De brave nieuwe wereld van de Metacratie

Larry Page - Illustratie: Steve Rhodes
Journalistiek is de haarlemmerolie van de democratische samenleving. We kunnen uitsluitend samenleven als we op de hoogte zijn, als we weten wat we moeten weten. De media spelen daarin een wezenlijke rol. Maar wat gebeurt er als we steeds meer gaan vertrouwen op nieuwsbronnen die louter leunen op andere nieuwsbronnen, op sites als Google News die parasiteren op kranten, en op sites als Digg die het nieuws laten selecteren door het collectief?

Google News en Digg zijn metasites. Ze geven informatie over informatie, brengen het nieuws op een hoger niveau samen, de een met behulp van louter wiskundige formules – onder meer het PageRank-algoritme –, de ander doordat alle gebruikers samen bepalen wat belangrijk is. Het uitnutten van die collectieve kennis – ook wel the wisdom of crowds genoemd – is de heilige graal van internet. Het is de ultieme belofte, zeggen techno-utopisten.

Aan de zuiver technische oplossing, geïmplementeerd op ‘s werelds grootste verzameling parallel geschakelde pc’s, heeft Google zijn beurswaarde van meer dan 100 miljard dollar te danken. Toch is metadatering door mensen van vlees en bloed minstens even interessant. Kijk naar wat tagging doet voor de fotosite Flickr of de favorietencollectie van del.iouc.us. Die menselijke inbreng, voorspel ik, zal van Google – als dat niet voortijdig ten onder gaat – een bedrijf maken van 1000 miljard dollar.

Bijna even oud en veelbesproken als het idee van meta-informatie is de onbedwingbare neiging van internetavonturiers om sites te bouwen die de informatie van metasites weer samenbrengen, metametasites dus. Wie daarover doordenkt, komt uiteindelijk op de gedachte van “übermeta”, een alles omvattende metasite, de hoogste aap op de rots, de goddelijke database.

De kans dat die site eigendom zal zijn van Google, lijkt me vrij groot. Oprichter Larry Page liet laatst in Londen op de conferentie Zeitgeist 06 volgens The Guardian doorschemeren waartoe de perfecte zoekmachine binnen enkele jaren in staat is: kunstmatige intelligentie. “De ultieme zoekmachine zou alles in de wereld begrijpen”, zei Page. “Je kunt hem vragen: Wat moet ik aan Larry vragen. En hij zou het je zeggen.”

METACRATIE

Een democratie is een samenleving die zich voor haar informatie baseert op een vrije pers. Een maatschappij die te veel is gaan leunen op de media, waarin kranten en omroepen een groter stempel drukken op de besluitvorming dan goed of aangenaam is, wordt wel een mediacratie genoemd. De samenleving die daaraan ontsnapt door gebruik te maken van het net als instrument voor collectieve kennisopbouw, die gelooft dat metasites slimmer en beter zijn dan klassieke media, die samenleving noem ik een “metacratie”.

De “metacratie” is het ultieme antwoord op de hyperindividuele samenleving, het technologische alternatief voor een parlementaire democratie, ondertussen wel degelijk gebaseerd op idealen als samenwerking en egalitarisme. De metacratie heeft evidente voordelen: het is een open systeem waarin iedereen kan zien wat we samen denken, wat de trends zijn, wat belangrijk is. We kunnen besluiten nemen op basis van geaggregeerde kennis: we weten alles maar als we raden, raden we samen. Daardoor zijn we collectief verantwoordelijk. De meerderheid zal dat ook zo ervaren, en zelfs rechtvaardig vinden.

Jaron Lanier - Ill: JD LasicaIn een fascinerend essay, Digitaal Maoisme, trekt de Amerikaanse visionair en computerwetenschapper Jaron Lanier een vergelijking met het collectivisme van communistische of fascistoïde staten. Er zitten enge kanten aan het verheerlijken van metasites of collaboratieve projecten als Wikipedia, betoogt Lanier.

Hij verwijst naar Wired-oprichter Kevin Kelly die laatst warme pleidooien hield voor collectieve intelligentie, ofwel hive minds (de geest van bijenkorven, zeg maar). Waar Kelly dol is op sites als Digg.com, omdat ze snel en accuraat het nieuws laten zien dat “in het nieuws blijft”, foetert Lanier dat hive minds vooral dom en vervelend zijn.

Volgens mij gaat Lanier in zijn essay een stap te ver: het kille, autoritaire collectivisme van Mao of Mussolini is, zoals Howard Rheingold – niet toevallig de auteur van een boek dat Smart Mobs heet – tegenwerpt, van een andere orde dan het collectief maar volstrekt vrij handelen waaraan Wikipedia of opensource software als Linux zijn bestaan te danken heeft.

ERFGENAAM

Ik kan me een “metacratie” voorstellen, die geen ideologisch erfgenaam is van het fascisme of communisme, maar de bizarre optelsom van technologisch utopisme en ongeremde mediacratie. Steeds verder getrechterde, vergoogelde informatie, in een snelkookpan geaggregeerd, gefileerd en gefilterd op basis van algoritmen en tags. Informatie die op alles het antwoord is. Die weet of de rente omhoog moet of omlaag, die kan beslissen of Taida Pasic mag blijven of niet, die het wao-gat in een middag dicht.

Het zou de samenleving kunnen zijn die ontstaat als EPIC 2014 werkelijkheid wordt. EPIC is het flashfilmpje over een toekomst waarin Google en Amazon samen Googlezon vormen en alle informatie voor iedereen in het “Google grid” op maat beschikbaar is dankzij perfecte zoekmachines. Het is de toekomst waarin The New York Times offline is gegaan en alleen nog wordt gelezen door “the elite and the elderly”.

Wat mij soms tijdens lezingen verbaast, zijn de reacties op EPIC. Die beginnen meestal, pakweg gedurende de eerste 8 minuten van de 8 minuut 14 die EPIC duurt, instemmend en oh-ah-enthousiast. Fantastisch toch wat al die techniek brengt. Jammer dat je je privacy inlevert, maar god, get over it, het is wel handig. De ontluistering komt pas aan het eind, net als – hoop ik – in dit essay, als duidelijk wordt wat we kwijtraken, hoeveel we te verliezen hebben.

Ik sluit niet uit dat we in een metacratie de schaduwkanten van onze huidige, soms gesloten en vaak elitaire samenleving gaan missen. De authenticiteit, de eigenwijzigheid, de erupties van strikt individuele creativiteit. Je verliest nuance, subtiliteit, en dieper inzicht, waarschuwt Jaron Lanier ook. Je houdt bij het nemen van beslissingen onvoldoende rekening met ideeën die eerder overwogen zijn, en toen – om toen maar nu misschien niet meer geldende redenen – te licht zijn bevonden.

Het collectief, waarschuwt Lanier, is goed in het oplossen van onpersoonlijke, abstracte, technische vraagstukken, de bouw van een Apache-webserver bijvoorbeeld. Het is slecht wanneer het gaat om smaak, en judgement. Ik wil nadenken over de merites van een metacratie omdat de grenzen me fascineren. Kunnen we het collectief een besluit laten nemen over de rentestand? Over een wao-oplossing? Zou een wiki over de vraag of god bestaat uiteindelijk een bevredigend antwoord geven?

Reacties zijn gesloten.