heeswijk, en dan zul je zien dat het wel meevalt met die afnemende vraag naar journalistiek. Is het werkelijk waar? In welke straat heeft Van Heeswijk dit geprobeerd? Vast niet in de straat voor de middelbare school van mijn kinderen of op het plein voor het Academiegebouw van de universiteit. Heeft hij niet gelezen wat Irene Costera Meijer zoal heeft gevraagd aan jongeren over hun mediagedrag? Ziet hij de generatiekloof niet?

“Er wordt meer professionele journalistiek geproduceerd, geconsumeerd en geherkauwd dan ooit tevoren. Er zijn ook meer journalisten dan ooit. In een informatiemaatschappij ontstaat juist de behoefte om van vakmensen een samenvatting te krijgen van de gebeurtenissen, om van hen te horen hoe het zit.”

Aldus Van Heeswijk. Alsof de oplagen van dagbladen niet steeds sneller dalen, de tijdschriftmarkt niet radeloos naar nieuwe succesformules zoekt, uitgevers niet honderden journalisten op straat hebben gezet (waar ze elkaar vragen naar hun mediagedrag) en het vak ondertussen steeds meer respect verliest omdat we met steeds meer cameraploegen achter dezelfde onbenullige incidenten aanhollen.

Volgens Van Heeswijk verdwijnen massamedia niet als gevolg van het versplinterende mediagedrag dat we kennen van internet. Het is sussende taal (“Ga maar rustig slapen”) die averechts werkt. Het is niet de vraag of massamedia verdwijnen, het is de vraag welke massamedia verdwijnen en welke schade dat toebrengt aan de journalistiek. Het gaat, zoals Jay Rosen deze week zei, niet om de media, het gaat om de pers.

Op de valreep erkent Van Heeswijk overigens wel dat de journalistiek – die dus niets te vrezen heeft – wel verandert. Hij wordt samenvatter, richtingwijzer, bronnenduider. Mij is dat te makkelijk, te vanzelfsprekend, te hovaardig. Ik hou rekening met een blogosfeer die niet alleen de economische realiteit van massamedia dramatisch verandert, maar ook de journalistiek zelf. Natuurlijk zijn de meeste blogs journalistiek gezien van niet meer betekenis dan de roddel bij de kapper, en ja, sommige prominente bloggers liegen – zij het sprankelend – dat het gedrukt staat, politiek vooringenomen en intellectueel lui als ze zijn.

Open source waarheid
Maar vrezen we de schade die zij de journalistiek toebrengen? Dat valt wel mee. Al was het maar omdat er godlof altijd weer andere bloggers zijn, die even lui, vooringenomen en sprankelend precies het tegenovergestelde beweren. We zien op internet hoe een open source waarheid ontstaat, een bizar proces dat niet fraai is, en zelfs stuitend in zijn extremen, maar dankzij de wet van de grote getallen – je kunt al met honderd man heel precies het gewicht van een koe raden – waarschijnlijk wel ergens in het midden uitkomt.

Waarom zet de journalistiek zich wel af tegen bloggers? Uit angst, vrees ik, van de troon gestoten te worden. Het is niet de waarheid die bloggers bedreigen, maar onze bevoorrechte positie. Broodroof, dat is waar we bang voor zijn. De lezer heeft straks geen behoefte aan richtingwijzers of informatiemakelaars zoals Van Heeswijk beweert. De lezer verzuipt niet in de information overload – dat mochten we ooit willen. De lezer kan steeds beter zelf af, met hulp van andere lezers en niet te vergeten Google-achtige software.

De enige remedie is dat we betere verhalen gaan vertellen, de straat opgaan om de waarheid te achterhalen die geen blogger tegenkomt. Zoals Shafer in Slate schreef:

“If newspapers, magazines, and broadcasters don’t produce spectacular news coverage no blogger can match, they have no right to survive.”

Reacties zijn gesloten.