Publieke conversatie of journalistiek

5 juli 2006 Geen categorie 7

In NRC Next vanochtend een ‘spread’ over blogging. Met een stuk van oud-internetchef van NRC Dick van Eijk, waarin hij stelt dat burgerjournalistiek geen journalistiek mag heten. De definitiekwestie is lastig, maar de ‘anekdotes, verhalen, belevenissen of verzinsels – of opinies’ vallen niet onder zijn definitie van journalistiek: “waarheidszoekend verhalen vertellen zonder wettelijke grondslag, primair ten dienste van burgers”.

Hier gaan een paar dingen mis. Van Eijk beseft dat er nauwelijks een passend definitie te geven valt van wat journalistiek wel is, maar komt er volgens mij niet helemaal uit. Een definitie is zo goed als de mate waarin ze geaccepteerd wordt. En in de alledaagse praktijk is journalistiek wat in de krant staat, sterker nog: wat in de krant staat, is volgens de meeste lezers van die krant ook de waarheid (en volgens veel niet-lezers is dat al lang niet meer vanzelfsprekend).

Dat journalistiek de waarheid zoekt, is daarmee een definitie die zichzelf in de staart bijt. En dan heb je er niet zoveel aan. Je sluit andere genres uit, ook als die in de krant zelf worden bedreven. Voor de lezer behoren opiniestukken en columns en lijsten met uitslagen en beursberichten of de beschrijving van een wandeling ook tot het domein van de journalistiek, ook al hebben die met waarheidsvinding niet zoveel te maken.

Burgerjournalistiek uitsluiten is onverstandig. Burgerjournalistiek benoemen voor wat het is, is al veel slimmer. Maak maar duidelijk waar je feiten vandaan komen, wat een column is met een opinie en wat een stukje met een anekdote van een lezer (zeg er bijvoorbeeld in de krant bij dat die niet door de redactie is gecontroleerd; de lezer ging daar terecht wel van uit, maar accepteert het wel als dat niet meer kan).

Transparantie is de belangrijkste van enkele nieuwe vereisten in de journalistiek. We moeten zeggen wat we doen, en hoe we het doen, juist omdat er sinds de proliferatie van blogging ook andere manieren zijn om journalistiek te bedrijven. Die transparantie is niet nodig voor je traditionele lezers: die begrijpen uiteraard nog heel goed wat traditionele journalisten doen. En op internet is transparantie ook al minder van belang in het verkeer tussen bloggende columnisten en hun blogverslaafde lezers. Maar zodra de oude en de nieuwe wereld op elkaar botsen, helpt een wegwijzer of een disclaimer hier en daar.

[disclaimer: In het NRC-verhaal word ik ook geciteerd]

Reacties zijn gesloten.