Ook foto’s moeten transparanter

Niet elk doordrukken is gelijk. Sinds jaar en dag drukken fotografen wolkenluchten door om te dramatischer te maken. Denk aan beelden van Hollandse landschappen, noordoost-Groningen, de Flevolpolder, dat werk. Of de slotminuten van een gruwelijk verloren voetbalwedstrijd in de zaterdagtop, zo’n pot in Werkendam of Assen. Maar dat is iets anders dan het dramatiseren van oorlogsbeelden.

In de Volkskrant vandaag en gisteren een discussie tussen mediahistoricus Henri Beunders en fotograaf Hans Aarsman. De eerste stoort zich aan een foto van Reuters van een bombardement op Beiroet. De Libanese freelance fotograaf maakte de rookwolken zwaarder dan ze waren, met Photoshop. Reuters ontsloeg de fotograaf.

Beunders wijst erop dat de internationale fotopersbureaus steeds afhankelijker worden van plaatselijke freelancers, omdat westerse fotografen duurder zijn en geen toestemming meer krijgen voor gevaarlijk werk. Het gevolg is dat we alleen nog maar beelden te zijn krijgen waarvan we niet weten of ze gemanipuleerd zijn.

Beunders houdt er rekening mee dat ideologische vooringenomenheid het wint van journalistieke objectiviteit. De oplossing moet zijn dat fotografen hun oorspronkelijke materiaal mee gaan sturen, en niet alleen de na-bewerkte foto’s. Dat laatste is onhaalbaar en levert hooguit schijnzekerheid op, betoogt fotograaf Hans Aarsman vandaag in een reactie.

Aarsman vindt het ontslag van de Libanese fotograaf overtrokken. Doordrukken, zegt hij, gebeurde altijd al. Maar als gezegd: je hebt doordrukken en doordrukken. En ongetwijfeld zal Reuters strengere regels hanteren dan de gemiddelde plaatselijke krant. Bovendien: de fotograaf had moeten weten dat hij een grens overschreed.

Uiteindelijk moet een fotoredactie gewoon het gezonde verstand gebruiken, en daarmee voorkomen dat ideologisch vooringenomen foto’s de krant halen. Dat standpunt is natuurlijk ook onbevredigend, want met name in het Midden-Oosten is onafhankelijke berichtgeving wel degelijk een probleem geworden, en dat los je niet op vanachter een bureau in Amsterdam.

Daarom is de suggestie van Beunders nog zo vreemd niet, zij het dat het overleggen van bronmateriaal uiteraard een maatregel is die alleen moet worden gehanteerd bij twijfel. Fotografen moeten net als schrijvende journalisten wennen aan het idee dat ze transparanter te werk moeten gaan. Want als zij zelf niet laten zien hoe een foto is gemaakt, hoe betrouwbaar hun werk is, doen uiteindelijk hun lezers het wel. Bedrog en manipulatie komen uit.

Reacties zijn gesloten.