De slinger van crossmedia

Op De Nieuwe Reporter een lange reactie geplaatst bij een stuk van Theo van Stegeren. Voor de boekhouding plaats ik m hier ook:

Of kranten hun crossmediale ambitie waar moeten maken door een-en-dezelfde redactie voor verschillende media te laten werken, zoals de VK doet, dan wel de verschillen moeten benadrukken, zoals het FD doet, hangt volgens mij ook af van de fase waarin ze zitten, onder andere. Een krant heeft met die crossmediale strategie meestal meer dan een doel: natuurlijk zoekt iedereen naar nieuwe omzet, maar nieuw bereik is soms net zo belangrijk, al was het maar omdat je door een krimpend bereik ook steeds minder relevant wordt.

Mijn krant, Dagblad van het Noorden, probeert nu ook met een redactie verschillende media te bedienen, de krant zelf, maar ook een newsy website (die niet meer bijeen geschoven wordt met het nieuws van gisteren, maar waarvoor verslaggevers direct berichten schrijven, kort en krachtig – dat lukt niet altijd, maar het zal steeds beter gaan). Daarnaast willen we in weer een ander ritme schrijven voor bijlagen en magazines en zo nu en dan een boek of boek-achtig magazine. En ja, radio is de volgende stap.

Die benadering werkt – hoop ik – in deze fase van onze crossmediale ontwikkeling. In een volgende zullen we als vanzelf weer specialismen gaan ontwikkelen (zoals dat nu al langzaam gebeurt met ons camjo-project waarvoor we een specialist hebben aangetrokken). Ik bedoel maar: het is een slingerbeweging waarbij je laverend vooruit probeert te komen. Door dat faseverschil zie je, vermoed ik, ook de verschillen bij Amerikaanse kranten: als ik me niet vergis heeft bijvoorbeeld USA Today nog maar kort geleden zijn internetredactie geintegreerd in de ‘gewone’ redactie.

Tenslotte is er een gemeen intern organisatorisch argument om soms voor het een, soms voor het ander te kiezen. Een redactie die crossmediaal moet leren denken, die moet accepteren dat er meer is dan alleen een krant, moet successen zien in eigen kring. Dan helpt het als de internetredactie uit de bezemkast afdaalt naar de centrale ‘newsroom’ en voor vol wordt aangezien, mee gaat draaien in de nieuwsproductie. Als dat proces een eind op streek is, zoals bij het FD denk ik gebeurd is, neemt de wens naar specialisatie weer toe.

Maar misschien dat het FD over deze slingerbeweging, als die bestaat, eens wat wat uitweiden?