Een boom over Google BookSearch

Illustratie: BrightEen van mijn twee uitgevers stuurt me een briefje, als bijlage bij de royalty-afrekening van 87,92 euro voor De Mediarevolutie, over Google BookSearch. “In het kader van internetmarketing” heeft de firma Boom besloten mee te doen aan een initiatief van Google, genaamd “Zoeken naar boeken”. Google digitaliseert de boeken, waardoor mijn boek beter vindbaar wordt op internet. “Wij verwachten hierdoor dat de verkoopmogelijkheden toenemen.”

Als een gebruiker een boek in Google heeft gevonden, krijgt hij de cover en enkele bladzijden te zien en kan hij het boek kopen. Het hele boek downloaden kan niet. Tot zover niets aan de hand. Maar dan: “Met betrekking tot de rechten verandert er niets. Deze blijven als vanouds bij auteur en uitgever.”

Is dat nou zo? Ik wil best meewerken, waarover later meer, maar verandert er nou werkelijk helemaal niets aan de rechten? Daar valt in elk geval een boom over op te zetten, hetgeen hierbij maar eens moest gebeuren.

Zoals we weten wil Google (Don’t be evil) alle informatie ter wereld voor iedereen op elk moment en op elke plaats beschikbaar maken via zoektechnologie. Ongelooflijk veel informatie, bijna zeshonderd jaar aan informatie, ligt opgeslagen in boeken die merendeels niet meer in de boekwinkel liggen of erger nog: uit druk zijn en dus alleen nog bestaan als titel in de bibliotheek. Ze sluimeren in obscuriteit, zoals uitgever en web 2.0-evangelist Tim O’Reilly ooit zei.

Doorzoekbaar zijn ze niet, althans niet anders dan bladerend in de bieb. Dat wil Google veranderen. Google-ceo Eric Schmidt heeft in een opinieartikel in The Wall Street Journal gezegd dat Google Print niet op winst gericht is. Er zullen geen advertenties komen te staan op zoekpagina’s, tenzij de uitgever daar toestemming voor heeft gegeven, in welk geval de meeste inkomsten voor die advertenties naar de uitgever vloeien.

Schrijvers en uitgevers reageren in eerste instantie sceptisch en afwerend. Het voelt unfair als iemand geld verdient aan jouw werk zonder dat je daar zelf iets over te zeggen hebt, laat staan dat je een deel van de inkomsten krijgt. Paul Aiken, directeur van de Authors Guild, vergeleek het in Salon met de manier waarop Hollywood romans gebruikt als plots voor films. Ook bij films profiteren schrijvers van het feit dat boeken beter worden verkocht als ze verfilmd zijn – dus waar zou je je druk om maken? Maar zo werkt het niet, zegt Aiken. Hollywood betaalt auteurs voor film-rechten, en Google zou hetzelfde moeten doen.

Google daarentegen ziet zichzelf natuurlijk niet als een bedrijf dat iets oneerbaars met de rechten doet, of zelfs creatieve ideeën steelt, maar vergelijkt zich liever met een recensent die een boek onder de aandacht brengt en daarvoor fragmenten citeert.

Dat citaatrecht, daar gaat het om, zowel bij Google News als bij Google Print. De hamvraag is waar citeren overgaat in overnemen of plagiëren. Duidelijk is wel dat een citaat nu vaker dan vroeger “het hele bericht” is geworden: een regel teletekst bevat soms al het nieuws dat je wilt weten. En als je een heel boek kunt doorzoeken, zoek je zelf citaten, waar de recensent voor je bepaalt welke citaten de moeite waard zijn. Dat is nogal een verschil.

Het probleem bij copyright zit ‘m niet in het letterlijk weergeven van een fragment; daarin heeft Google gelijk. Als je van dat gebruik een copyright-issue zou maken, zou veel traditioneel wetenschappelijk werk in de problemen komen, omdat dat juist het citeren van anderen, en het geciteerd worden, als een van zijn grondbeginselen hanteert. Er kan wel een ethisch probleem ontstaan: als je niet erbij zegt wat de bron is, kan er sprake zijn van plagiaat.

Daarmee is niet gezegd dat Google per se geen inbreuk maakt op het auteursrecht, want er kan nieuwe jurispudentie van de wet ontstaan die meer rekening houdt met de nieuwe specifieke situatie, en tenslotte is denkbaar dat er nieuwe wetgeving zal ontstaan. Dat er niets verandert, zoals mijn gewaardeerde uitgever beweert, is tenminste wat voorbarig.

Reacties zijn gesloten.