Negen geboden voor een Nieuwe Journalistiek (7): verantwoording

30 augustus 2006 Geen categorie 4

Van verschillende kanten klinkt steeds luider de roep om journalistieke verantwoording. Redacties van regionale nieuwsmedia hebben ‘hun klanten ontdekt’, kopte De Journalist in 2003, waar Joost Divendal constateerde dat de laatste jaren het aantal instrumenten voor contact met het publiek – brievenrubrieken, telefonische spreekuren, open dagen, klachtenlijnen, lezersredacties – is verdrievoudigd.

Het meest klassieke journalistieke verantwoordingsmechanisme is de ombudsman of lezersredacteur. In 1990 startte De Gelderlander deze functie – als eerste in Japan (1922) en Zweden (1969), later vooral in de Verenigde Staten populair – in Nederland, later (1993) gevolgd door het Haarlems Dagblad/Leidsch Dagblad en in 1995 door de Provinciale Zeeuwse Courant. Uit onderzoek onder Nederlandse ombudslieden komen twee verschillende zelfbeelden naar voren: de ‘advocaat van de lezer’ (welke zich onafhankelijk opstelt van de redactie) en het ‘gezicht van de krant’ (die zich opstelt als ambassadeur van het dagblad). De ombudsman of lezersredacteur kan analoog hieraan gezien worden als verantwoordingsmechanisme, maar ook als middel om lezers aan de krant te binden. Ook in het buitenland is het beroep van ombudslieden niet eenduidig. Vooral bij de gedrukte media worden dit soort verantwoordingsmechanismen in feite niet voor ‘vol’ aangezien.

Dit overzicht biedt een blik op de top van de ijsberg die ‘redactionele cultuur’ heet in het journalistieke bedrijf, waarbij ‘het publiek’ weliswaar een belangrijke rol speelt, maar verder niet of nauwelijks serieus wordt genomen. Verantwoording leg je af aan de collega’s, de hoofd- of eindredactie, en (in toenemende mate) aan de directie, adverteerder en aandeelhouder – niet aan De Burger.

De wrange grap is: burgers weten dit.

Alle initiatieven tot meer interactie en verantwoording ten spijt, de gemiddelde Nederlander (of Zweed, of Amerikaan) vertrouwt haar nieuwsmedia niet en beseft bijvoorbeeld dat de redactiebus op het marktplein of de telefonische klachtenlijn niet alleen slechts druppels op een gloeiende plaat zijn, maar door de meeste journalisten niet serieus genomen worden. Gevolg: weg met die krant, donder op met dat programma, klik door bij die site – ik zoek het verder zelf wel uit.

De nieuwe journalistiek zal een cultuur moeten ontwikkelen waarbij verantwoording de allerhoogste plaats in de redactionele hierarchie inneemt. Scholen voor journalistiek moeten lesgeven in het vak van lezersredacteur, en die persoon moet in het bedrijf de bestbetaalde, meestgewaardeerde, direct aanspreekbare en zichtbare functie gaan vervullen. En, met alle respect: de ombudsmannen en -vrouwen (waarvan er overigens nauwelijks voorbeelden zijn) moeten liefst geen ‘oudgedienden’ zijn die aan het eind van hun mooie loopbaan nog even mogen reflecteren op wat goed en wat minder goed is aan het werk van de collega’s – de geloofwaardigheid van het commentaar van dit soort goedbedoelende maar veel te diepgewortelde senioren is bij het beoogde nieuwe publiek (twintigers en dertigers) op z’n zachtst gezegd niet optimaal.

Verantwoording afleggen en verantwoordelijkheid nemen is vanzelfsprekend niet uitsluitend kritische reflectie achteraf – het is juist ook openheid van zaken en inachtneming van mogelijke gevolgen (een daarover verslaggeven) tijdens het journalistieke proces. Op dit moment reflecteren we wel (zie onder meer deze weblog), maar te vaak reikt die reflectie niet diep genoeg.

Opmerking: deze post is deels gebaseerd op onderzoek van Arjan van Dalen onder mijn begeleiding en gepubliceerd in het Tijdschrift voor Communicatiewetenschap (nummer 33/1, 2005) en (eind 2006, nummer 21/4) in het European Journal of Communication.

Reacties zijn gesloten.