Kevin Kelly, Google en Het Boek van Alles

Google, the Internet Archive en Amazon zijn de bekendste maar niet de enige bedrijven die zoveel mogelijk boeken proberen te scannen. Wat ook de uitkomst van rechtszaken over copyright, de boekenscanners zullen winnen, stelt Wired-auteur Kevin Kelly in een onlangs gepubliceerd essay (“Scan this book“) in The New York Times (niet gratis).

Het feit dat boeken tegenwoordig in digitale vorm ontstaan en het economische gegeven dat ze in doorzoekbare vorm veel meer waard zijn dan buiten een zoekmachine, maakt dat scannen het gaat winnen van auteursrecht, beweert Kelly. Waar kopiëren niets meer kost, verliezen kopieën hun waarde.

Doorzoekbaarheid op het net maakt dat boeken een andere toegevoegde waarde krijgen, schrijft Kelly: “Now relationships, links, connection and sharing are. Value has shifted away from a copy toward the many ways to recall, annotate, personalize, edit, authenticate, display, mark, transfer and engage a work.”

De gedachte is prikkelend, vooral omdat de lijn kan worden doorgetrokken. Kelly heeft het in zijn artikel over allerlei vormen van oorspronkelijk werk van auteurs. Een weelde aan werken: er zijn in de wereld tenminste 32 miljoen boeken, 750 miljoen artikelen en essays, 25 miljoen composities, 500 miljoen beelden, een half miljoen films, drie miljoen video’s, tv-shows en korte films en 100 miljard webpagina’s.

In die optelsom, mag je aannemen, heeft Kelly bij de oude media niet het werk van amateurs meegeteld, de miljoenen gedichten van zondagsdichters of de ontelbare homevideo’s. Bij het net sluit hij de amateurs niet uit, maar vooruit: hoe zou je op websites nog een onderscheid moeten maken tussen professional en dilletant.

Volgens Kelly past alles op 50 harddisks van een petabyte. “Daar heb je nu een middelgroot gebouw voor nodig, maar straks past het op je iPod”, schrijft hij. Het interessante is dat de teksten, films en composities, zodra ze doorzoekbaar zijn, getagd zullen worden. Ze zullen opgaan in een reputatiesysteem waarin alles met alles verbonden is, en elke link en elke klik op een link iets toevoegt aan dat systeem.

Dat is een des te meer verbijsterend besef als je je niet beperkt tot voltooid creatief werk. Waarom zou de “Unvollendete” niet ook moeten worden opgenomen in dat grote, grote vloeibare Boek van Alles? Probeer je voor te stellen dat niet alleen elk gedicht dat ooit werd gepubliceerd in de database terecht komt, maar ook elk ongepubliceerd gedicht, en elke aanzet tot een gedicht.

Waarom niet elk concept, elke bouwtekening, elk idee en elk begin van een idee? Waarom Google Desktop niet mee laten lezen bij elke poging (als je het wilt doet Google Desktop dat al). Zie voor je hoe al het onvolmaakte doorzoekbaar wordt, alle vermoedens, alle suggesties, elke ingeving – en hoe in het alwetende reputatiesysteem de beste vermoedens de hoogste PageRank krijgen.

Akelig nietwaar? Maar dichterbij dan we denken. De agnost die ik ben vermoedt dat de hier omschreven Alwetende niemand anders is dan de god der christenen, opgestaan uit bits en bytes. Anderen zullen zich Big Brother herinneren. Weer anderen, jongeren denk ik, zullen beweren dat ik me aanstel. Maar zij denken bij Big Brother dan ook niet aan het boek.