Negen Geboden voor een Nieuwe Journalistiek: Dialoog (3)

In een veel geciteerd artikel suggereerde Jo Bardoel – nu hoogleraar te Nijmegen – in 1996 dat er twee vormen van journalistiek zouden overblijven onder invloed van publieksfragmentatie, interactiviteit en nieuwe media: een orienterende en een instrumentele journalistiek. De eerste vorm voorziet een breed publiek van algemeen nieuws en commentaar over een wijd scala aan onderwerpen van publiek belang. De instrumentele benadering vraagt van een journalist om de nieuwsvoorziening af te stemmen op de specialistische wensen van een niche-publiek. Een ‘nieuwe’ journalistiek zou deze twee verschillende stijlen van nieuwswerk kunnen combineren – iets wat wel ‘netwerkjournalistiek’ genoemd is.

De analyse van Bardoel spreekt aan en lijkt de lading te dekken: nieuwsmedia waaieren steeds meer uit (denk aan: CNN, BBC World, International Herald Tribune, Guardian Unlimited), of richten zich steeds exclusiever op een bepaalde doelgroep – zoals een ‘hyperlokale’ gemeenschap of een politieke of demografische subcultuur.

Toch klopt er iets niet. Wat van TPFKATA? Inderdaad, de mensen die we ‘vroeger’ Het Publiek noemden bestaan niet meer. Nieuwsconsumenten zijn ook producenten – en vice versa. Dat besef staat aan de basis van de Nieuwe Journalistiek, maar is nog ver te zoeken in de (zelf-) analyses van de beroepsgroep.

Het derde gebod van een nieuwe journalistiek draait daarom volledig om de democratische dialoog: het gesprek van de journalist met de samenleving moet uitgangspunt zijn voor het bepalen van de nieuwsagenda en de kwaliteit van het nieuws. Een dialogische journalistiek neemt connectiviteit in plaats van inhoud als uitgangspunt voor journalistiek hand- en denkwerk. Dat betekent, dat de journalist het schrijven, verbeelden of weergeven van verhalen niet (meer) als logisch eindpunt van haar werk ziet. In plaats daarvan heeft de dialoog met burgers de hoogste status ter redactie (of, in toenemende mate, onder het leger aan freelancers en deeltijders die tegenwoordig het echte handwerk moeten doen).

Prille voorbeelden hiervan zijn websites als Bluffton Today – waar de grens tussen redactionele en burgerinhoud door de interactie tussen journalisten en buurtbewoners elke dag weer opnieuw vastgesteld wordt, buurtradio (een veelgebruikt communicatiemiddel in landen zoals Zuid-Afrika), Ohmynews of Current.TV.

Nogmaals: bij veruit de meeste bestaande vormen van journalistiek waar interactie met ‘het publiek’ zogenaamd centraal staat – alles van lezersrubrieken via ombudsmannen tot civiele of publieke journalistiek – is het volstrekt niet de bedoeling dat de grens tussen producent en consument overschreden wordt. Sterker nog: het zijn allemaal taktieken om de consumenten de illusie van participatie te geven. Het derde gebod voor een Nieuwe Journalistiek, de Dialoog, breekt met deze achterhaalde traditie. De Muur tussen redactie en commercie mag dan een goede zijn om te blijven bouwen, maar de kloof tussen redacteur en burger moet definitief gedicht.