Negen geboden voor een Nieuwe Journalistiek (4): authenticiteit

Journalisten hebben het vaak over de kloof tussen “de mensen” en “de politiek”. Even vaak vergeten ze dat zij zelf zo lang met politici zijn opgetrokken, in een bijna symbiotische relatie, dat die kloof ook hun kloof is. De oplossing ligt in een authentiekere vorm van journalistiek.

Authenticiteit is niet hetzelfde als “waar” of “echt”. Journalisten worden geacht feiten te leveren, zo objectief als mogelijk, feiten die kloppen, die recht doen aan de werkelijkheid. Authentiek worden ze pas als die feiten ook “echt” overkomen.

Postmoderne journalistiek moet meer dan ooit de werkelijkheid op een overtuigende wijze laten zien. Niet een werkelijkheid die is opgebouwd uit ambtelijke abstracties, uit woordvoerderszinnen en politiek correcte eufemismen, maar – nou ja – het volle leven.

Ja, dat is dicht-bij-de-mensen journalistiek, maar nee, het staat niet gelijk aan plat populisme, of irrelevante human interest. Integendeel, authentiek wil hier ook zeggen dat het ergens over gaat, dat het ertoe doet, dat we er wat aan hebben.

Wat het praktisch betekent? Luisteren naar de lezer (nadat het boek van Leon de Wolf nog eens doorgenomen is – belangrijke, zij het niet volmaakte leerstof). En de straat op, achter het bureau weg, telefoon los, mensen opzoeken die “de gebeurtenis” zelf hebben meegemaakt.

Ja, dat kan een truc worden, een sjabloon dat dra begint te vervelen. En nee, dat is niet goed. Maar de journalist mag nooit zo blase zijn geworden dat hij meent niets meer van een lezer te kunnen leren.

Tenslotte: authenticiteit bereik je nooit door een ander na te praten. En we praten elkaar te veel na. We schrijven elkaar over, en doen dat meer naar mate het makkelijker wordt. Je zou bijna gaan pleiten voor een verbod op Google. We pompen informatie rond, verplaatsen lucht, waar we nieuws zouden moeten maken.