De menigte weet het beter (soms)

Goed stuk op De Nieuwe Reporter over The wisdom of crowds, ofwel de wijsheid van de menigte die soms beter in staat is tot journalistieke selectie dan een redactiezaal vol journalisten. In het stuk zet Theo van Stegeren een boutade van Geert-Jan Bogaerts tegenover een stevig boek over menigtes die soms meer weten dan experts.

[Op DNR reageer ik op het artikel. Dat dubbelt raar met MediaBlog, maar ik wil mijn eigen denken over het onderwerp toch ook graag hier onderbrengen.]

Bogaerts (de Volkskrant) relativeerde laatst de potentie van burgerjournalistiek en automatische nieuwsfilters. Dergelijke Nieuws 2.0-achtige fenomenen hebben, zei hij, altijd nog de tekst van journalisten nodig. Professionele journalisten leggen bovendien verbanden die lezers zelf, noch robots ooit zullen leggen.

Van Stegeren verwijst op DNR naar het boek The Wisdom of Crowds, waarin wordt uitgelegd hoe onder bepaalde omstandigheden een menigte intelligenter lijkt dan een kleine groep experts. Van Stegeren:

“Met andere woorden, de kans is groot dat een systeem als dat van Digg.com, waar een breed publiek de positie van berichten in de nieuwshiërarchie bepaalt, superieur is aan het systeem waar een professionele nieuwsredactie dat doet.”

Is de vraag niet wat we precies verstaan onder “de beste journalistieke beslissingen”? Ik geloof heilig in de wijsheid van de massa waar het gaat om het voorspellen van politieke verkiezingen – ooit zette ik met mateloos plezier de politieke aandelenmarkt voor de Volkskrant op -, en ja, ik ben bereid te geloven dat honderd Japanse toeristen beter in staat zijn het gewicht van een koe te raden dan twee Brabantse boeren. Maar dat zegt nog niets over journalistieke beslissingen.

The wisdom of crowds kan nuttig zijn als hulpmiddel bij het bepalen van een nieuwsagenda: waar gaan we het morgen over hebben, wat vindt de buitenwereld de moeite waard, hoe denken ze echt over de positie van die bungelende minister. Mechanismen die daar slim gebruik van maken, vormen een tegengif tegen journalistieke pendanterie, vooringenomenheid, betweterigheid en conservatisme.

Het dwingt je tot nadenken, bedoel ik maar. Het had, bijvoorbeeld, in de jaren negentig tot andere, betere afwegingen kunnen leiden in de berichtgeving over de multiculturele samenleving.
Maar journalistieke keuzes hebben ook alles te maken met smaak en missie. We reproduceren niet alleen de waarheid van gisteren, maar vinden gemiddeld dat we iets moeten vinden van de waarheid van morgen: wat er toe doet, of toe zou moeten doen. Daarbij hoort dat we ons soms niets van de wisdom of crowds aantrekken (dat berichten over seks het best worden gelezen is althans voor mij geen reden steeds meer van die berichten te maken).

Tenslotte is er een belangrijk technisch argument tegen de wijsheid van de massa als nieuwsselectie-instrument. Terecht herinnert Theo eraan dat de “crowd” aan drie voorwaarden moet voldoen, waarvan “onafhankelijkheid van elkaars mening” mij de belangrijkste lijkt. Wat er mis gaat op financiele markten is immers dat de massa elkaars gedrag gaat imiteren, hetgeen hypes genereert, en luchtbellen.

Nieuwsselectie lijkt me meestal een zich herhalend proces: je doet het elke dag opnieuw, maakt een krant die je verspreidt, waarna je andermaal selecteert. Zou een massa niet van dag tot dag steeds afhankelijker worden van de al genomen beslissingen en de eerder gemaakte nieuwsselectie? Ik vermoed dat je een zichzelf steeds verder beperkende nieuwsselectie krijgt, steeds armer en schraler, als grond die je uitput.

Reacties zijn gesloten.